Presidenten
van Amerika: James Buchanan

| Geboren: |
23 april 1791 |
| President: |
4 maart 1857 - 4 maart 1861 |
| Overleden: |
1 juni 1868 |
De enige president die ooit uit Pennsylvania kwam heette James Buchanan.
Als vijftiende president van de Verenigde Staten zou echter ruim
honderd jaar later nog steeds voornamelijk bekend blijven vanwege
zijn levenslang vrijgezel zijn.
Voor presidentschap
Vroeg leven
Op 23 april 1791 werd in Cove Gap, Pennsylvania, James Buchanan
Jr. geboren. Als zoon van een geslaagde zakenman had de jonge James
een vrij eenvoudige jeugd. Zijn ouders waren van Schots en Ierse
afkomst, en waren een paar jaar voor de geboorte van de latere president
naar Amerika geëmigreerd. Hoewel hij maar liefst tien broers
en zussen had, wisten slechts James en een daarvan het jaar 1840
te halen.
James studeerde aan de dorps academie in Carlisle, Pennsylvania.
Hij slaagde met lof, tijdens zijn tweede poging, in 1809. In datzelfde
jaar verhuisde hij naar Lancaster, waar hij rechten ging studeren.
Dit bleef hij doen tot 1812, toen de oorlog uitbrak en de jonge
James moest helpen het vaderland te verdedigen.
Zijn federalistische overtuigingen dreven hem al snel de politiek
in. Al in 1814 had hij een zetel in het huis van afgevaardigden
van de staat Pennsylvania. Deze functie zou hij ruim twee jaar bekleden.
In 1821 werd hij gekozen in het 17e congres van de Verenigde Staten,
waarin hij voor vier periodes zitting zou nemen. In zijn laatste
termijn was hij tevens voorzitter van de commissie van de rechterlijke
macht. Toen zijn ambtstermijn in 1831 afliep stelde hij zich niet
verkiesbaar, en vertrok uit het congres. Een jaar later werd hij
gekozen tot ambassadeur in Rusland, een post welke hij tot 1834
zou bekleden.
Hierna keerde hij terug naar de Verenigde Staten. Een zetel in de
senaat was inmiddels vrijgekomen en Buchanan vulde deze plek op
vanaf december 1834. Zowel drie jaar later als in 1843 werd hij
herkozen, tot hij in 1845 zijn ontslag indiende. Dit deed hij omdat
hij door toenmalig president Polk was benoemd als minister van buitenlandse
zaken.
Een jaar daarvoor was hij door diezelfde James Polk al aangewezen
als lid van het hooggerechtshof, waarvoor hij echter bedankte. Dit
deed hij omdat hij toen nog actief betrokken was bij onderhandelingen
over het verdrag van Oregon.
In zijn functie als minister van buitenlandse zaken, wist hij dit
verdrag te bewerkstelligen. Bij dit verdrag werd de 49e breedtegraad
vastgesteld als noordelijke grens van het land. De functie van minister
zou hij tot 1849 bekleden. In 1852 werd hij gekozen als voorzitter
van de raad van bestuurd van het ‘Franklin and Marshall college’
in Lancaster. Hier zou hij tot aan 1866 blijven.
Tijdens presidentschap
Presidentiële carrière
Tijdens zijn werk in de raad van bestuur, werd Buchanan ook genomineerd
voor het presidentschap. Hij werd als ideale kandidaat gezien omdat
hij tijdens het zogenaamde Kansas-Nebraska debat in Engeland zat
en dus onpartijdig was gebleven. In dit debat werd de verdeling
in de twee staten betwist op het gebied van slavernij. Deze strijd
wordt ook wel gezien als een van de aanstichters van de latere burgeroorlog.
Tijdens de campagne voor het presidentschap nam Buchanan het op
tegen John C. Fremont. Hij versloeg deze en zijn inauguratie vond
plaats op 4 maart 1857. Hierna bleef hij president tot zijn termijn
afliep op 4 maart 1861.
Tijdens zijn presidentschap had Buchanan te maken met meerdere belangrijke
zaken. Zo was er de territoriale kwestie, welke de Verenigde Staten
in tweeën dreigde te splitsen. De president vond dit echter
een zaak voor het hooggerechtshof. De rommelige zaak eindigde met
het verwijt van Abraham Lincoln dat Buchanan medeplichtige was van
de ‘Slave power’ beweging, een door Lincoln geziene
samenzwering van plantagehouders om federaal gezag te winnen en
slavernij te nationaliseren.
Dat Buchanan zijn presidentschap geen makkelijke was blijkt wel
uit de affaire in Kansas. De strijd tussen partijen voor en tegen
slavernij dreigde in deze toekomstige staat uit de hand te lopen.
In Lecompton en Topeka verrezen overheden, gesticht door de strijdende
kampen. Maar om als staat opgenomen te kunnen worden, moest er in
Washington een eenduidige verklaring van heel het gebied gepresenteerd
worden. Buchanan wees Robert Walker aan als gouverneur van het gebied,
om de tegenstelling te verkleinen en een grondwet te vormen die
gesteund werd door heel het volk. Walker voerde zijn taak echter
niet goed uit en de tegenstelling tussen beide partijen groeide,
met als dieptepunt fraude bij verkiezingen en twee verschillende
grondwetten.
De president schaarde zijn regering achter de partij die voor de
slavernij was, in een poging om Kansas op een lijn te krijgen, maar
werkt tegengewerkt door zijn partijgenoot Stephen A. Douglas. Hierdoor
werd de strijd om Kansas indirect een gevecht om het leiderschap
binnen de democratische partij. Ondanks dat Buchanan op allerlei,
dan wel illegale, manieren steun probeerde te verwerven trok hij
aan het kortste eind. De president bleef zodoende over met slechts
een kleine schare volgelingen uit het zuiden.
In 1857 hadden de Verenigde Staten ook last van een economische
terugslag. Door overconsumptie en overwaardering was er druk op
de economische markt. Buchanan reageerde door een stop te zetten
op nieuwe publieke bouwprojecten en de banken op te dragen de krediettarieven
naar beneden bij te stellen. Hoewel vele Amerikanen te maken kregen
met gevolgen van de crisis, wist de economie zich de jaren daarna
wel te herstellen.
In hetzelfde jaar kreeg de president bericht uit Utah dat federale
rechters verjaagd waren door de mormonen. Omdat Buchanan geloofde
dat deze regio openlijk rebelleerde tegen het land, stuurde hij
in november van dat jaar het leger naar Utah, om de zittende gouverneur
te vervangen. Korte tijd werd er gevochten, zij het op kleine schaal,
waarna Buchanan besloot Thomas Kane te sturen om te onderhandelen
over vrede. Dit lukte en de Utah oorlog was ten einde. Iedereen
die de nationale overheid erkende kreeg gratie en de president verwijderde
het leger uit de staat.
Crisis bij de democraten
De belangrijkste strijd die Buchanan moest voeren vond zich echter
plaats binnen zijn eigen partij. Omdat de noordelijke en zuidelijke
democraten onderling onenigheid hadden, wisten de republikeinen
in 1858 een meerderheid in het huis van afgevaardigden te bewerkstelligen.
Hierdoor konden zij de president tegenwerken. Buchanan op zijn beurt
verleende weer geen medewerking aan de republikeinen, waardoor de
tegenstelling tussen het congres en het witte huis groeide.
De positie van de president begon te wankelen in 1860. Het zogenaamde
Covode comité werd opgericht om misstappen van Buchanan aan
het licht te brengen. Zonder dat de president kans had te reageren
op de beschuldigingen, werd door het comité berichten over
corruptie en machtsmisbruik gemeld. Het besluit van deze groep werd
in de verkiezingen later dat jaar gretig gebruikt om de president
zijn kansen te verkleinen.
Maar niet alleen van de republikeinen had de zittende machthebber
last. Ook binnen zijn eigen partij was het hommeles. Tijdens de
nationale conventie van de democratische partij verliet de zuidelijke
afvaardiging boos het gebouw. Zij benoemden hun eigen presidentskandidaat:
Breckinridge. Andere partijen benoemden John Bell, en zelfs Buchanan
zijn tegenstrever Stephen Douglas. Desondanks werden de genomineerden
van de democratische partij kansloos geacht tegen de republikeinse
kandidaat: Abraham Lincoln.
Verkiezing van laatstgenoemde zou leiden tot afscheiding van verschillende
staten, wat Buchanan noopte dit onderwerp te behandelen in zijn
laatste presentatie aan het congres. Beide partijen waren benieuwd
hoe de president in deze zaak stond, waarbij uiteindelijk gesteld
werd dat Buchanan het eventueel afscheiden van de staten veroordeelde
maar geen grondwettelijke bezwaren zag.
Ondanks pogingen van vele politici, scheidde in 1860 eerst South
Carolina zich af, gevolgd door zes andere staten. Buchanan reageerde
door zijn kabinet te reorganiseren en belangrijke posities in te
vullen met nationalisten.
Vlak voordat Buchanan het witte huis verliet, had de natie al haar
voorraden en forten in de afgescheiden staten verloren. Daarnaast
was een groot gedeelte van de troepen omsingeld door Texaanse soldaten.
De bom barste pas echt toen majoor Robert Anderson zijn eenheid
verplaatste naar Fort Sumter en de president versterkingen stuurde.
Deze troepen werden door het zuiden tegengehouden en Buchanan besloot
zich daarna tot het einde van zijn ambtstermijn te onthouden van
verdere actie binnen de naderende oorlog.
Persoonlijk leven
Hoewel James Buchanan in 1819 verloofd was met Ann Caroline Coleman,
zou hij nooit trouwen. Druk met zijn studie rechten had hij weinig
tijd voor zijn vriendin en uiteindelijk zou dit ertoe leiden dat
de verloving verbroken werd. Kort daarna stierf Ann Caroline. Tijdens
zijn jaren in Washington, voordat hij president werd, leefde Buchanan
samen met goede vriend William Rufus King. Deze zou vicepresident
worden onder Franklin Pierce, maar stierf enkele jaren voor het
presidentschap van Buchanan. Hun goede vriendschap leidde tot allerlei
geruchten, waarbij William King de vrouw van Buchanan werd genoemd.
In later jaren werden de geruchten van een ‘speciale vriendschap’
zoals die in die tijd werd genoemd, mede door het ontbreken van
bewijs van het tegendeel.
Na presidentschap
Laatste jaren en nalatenschap
In 1866 publiceerde Buchanan zijn memoires, waarin hij zijn acties
en methodes verdedigde. Twee jaar later stierf hij in Wheatland,
waarna hij bijgezet werd in de Woodward Hill begraafplaats in Lancaster.
Historici in latere periodes, tot op de dag van vandaag, bekritiseren
zijn onwilligheid of onkunde bij het ingrijpen van de afscheiding
in 1860. Ook wordt hij gezien als een van de slechtste presidenten
ooit. Gebaseerd op verschillende ranglijsten gemaakt in de laatste
honderd jaar moet hij alleen Warren G. Harding achter zich laten.
Hij is daarom ook een van de presidenten met de minste gedenkbeelden
en slechts drie counties zijn naar Buchanan vernoemd.