Presidenten van Amerika: James Abram Garfield

James Abram Garfield

Geboren: 19 november 1831
President: 4 maart 1881 - 19 september 1881
Overleden: 19 september 1881

De 20e president van de Verenigde Staten zou de geschiedenis ingaan als een voorstander van gelijke rechten. Hij had geen angst om mensen van Afrikaanse afstamming te benoemen in belangrijke overheidsposten. Desondanks liep het niet goed af met de tolerante man die James Abram Garfield heette.

Voor presidentschap

Vroege leven

Op 19 november 1831 zag James Abram Garfield het levenslicht. In wat nu Moreland Hills in Ohio heet was de plaats waar de latere president geboren werd. Als jongste van vijf kinderen groeide hij op in een vaderloos gezin, aangezien deze stierf toen de kleine James nog maar zeventien maanden oud was. Toen hij zestien was, verpeste hij zelf zijn droom om marinier te worden. Nadat hij terugkeerde naar zijn thuis, begon hij te studeren aan de Geauga academie. Daar raakte hij geïnteresseerd de wetenschappen, zowel in het studeren daarvan als het lesgeven daarin. Om zijn studie te kunnen betalen werkte Garfield als timmerman. In 1849 accepteerde hij een baan als leraar. Desondanks bleef hij leren en tussen 1851 en 1854 ging hij naar wat later het Hiram College zou gaan heten in het gelijknamige stadje in Ohio. Daar werd hij begeleid door Platt Rogers Spencer, die hem interesseerde in de Griekse en Latijnse kennis. Na deze opleiding studeerde hij in Williamstown, waar hij in 1856 met lof afstudeerde.

James Garfield als jongemanNa zijn opleiding ging Garfield kortstondig aan de slag als priester voor de Franklin Circle Christian Church. Deze baan hield hij echter niet lang, omdat hij rector wilde worden in de staat New York. Hij werd echter niet aangenomen en daarom keerde hij terug naar een van zijn oude scholen. Daar gaf hij les in de klassieke talen en later werd hij voorzitter van het instituur. In deze tijd gaf hij te kennen in te stemmen met het republikeinse gedachtegoed en een tegenstander van de slavernij. In de verkiezingen in 1857 en 1858 ging hij aan de slag binnen de politiek als spreker voor de partij.

Ook in zijn persoonlijke leven verging het Garfield goed. In november 1858 trouwde hij met Lucretia Rudolph waarmee hij zeven kinderen kreeg. Een van zijn kinderen zou ook de politiek ingaan en later in de regering van president Theodore Roosevelt actief zijn.

Hoewel Garfield lesgeven altijd met veel plezier had gedaan, besloot hij een andere functie na te streven. Daarom studeerde hij vanaf 1859 rechten. In 1860 werd hij al toegelaten tot het college van advocaten. Tegen die tijd was hij al een staatssenator in Ohio voor de republikeinse partij.

Bij het begin van de Amerikaanse burgeroorlog werd Garfield een kolonel in het leger van de Noordelijke staten. Onder de leiding van generaal Buell voerde hij verschillende infanterie regimenten aan om de legers van de zuidelijke staten uit het oosten van Kentucky te verdrijven. Op 6 januari 1862 behaalde hij zijn belangrijkste overwinning. Hij liet generaal Marshall geloven dat zijn leger vele malen groter was dan die van zijn opponent. Daarom trokken zij zich terug waarna Garfield op 9 januari de aanval inzette en de zuidelijke legers op de vlucht liet slaan. Deze overwinning zou een promotie tot brigadier generaal betekenen. In deze rol zou hij nog enkele veldslagen voeren met de zuidelijke staten.

In 1963 keerde Garfield terug op het slagveld, als rechterhand van William Rosecrans, die aanvoerder van het Cumberland leger was. James had meer verantwoordelijkheden dan van die positie te verwachten valt, tot aan het aanvoeren van het leger aan toe. Het intellectueel niveau van de jonge Garfield stond Rosecrans wel aan en de twee werden goede vrienden.

Terwijl hij in het leger zat werd hij geattendeerd op politieke mogelijkheden in zijn thuisstaat Ohio. Hij gebruikte zijn ervaringen en resultaten in het leger echter niet als opmaat naar een politieke carrière. Daarom ging hij niet actief campagne voeren maar liet zich verkiezen. In 1862 versloeg hij zijn tegenstander en kwam in de lokale overheid.

Hierna vertrok hij naar Washington. Aangezien hij geen zin meer had in het leger, was dit een verstandige keuze. Hij sloot zich in de hoofdstad aan bij de radicale tak van de republikeinen. Zij waren kritisch op de lakmoedige houding van president Lincoln ten opzichte van bijvoorbeeld het leger. Daarnaast had Garfield kritiek op de belangrijke generaal McClellan, die hij betichtte van het pro slavernij zijn.

Met tegenzin nam hij zijn plaats in het congres in, aangezien hij zijn taken bij het leger niet wilde verzaken. In deze zaal wist hij zich al snel te profileren door zijn luide stem en heldere standpunten. Dit zorgde ervoor dat hij een prominente plek op de vloer van het congres wist te veroveren.

Garfield verloor bijna zijn zetel in het congres in 1864. Reden hiervoor was dat hij weigerde Lincoln zijn herverkiezing te steunen. Door een goede campagne wist hij echter zijn plek te redden en zodoende een nieuwe termijn in te gaan. Lucretia voegde zich bij hem in Washington en zodoende kon hij zich voortaan settelen in de hoofdstad. Hij zou zijn plaats in het congres maar liefst 8 keer behouden, tot hij in 1880 kandidaat voor het presidentschap zou worden.

Tijdens presidentschap

Zijn presidentschap

Omdat president Hayes besloten had niet voor een nieuwe termijn te gaan, moesten de republikeinen een nieuwe kandidaat uitvaardigen. Garfield schoof John Sherman naar voren terwijl anderen James Blaine een beter alternatief vonden. Het partijbestuur besloot toen tot een compromis en stelde Garfield aan als nieuwe man. Om zijn partij achter zich te krijgen werd in New York een conferentie gehouden, waarin Garfield de rijen wist te sluiten en een eensgezindheid creëerde die hem een plek in het Witte Huis bezorgde. Hierna versloeg hij Winfield Scott Hancock in de race voor het presidentschap en werd zodoende de 20e leider van het land.

Zijn presidentschap duurde echter niet lang. Slechts vier maanden was hij aan de macht toen hij op 2 juli 1881 neergeschoten door Charles J. Guiteau. Twee maanden later stierf James Garfield. In de korte tijd die hem beschoren was wist hij echter wel het postbedrijf drastisch te hervormen. Zijn enige echte beslissing als president was echter het verlenen van een vrije dag voor arbeiders, om zo de graven te kunnen verfraaien van hen die overleden in de oorlog.

Moordaanslag

De moordaanslag op James GarfieldOp 2 juli 1881 werd van president Garfield verwacht dat hij een speech zou geven op Williams College. Hij werd begeleid door Blaine, Robert Lincoln en twee van zijn zoons. Toen hij door een station liep in Washington, werd hij om half tien in de morgen neergeschoten door Guiteau. Deze was afgewezen voor een baan binnen de bureaucratie en zodoende bewapende hij zich en schoot de president neer. In de weken daarna ging het steeds slechter met de gezondheid van Garfield. Hij werd bedlegerig en kwam het Witte Huis niet meer uit. Een soort airco werd geïnstalleerd om de hitte tegen te gaan in de zomer zodat hij niet zou bezwijken aan de warmte. In september verhuisden ze naar de kust van Jersey in de hoop dat de frisse lucht goed zou zijn. Dit mocht niet baten en de president overleed in de morgen van 19 september aan een hartaanval.

Guiteau werd kort daarna voorgeleid en op 5 januari 1882 ter dood veroordeeld. Ondanks pogingen hem strafvermindering te krijgen vanwege ontoerekeningsvatbaarheid, werd hij op 30 juni van dat jaar geëxecuteerd.

Na presidentschap

Staatsbegrafenis

Herdenkingsdienst voor James Garfield in SeattleMeer dan 1500 mensen bewezen de president de laatste eer, voordat hij op de begrafenis wagen gelegd werd. Schattingen gaan dat er meer dan 70000 mensen zijn kist passeerden toen hij opgebaard lag in Washington. In Cleveland bewezen 150000 mensen hem de laatste eer. Daar bleef zijn lichaam tijdelijk tot zijn mausoleum klaar was. In San Fransisco werd een monument opgericht en ook in onder andere Washington verrezen een eerbetoon aan de vermoorde staatsman. Op 19 mei 1890 werd zijn lichaam voor de laatste keer verplaats, naar de Lake View begraafplaats in Cleveland. Deze ceremonie werd onder meer bijgewoond door voormalige en toekomstige presidenten als Benjamin Harrison en William McKinley. Hij werd geroemd om zijn leidinggevende kwaliteiten en invloed welke hij gehad had op de Amerikaanse geschiedenis. Op vijf panelen werd de overleden president geëerd als een redenaar, generaal van de Unie, terwijl hij de eed als president aflegde, zijn opgebaarde lichaam stond op een paneel en een waarop hij als leraar afgebeeld was. Het was de derde keer in de geschiedenis van de Verenigde Staten dat het land binnen een jaar drie presidenten had.

De dood van Garfield zorgde er wel voor dat het systeem van bureaucratie aangepast werd. Senator George Pendleton diende een wet in, die later aangenomen werd als de Pendleton wetgeving. Deze wet zorgde ervoor dat ambtenaren niet meer hun plek konden kopen maar dat ze die moesten verdienen. Onlangs kwam er nog materiaal uit de tijd van president Garfield naar boven. Slechts 45 dagen voor de aanslag op hem zouden Lucretia Garfield en Joseph Stanley-Brown een levensverzekering voor de president afgesloten hebben. De opbrengst hiervan was 10000 dollar, een gigantisch bedrag in die tijd. Aangezien beide betrokkenen aanwezig waren bij de aanslag heeft dit geleid tot vele complottheorieën.