| |
| |
Brood
& Spelen
|
|
| |

Sport en (Noord-)Amerika is een bijzondere combinatie. De sporten
die in het land populair zijn, zijn bijna uniek, de intense manier
waarop ze beleefd worden is opmerkelijk, en de competities waarin
ze gespeeld worden zijn chaotisch. Wie voor het eerst in aanraking
komt met Amerikaanse sport zal zijn ogen uitkijken in het sportgekke
land. Hij zal zien dat het verwarrend is, maar toch ook weer overzichtelijk,
soms saai en soms spectaculair, van de ene kant onbegrijpelijk oneerlijk,
maar van de andere kant verrassend sportief. Hoe dan ook, in de gemiddelde
Amerikaanse bar zullen er weinige andere onderwerpen zo ontzettend
veel besproken worden.
Het Amerikaanse sportlandschap mag gerust opmerkelijk genoemd worden.
Wanneer men met een Amerikaan of Canadees over zijn cultuur zou praten,
zou sport daar naast of misschien wel boven muziek, film, mode en
de keuken staan. Rock ’n Roll, Hollywood, jeans en Coca Cola
hebben echter hun voetsporen achtergelaten over de hele wereld, terwijl
de Amerikaanse sporten nauwelijks buiten haar eigen grenzen gespeeld
worden. Wij als Nederlanders krijgen nauwelijks iets mee over hockey
of football en vinden honkbal maar saai en Amerikanen willen op hun
beurt niks weten van Europese saaie sporten als cricket, veldhockey
of voetbal.
Twee van de belangrijkste aspecten die ten grondslag liggen aan het
grote verschil tussen Amerika en Europa zijn de rol van cijfers en
statistieken enerzijds en de keiharde winnaarsmentaliteit anderzijds.
Complete statistiekstudies komen eraan te pas bij de sporten en niets
representeert de Amerikaanse sport zo duidelijk als de box score van
een wedstrijd. Assists worden minutieus geteld in het hockey, rebounds
in basketball, passing yards in het football en het on-base-percentage
in het honkbal. Deze data vormen de basis voor het succes van een
team. Bij ons in het voetbal is het aantal corners daarentegen een
nutteloos statistiekje om de verhoudingen van een afzonderlijke wedstrijd
enigszins weer te geven.
Ten tweede, wanneer een wedstrijd in Europa gelijk staat, betekent
dit dat de ploegen evenwaardig zijn en worden de punten gedeeld. In
Amerika is dit absoluut ondenkbaar. Als het gelijk staat aan het einde
van een wedstrijd gaat men door, net zo lang tot het niet meer gelijk
staat. Het is winnen of verliezen en daar tussenin ligt helemaal niks.
Hoe deze enorme en opmerkelijke verschillen tussen Europa en Noord-Amerika
zo hebben kunnen ontstaan is een raadsel dat alleen opgelost kan worden
door het zelf te ervaren. Vandaar deze introductie tot de Amerikaanse
sport.
Baseball, football, basketball en hockey
Van de vele sporten die in de Verenigde Staten beoefend worden, stijgen
er vier met kop en schouders bovenuit. Honkbal, ofwel baseball, is
de nationale sport van het land; American football, ofwel football,
is de populairste sport; basketball is de sport met intimiteit en
hockey, ijshockey dus, is Canada’s officieuze nationale sport.
Voetbal, ofwel soccer, dus niet football, is de vijfde sport en is
onder spelende kinderen een van de populairste sporten omdat het het
gemakkelijkst en goedkoopst te beoefenen is op straat. Voetbal als
kijkersport haalt het in populariteit echter bij lange na niet bij
de grote vier sporten.
Karakter en populariteit
In het Noord-Amerikaanse sportlandschap is enigszins een geografische
factor te zien. Het duidelijkst is die bij hockey, dat de (officieus)
nationale sport van Canada is. Aan de Original Six, de zes langstbestaande
hockey teams (Montreal, Toronto, Boston, Detroit, Chicago en New York),
is mooi te zien dat de populariteit van hockey zich vooral concentreert
op Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten. De echte hockey-liefhebbers
zijn het er dan ook over eens dat de sport aan inflatie onderhevig
is en kunnen teams uit het zonnige Los Angeles of Miami nauwelijks
serieus nemen. Hockey is daarnaast ook bijzonder populair in Scandinavië
en Oost-Europa en in wat mindere mate in de Alpenlanden.
Football kent waarschijnlijk de meeste trouwe (tv-)volgers in Noord-Amerika.
De belangrijkste redenen hiervoor zijn het feit dat het seizoen maar
kort is en dat footballwedstrijden in een stadion altijd een groot
spektakel zijn met vaak duizelingwekkende toeschouwersaantallen. Hoewel
de profclubs in de grote steden liggen wordt het college football
(universiteits-football dus) altijd gedomineerd door de minder bevolkte
zuidelijke en midwest-staten. Buiten Noord-Amerika wordt er nauwelijks
football gespeeld en is de Superbowl vooral het teken van Amerikaanse
megalomanie.
Baseball is de national pastime (nationaal tijdverdrijf of vermaak)
van de Amerikanen. De wedstrijden duren lang, maar juist dat is waar
men zo trots op is. Voor vele Amerikanen is een zondagmiddag in de
zon in het honkbalstadion de ultieme vorm van ontspanning; dat de
regels vaag zijn en het spel langzaam is, bevordert het gekeuvel op
de tribunes alleen maar. Of de clubs het nou wel of niet goed doet
is niet zo heel belangrijk, mede omdat het seizoen 162 wedstrijden
duurt en een wedstrijd meer of minder winnen niet zo veel uitmaakt.
De populariteit van de sport reikt van kust tot kust, hetgeen het
nationale karakter van de sport nogmaals benadrukt. Buiten Amerika
is de sport vooral populair in Japan en Zuid-Korea. In Europa zijn
Italië en Nederland sinds jaar en dag de dominante teams.
Basketball is de sport van de stad, de sport die door miljoenen kinderen
in stedelijk Amerika beoefend wordt, simpelweg omdat het makkelijk
en goedkoop is. Dat straatkarakter heeft de sport een show-aspect
gegeven (zie ook bijvoorbeeld veld- versus straatvoetbal). Als football
de sport is met de show en het spektakel rond het veld, dan is basketbal
dat binnen het veld. De toeschouwers komen naar het stadion om hun
favoriete spelers de meest ingenieuze passes te zien geven en de meest
krachtige dunks te zien maken. Het leren kennen van spelers en hun
stijl is ook goed mogelijk bij basketball, omdat een team slechts
uit 5 spelers bestaat. Basketbal wordt in Europa ook nog wel gespeeld.
Vooral in Spanje, de Baltische staten en de Balkanlanden is het ook
een grote sport.
De fans, sfeer en de wedstrijden
De vier sporten verschillen op een aantal vlakken met elkaar, maar
de insteek komt vrijwel overeen. In alle sporten zijn de teams puur
stad- of regiogebonden (de uitzonderingen van de Green Bay Packers
en de New York Yankees daargelaten). Een inwoner van Atlanta bijvoorbeeld
is dus per definitie fan van de Atlanta Hawks (basketball), Falcons
(football), Braves (honkbal) en Thrashers (hockey). Wanneer hij meer
van football houdt, zal hij Falcons-shirts dragen en wanneer hij meer
van honkbal houdt, zal hij meer bij de Braves op de tribune zitten.
Opmerkelijk aan het Amerikaanse systeem is dat teams van stad kunnen
wisselen wanneer het draagvlak bijvoorbeeld te klein wordt. De nu
succesvolle Los Angeles Lakers waren vroeger bijvoorbeeld de Minnesota
Lakers en de San Francisco Giants begonnen als de New York Giants.
Het gevolg van dit opmerkelijke systeem is dat er enerzijds een enorme
schare (de hele stad) aan supporters achter een team staat, maar dat
er anderzijds geen harde kernen van hondstrouwe supporters op de tribunes
te vinden zijn, zoals we dat in Nederland gewend zijn. Anders gezegd,
een Feyenoord-fan houdt meer van Feyenoord dan van voetbal, maar een
Yankees-fan houdt meer van honkbal dan van de Yankees.
Deze interessante en afwijkende band tussen fans en team levert ook
op de tribunes bijzondere taferelen op. Gezamenlijk ingezette liederen,
zoals we die uit het voetbal kennen, komen vrijwel alleen voor wanneer
de muziek de toeschouwers daartoe aanzet. En zelfs dan komt men veelal
niet verder dan bijvoorbeld “Let’s go Ravens, let’s
go!”. Echter, in de verschillende sporten wordt dit vaak gecompenseerd
met andere afleiding. In de kleinere basketball- en hockey-arenas
is er eigenlijk wel continu een bepaalde graad van hysterie op de
tribunes, vooral ook omdat het spel een hoge snelheid heeft en nauwelijks
stil ligt. Bij football is een wedstrijd zelf al een grote show met
tientallen, misschien wel honderden stafleden en spelers die langs
de lijn staan (letterlijk op een centimeter van de zijlijn) en het
geschreeuw op de tribune dat vaak tot een oorverdovend geluid opwelt.
Vooral in het college football, dat qua toeschouwersaantallen nog
groter is dan de NFL, kan dat leiden tot indrukwekkende taferelen
met tienduizenden mensen in teamkleuren, die springen en dansen en
zingen op de maat de club (google eens op “We are Penn State”
of “Wisconsin Jump Around”). Het honkbal ten slotte is
bijna het tegenovergestelde. Een honkbalwedstrijd is vooral rust,
alle zorgen vergeten en genieten van de wedstrijd. De vele momenten
waarop het spel stil ligt worden gevuld met ontelbare prijsvragen
en wedstrijdjes via het tv-scherm (zoals de altijd grappige kiss cam).
Een middagje honkbal is daarom een familie-uitje met een grote beker
cola, een hot dog en een zakje nootjes voor op de tribune.
Regular seasons en het post-season
Een seizoen ziet er voor iedere sport soortgelijk uit. De profcompetitie
bestaat ieder jaar uit dezelfde ploegen, omdat deze niet kunnen degraderen.
Het reguliere seizoen wordt behoorlijk willekeurig samengesteld. Het
ene jaar speelt het ene team vaker tegen een bepaald team dan het
andere jaar, hetgeen te maken heeft met de grote afstanden tussen
de steden. Dat er geen behoefte is aan een honderd procent eerlijk
speelschema heeft waarschijnlijk voor een groot deel te maken met
het aantal wedstrijden dat een team speelt. Alleen in het ruige en
fysiek riskante football speelt men slechts 16 wedstrijden. In een
ijshockeyseizoen zitten 82 reguliere wedstrijden, bij basketbal duurt
een seizoen eveneens 82 wedstrijden en in het honkbal speelt een team
liefst 162 wedstrijden per jaar. In deze laatste sport worden dan
ook series van vier of vijf wedstrijden gespeeld, waarbij twee teams
dus vier of vijf dagen achter elkaar in hetzelfde stadion tegen elkaar
spelen.
Na het reguliere seizoen bepalen de standen in de conferences of divisions
wie zich kwalificeert voor de play-offs ofwel het post season. Het
verschil tussen deze twee manieren om de stand op te stellen is slechts
de schaal; er is bijvoorbeeld de western conference en de eastern
conference, maar er zijn northeastern divisions en pacific divisions.
De verschillende namen en indelingen verschillen per sport. De bestgeklasseerde
teams (in basketball bijvoorbeeld per conference en in honkbal per
division) kwalificeren zich voor het post-season. Een knock-out-systeem
bepaalt vervolgens wie zich tot kampioen mag kronen. Op football na
wordt de winnaar per ronde beslist door middel van een best-of-5,
-7 of -9-serie. In football draait het steeds om één
allesbeslissende wedstrijd, met de Superbowl als ultieme finale van
het seizoen.
Praktisch
Ticketprijzen: De verschillen in beschikbaarheid en prijs van kaartjes
variëren enorm binnen een seizoen, omdat het min of meer op een
vraag-aanbod-mechanisme is gebaseerd. In het reguliere seizoen van
het honkbal is het bijvoorbeeld geen probleem om aan kaartjes te komen
(circa $20-$30) en ook hockey ($40-$50) en basketball ($40-$50) zijn
geen probleem, mits men op tijd is. Het wordt echter een ander verhaal
wanneer de teams belangrijke wedstrijden spelen of in het post-season
spelen, wanneer de prijzen vaak enkele malen duurder worden tot enkele
honderden dollars. Football is een ander verhaal. Het NFL-seizoen
duurt kort, waardoor er weinig kaartjes per seizoen beschikbaar zijn.
Kaartjes voor een reguliere wedstrijd kosten gemiddeld 60 dollar,
maar wederom met enorme uitschieters (van $30 tot $80 per wedstrijd).
De Superbowl is het absolute toppunt van krankzinnigheid op dit gebied.
Voor de Super Bowl van 2011 kostte een kaartje namelijk gemiddeld
$3596.
Verkoop: Het overgrote deel van de tickets wordt via internet verkocht
als zelf te printen tickets of als will call tickets, hetgeen betekent
dat ze bij een loket opgehaald dienen te worden.
Baseball
| Naam competitie: |
MLB, Major League Baseball (www.mlb.com) |
| Duur competitie: |
April tot oktober, 162 wedstrijden in het reguliere seizoen |
| Bekende teams: |
New York Yankees, San Francisco Giants, Boston Red Sox |
| Locatie, toeschouwers: |
Stadions, 20.000-50.000 toeschouwers |
| Grootte team: |
25 spelers; 10 pitchers, 15 fielders, waarvan 8 op het veld |
| Pluspunt: |
Statistisch interessant, puur Amerikaanse ervaring |
| Minpunt: |
Langzaam spel, onduidelijke regels |
Meer informatie over baseball
Basketball
| Naam competitie: |
NBA, National Basketball Association (www.nba.com) |
| Duur competitie: |
oktober-juni, 82 wedstrijden in reguliere seizoen |
| Bekende teams: |
LA Lakers, Boston Celtics, Chicago Bulls, New York Knicks |
| Locatie, toeschouwers: |
Arena’s, 17.000-22.000 |
| Grootte team: |
12, waarvan 5 on court |
| Pluspunt: |
Spectaculair, kleine teams, uitgelaten sfeer rond wedstrijden |
| Minpunt: |
Gekanaliseerde sport, afhankelijk van beste spelers |
Meer informatie over basketball
Football
| Naam competitie: |
NFL, National Football League (www.nfl.com) |
| Duur competitie: |
September tot januari, 16 wedstrijden in reguliere seizoen |
| Bekende teams: |
New York Giants, New England Patriots, Chicago Bears |
| Locatie, toeschouwers: |
Stadions, 35.000-90.000 |
| Grootte team: |
40-50, waarvan 11 op het veld |
| Pluspunt: |
Snelle sport, enorm spektakel om het veld, fanatieke fans |
| Minpunt: |
Onduidelijke regels, ontzettend veel onderbrekingen |
Meer informatie over football
Hockey
| Naam competitie: |
NHL, National Hockey League (www.nhl.com) |
| Duur competitie: |
oktober-juni, 82 wedstrijden in reguliere seizoen |
| Bekende teams: |
Detroit Red Wings, Toronto Maple Leafs, New York Rangers |
| Locatie, toeschouwers: |
Arena’s, 15.000-20.000 |
| Grootte team: |
22, waarvan 6 op het ijs |
| Pluspunt: |
Unieke, snelle, harde sport |
| Minpunt: |
Veel geweld op het ijs, spel is vaak onduidelijk |
Meer informatie over hockey
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
| |
|