Aat & Ineke Utah marathon 2005

Reisverslag van onze marathonreis in september en oktober 2005.

Op 6 september 2005 vertrekken wij voor een camperreis naar Amerika. We gaan daar een aantal nationale parken bezoeken en op 17 september 2005 lopen we in Logan de marathon van Utah. We blijven in Amerika tot 14 oktober 2005 en vliegen dan terug naar Amsterdam.

De eerste plannen voor deze reis dateren al van een paar jaar geleden. In het loopblad Runner's World stond in december 2002 een artikel over de marathon van Logan. Toen we dat lazen namen we het besluit om ooit eens die marathon te gaan lopen. Maar om nu alleen voor het lopen van een marathon naar Amerika te gaan.......daar hoort natuurlijk ook een vakantie bij. En dit jaar gaat het er dan van komen!

In de voorbereiding op onze marathon-/ vakantiereis zijn we op 8 april 2005 naar Tioga Tours in Sint Jansklooster geweest. In het huis waar Tioga is gevestigd stonden en hingen allerlei spullen uit en over Amerika. Samen met Iris hebben we aan een grote tafel onze idee�n besproken. Zij was heel enthousiast en gaf ons vele tips voor de reis. Hierbij kon je duidelijk merken, dat zij er zelf diverse malen geweest was. In de loop van dat uur ontstond bij ons zo zachtjes aan een beeld over de reis. Onze voorlopige planning voor het eerste gedeelte van onze reis is dat we op 6 september aankomen in Las Vegas en daar een nacht blijven slapen, want zoals Iris ons adviseerde: "Na zo'n lange reis ben je toch niet ge�nteresseerd in alle leuke dingen van Las Vegas. Ga lekker slapen en haal de volgende dag je camper op". Als we op 7 september onze camper hebben opgehaald rijden we via Zion, Bryce Canyon en Capitol Reef naar Logan, zo'n 120 km ten noorden van Salt Lake City.

Op 17 september 2005 om 07.00 uur start de Utah marathon in Logan. Ondertussen hebben we ons daarvoor ingeschreven. Dit kan allemaal via Internet en voor 122 euro was alles geregeld. We willen vooraf een paar dagen wennen aan de hoogte. De marathon start bovenop een berg, op een hoogte van bijna 1800 meter, en het parcours loopt voor het grootste deel naar beneden. Het eerste gedeelte loop je door de canyon en daal je het meest. De finish is ongeveer 400 meter lager. De marathon presenteert zich met mooie plaatjes en dito slogans, kijk maar op de link. "The woods are lovely dark and deep, but I have promises to keep, and miles to go before I sleep." "This course is fast, this course is incredibly scenic, this course is USATF certified for Boston and the Olympic trials".

Een belangrijk onderdeel van de voorbereidingen op de reis is de training voor de marathon. Voor ons allebei is dit de 8e marathon dus we weten wat we moeten doen. In juni zijn we begonnen met de echte marathontrainingen. Naast twee maal per week fitness trainen we iedere dinsdag en donderdag bij onze eigen vereniging, PAC in Rotterdam. Op zaterdag lopen we meestal ongeveer een uur, waarvan het grootste gedeelte in het tempo waarin we de marathon willen lopen. Zondags staat er altijd een lange duurloop op het programma. De laatste weken voor de marathon hebben we de fitnesstrainingen geschrapt en concentreren we ons helemaal op het lopen.

Omdat er uit onze loopgroep ook een paar mensen zijn die op 25 september de marathon van Berlijn gaan lopen, doen we die lange duurloop meestal met een groepje. We moeten tenslotte allemaal onze "kilometers maken" en zo kun je onderweg nog eens met verschillende mensen een praatje maken. Goed voor de afwisseling! We hebben nu nog een maand te gaan en het grootste gedeelte van ons marathonschema hebben we al achter de rug.

Na de marathon hebben we gepland om nog een dag in Logan blijven om uit te rusten en daarna vertrekken we richting noorden. Ons voorlopige reisschema ziet er als volgt uit: Craters of the Moon, Yellowstone, Grand Teton, Rocky Mountains, Moab, Arches, Monument Valley, Canyon de Chelley, Navajo, Grand Canyon, Death Valley en terug naar Las Vegas. Ons aanvankelijke plan was om in het begin van de vakantie naar Death Valley te gaan, maar je mag er voor 15 september niet in met de camper. Daarom is Death Valley naar het einde van de reis verhuisd. Volgens Iris hebben we ruim de tijd en kunnen we alles op ons gemak bekijken. Natuurlijk kan er nog van alles veranderen en we zien dan ook wel hoe de reis loopt als we eenmaal in onze camper rondrijden. Aan het einde van de reis willen we nog 2 dagen in Las Vegas kijken, gokken en genieten. We verblijven dan in hotel Circus Circus.

Woensdag 31 augustus. Zo langzamerhand begint het toch dichtbij te komen. Afgelopen weekend hebben we onze laatste lange duurloop gedaan. Met de trein naar Hoek van Holland en van daaruit teruglopen naar Rotterdam. Het lopen ging heel behoorlijk en ook de dagen erna hadden we geen last van onze benen. Wel was het flink warm, dus dat betekende heel veel drinken onderweg. Bij een tankstation hebben we zelfs allebei nog een halve liter water extra gehaald. Inekes rugblessure is nog niet helemaal over, maar met hulp van Theo (fysiotherapie) en Pia (sportmassage) moet het uitlopen van de marathon toch wel mogelijk zijn. Maandagochtend om half acht voor de laatste keer naar Theo en dan moet het goed zijn.

Inmiddels hebben we de vliegtickets, de bevestiging van de camperhuur en de hotelbevestigingen ontvangen. Op 6 september 2005 om 10.25 uur vertrekken we van Schiphol met vlucht Delta 39 naar Atlanta. Daar stappen we over op vlucht Delta 841 en om 16.44 uur plaatselijke tijd komen we aan in Las Vegas. Aansluitend overnachten we in het Americas Best Value Inn en de volgende dag halen we bij Road Bear de camper op. Op 14 oktober 2005 om 11.24 uur vertrekken we met vlucht Delta 644 uit Las Vegas en met een overstap in Cincinnati op vlucht Delta 42 landen we op 15 oktober 2005 om 09.35 uur weer op Schiphol.

Zondagochtend 11 september. Even gelegenheid om een eerste impressie te geven van onze vakantie tot nu toe. Na een vlucht van 9 uur naar Atlanta en aansluitend nog eens 4 uur naar Las Vegas arriveren we dinsdag rond 17.30 uur lokale tijd in ons motel. Met rugzakken (handbagage) maar zonder onze koffers en wheelbag. Die verschenen niet op de bagageband. Waarschijnlijk achtergebleven in Atlanta, maar de medewerkster van Delta Airlines heeft goede hoop dat ze diezelfde avond nog kunnen worden afgeleverd in ons motel. Ondanks het tijdsverschil met Nederland voelen we ons nog fit en daarom gaan we Las Vegas in. Natuurlijk de Strip over. Wat een enorme ervaring, je weet haast niet waar je moet kijken. Groot groter grootst, van New York met het vrijheidsbeeld loop je naar Monte Carlo en Parijs en dat in een half uur! Om een uur of tien beginnen we toch wel moe te worden, dus terug naar het motel en slapen... voor zover dat gaat met de lawaaierige airco (het is nog 35 graden) en toch wel wat zorgen om de bagage die er nog niet is.

Maar hoera, de volgende ochtend is de bagage terecht en kunnen we de camper halen. Een bakbeest van 7,5 meter, gelukkig stapt Aat achter het stuur of het zijn dagelijks werk is en nu kan de vakantie echt beginnen. Onze eerste overnachting is op een RV park naast een hotel/casino in de buurt van Las Vegas. Als ervaren Europa-kampeerder verwacht je dan een soort camping, maar het blijkt een parkeerplaats voor campers. Kaal asfalt maar wel een mooi uitzicht op de bergen en toegang tot een zeer luxueus zwembad bij het hotel, compleet met waterval, ligstoelen en palmbomen. Met een temperatuur van 38 graden is dat niet verkeerd!

Donderdag onze eerste kennismaking met de National Parcs. Zion staat op het programma. Prachtige natuur met indrukwekkende rotsen. Wel warm, daarom een makkelijke wandeling langs de beschaduwde oevers van de Virgin River. Na een nacht op een KOA-camping (dat begint al wat meer op ons idee van camping te lijken) vertrekken we vrijdags naar Bryce Canyon. Deze keer vinden we op een camping vlak voor het park een prachtige plaats midden tussen de pijnbomen. Meteen met de shuttlebus het park in. Een perfect systeem, je kunt op een aantal plaatsen in- en uitstappen om te wandelen of alleen maar de natuur over je heen te laten komen. Natuurlijk ken je de plaatjes, maar als je er eenmaal loopt is het zo indrukwekkend dat je de neiging krijgt om te fluisteren.

Na een simpele wandeling over de rand van de canyon, de rim trail, gedeeltelijk begeleid door Josh, een ranger die van alles vertelt (als het onweert niet onder een boom gaan staan maar gehurkt in het open veld gaan zitten, " play duck, get wet" ) gaan we terug naar de camping. Die ligt op ruim 2000 meter hoogte en als het dan 's nachts onbewolkt is.....ja dan wordt het koud. Net boven 't vriespunt. En omdat wij bij onze camperinventaris een dun dekbed hebben gekregen hebben wij het ook koud. Zeker Ineke. Dikke sokken aan helpt wel iets maar niet veel. We hebben al visioenen van de aanschaf van flanellen pyama's en een extra deken als we ons de volgende ochtend bedenken dat er in de camper ook verwarming zit..... dat hebben we normaal gesproken in ons koepeltentje natuurlijk niet.

Zaterdag een prachtige wandeling in Bryce Canyon. Met de shuttlebus naar het eindpunt en vandaaruit terug lopen. Gedeeltelijk over de rim trail maar ook een schitterende tocht door de kloof over de Navajo trail en de Queens Garden trail. Eerst 150 meter zig-zag steil naar beneden, dan een gedeelte tussen de rotsen en pijnbomen door en daarna natuurlijk ook weer, maar dan wat geleidelijker, diezelfde 150 meter omhoog.

Vandaag gaan we verder naar het noorden. Zaterdag a.s. moet de marathon gelopen worden en daarop moeten we ons wat gaan voorbereiden. Gisteren zo'n 40 minuten getraind. Het scheelt nogal wat (voor de kenners: zo'n 15-20 hartslagen per minuut) of je je duurloopje op het laagste punt van Nederland doet of op ruim 2000 meter hoogte..... Praten tijdens het lopen wordt ineens een stuk moeilijker. Pech voor Ineke! Maar misschien werpt deze hoogtetraining zaterdag zijn vruchten af. We houden jullie op de hoogte!

Vandaag, dinsdag 13 september, een bezoek aan de bibliotheek van Salt Lake City. Gisteren zijn we daar ook al even geweest. Als bezoeker kun je hier een pasje krijgen waarmee je twee uur per dag gebruik kunt maken van internet. Een mooie gelegenheid dus om even wat op de homepage te zetten. We hebben gisteren een rondleiding gehad in het tempelcomplex. In Salt Lake City is het hoofdkwartier van de Mormoonse Kerk. Enorme gebouwen en een grote bibliotheek waarin je gegevens van je voorouders kunt opzoeken. Je wordt er rondgeleid door jonge mensen die als een soort missionaris vanuit hun land van herkomst voor anderhalf jaar worden uitgezonden. Een heel bijzondere ervaring!

Morgen gaan we naar Logan. Nog vier dagen en dan mogen we de marathon lopen. We hebben ook hier in de buurt al wat gelopen. Niet zo hoog als in Bryce Canyon, maar nog steeds merk je dat je minder zuurstof krijgt dan thuis. We wachten af....... na de marathon horen jullie meer van ons.

Zondag 18 september 2005. �Moe maar voldaan�. Dat is zo ongeveer hoe we ons voelen na het lopen van de Top of Utah-marathon. Een heel bijzondere ervaring, niet te vergelijken met de marathons die we tot nu toe gelopen hebben. Woensdag de 14e arriveren we in Logan. Over de weg, middenin het centrum, een groot spandoek: �Welcome to the runners of the Top of Utah-marathon�. Het begint meteen al te kriebelen! We zetten onze camper neer op een RV-park achter een hotel, een stukje buiten Logan. Niet zo�n erg gezellige camping, maar wel praktisch: van daaruit vertrekken zaterdag shuttlebussen naar Logan en voor na de marathon is er een zwembad.

Tot aan de marathon doen we niet veel bijzonders. Om ons een beetje te ori�nteren rijden we de marathonroute - voor een groot gedeelte een schitterende weg door de canyon van de Black Fork River � en we genieten van het prachtige weer in het Merlin Olsenpark, waar ook de finish van de marathon zal zijn. Een leuk park, dat volop gebruikt wordt door picknickende mensen, basketballende jeugd en heel veel ouders met jonge kinderen die zich uitleven in de speeltuin.

Vrijdagavond kunnen we de startnummers ophalen en is er een pastaparty. Die wordt gehouden in een restaurant midden in Logan. Heerlijk eten, een band die gezellige muziek speelt en zelfs een rad van avontuur. Voorzien van startnummers en bagagetassen gaan we op tijd terug naar de camper. De wekker staat op 3.00 uur!

Om 4.45 uur rijdt zaterdagochtend de shuttlebus voor. In Logan stappen we over op een schoolbus die ons naar de start zal brengen. In het pikkedonker over een slingerende weg de berg op. Met allemaal toch wel zenuwachtige lopers een soort schoolreisgevoel! Als we om 5.45 uur boven op de berg aankomen is het nog steeds donker. Op het slingerende pad van de parkeerplaats naar de start, zo�n 150 meter verderop, staan allemaal lampjes en bij de startlijn zijn twee kampvuren aangestoken. Wat een sfeer!

Tegen zevenen wordt het wat lichter. Om 6.50 uur zijn de wheelers weggeschoten - letterlijk, door mensen met lange geweren in de kleding zoals pelsjagers die vroeger droegen - en om 7.00 uur mogen de lopers weg. Het is een graad of vijf, niet zo koud als we hadden verwacht maar dat heeft een reden: �t is bewolkt en na zo�n half uur begint het te regenen en te waaien. Een flinke wind pal tegen. Maar ondanks het wat mindere weer blijft het een schitterende route. Rondom bergen, bomen in herfstkleuren, een snelstromend riviertje langs de weg en enthousiaste vrijwilligers langs de route. Publiek is er nog niet, dat mag pas op het parcours als we de canyon uit zijn.

Gelukkig wordt het na een tijdje droog, maar dan zijn de bovenbenen al behoorlijk stijf geworden. Aanvankelijk loopt Ineke een stukje voor Aat, maar bij het verlaten van de canyon slaat de kramp in haar rechterbeen toe. Eerst alleen in het bovenbeen, later ook in de kuit. Dat wordt regelmatig wandelen. Aat loopt in een gestaag tempo door en nadat we elkaar een paar keer zijn gepasseerd lopen we vanaf ongeveer de veertigste kilometer samen verder.

Als echte PAC-leden lopen we al onze wedstrijden in clubtenue: een groene broek en een oranjegroen shirt. En natuurlijk hebben we die kleding ook nu aan. Tijdens de hele wedstrijd krijgen we er veel reacties op en zeker als je dan met z�n twee�n loopt heb je veel bekijks. De toeschouwers vinden het prachtig!

De laatste loodjes zijn ook deze keer weer het zwaarst, maar hand in hand komen we in een nettotijd van 4.14.22 over de finish. Een persoonlijk record voor Aat! We krijgen een enorme medaille omgehangen en kunnen ons in het finishgebied tegoed doen aan drinken en eten in overvloed. Ook hier worden we door allerlei mensen aangesproken met complimenten over ons tenue. Het maakt wel indruk. �You�ve got the coolest outfit I�ve seen in this marathon� en dat menen ze dan ook nog.

Inmiddels is het prachtig weer geworden en daarom blijven we nog een poosje in het park zitten en rondlopen. Proberen of we de stijve spieren wat kunnen ontspannen. En het is geen straf om er nog even te zijn, heel veel marathonlopers doen hetzelfde onder het genot van een prima muziek spelende band. Opvallend trouwens hoeveel stellen allebei hebben gelopen.

Voor we de shuttlebus naar de camping willen nemen kijken we nog even op de voorlopige uitslagenlijsten die inmiddels zijn opgehangen. En dan blijkt dat we nog even moeten wachten op de prijsuitreiking: Ineke is als vierde ge�indigd in haar leeftijdscategorie en dat levert een prijs op. Dan nog maar even terug het park in. De speaker verontschuldigt zich want hij heeft wat moeite met het uitspreken van de naam �Ineke� en op zijn lijst staat niet vermeld uit welk land Ineke komt. Als blijkt dat dat Nederland is gaat er een groot gejuich op: dat iemand helemaal uit Nederland komt en dan ook nog een prijs wint, dat vinden de toeschouwers prachtig. En dan kunnen we eindelijk terug naar de camper. Lekker douchen, even zwemmen, in het bubbelbad en dan een lekker biertje op de goede afloop.

Vandaag hebben we rustig aan gedaan. De spieren zijn nog niet helemaal wat ze moeten zijn. Een mooie tocht gemaakt over de Logan Canyon Scenic Byway naar Bear Lake, nog even geluierd in het park en maandag op naar het tweede deel van onze vakantie.

Maandag 26 september 2005. Na ruim een week weer een echte update van onze homepage. Je kunt het je in deze tijd eigenlijk niet meer voorstellen, maar de afgelopen week zijn we min of meer onbereikbaar geweest. De mobiele telefoons hebben geen bereik in de woeste natuur waar wij zaten en een internetverbinding zijn we ook niet tegengekomen. En er valt weer genoeg te vertellen.

Vorige week maandag, twee dagen na de marathon. De spieren beginnen weer behoorlijk in het gareel te komen, alleen bij het naar beneden lopen protesteren ze nog. Vooral het rechterbeen van Ineke. Maar gelukkig krijgen ze eerst nog wat rust, want er staat een behoorlijke rit op het programma, naar het National Park Craters of the Moon. Tot een paar maanden geleden een voor ons onbekende naam, maar bij het bezoek aan Tioga Tours krijgen we van Iris de suggestie dit park zeker aan te doen. En het blijkt een gouden tip. Als we na een lange en toch wel wat saaie rit door de vlakten van Idaho bij Craters of the Moon aankomen, weten we niet wat we zien. Een zwarte vlakte met bergen en kraters, inderdaad een soort surrealistisch maanlandschap. In het park is een camping, midden tussen de lavarotsen. Er is geen elektriciteit en geen wateraansluiting, maar wel een prachtige plek voor onze camper. En als het dan �s avonds donker wordt, is het ook echt donker. Je ziet geen hand voor ogen, totdat de maan opkomt. Een prachtige sterrenhemel en bijna volle maan, dat is pas genieten. De volgende dag gaan we vroeg het park in en klimmen naar een paar mooie uitkijkpunten. We zijn er bijna helemaal alleen, een heel bijzondere ervaring. We gaan onwillekeurig fluisteren, zo stil is het om ons heen.

�s Middags rijden we naar de westelijke ingang van het National Park Yellowstone. Eerst weer over die lange saaie weg in Idaho, maar met de ervaring van Craters of the Moon in ons hoofd nemen we dat op de koop toe. Maar gelukkig, hoe dichter we bij Yellowstone komen, hoe mooier de route wordt. In West Yellowstone zoeken we een camping, vlak bij de ingang van het park. Zo kunnen we woensdagochtend vroeg op pad. We rijden vanaf de westelijke ingang naar Hot Mammoth Springs, in het noordelijk gedeelte. Onderweg stoppen we natuurlijk regelmatig om een stuk te lopen en te genieten van de geuren en kleuren van al die bijzondere natuurverschijnselen. Geisers in alle soorten en maten, bronnen en steenformaties in prachtige kleuren en een overal aanwezige geur van zwavel. Om het in gewoon Nederlands te zeggen: er hangt een rotte eierenlucht. Ook zien we onderweg heel veel wild: bisons, herten (elks), kleinere dieren als marmotten, maar zelfs ook een adelaar en een coyote.

Donderdag gaan we met een klein busje onder leiding van Paul, een chauffeur / gids, het park in. Op die manier kan Aat beter genieten van alles wat er te zien is, want hoewel het hoogseizoen en dus de ergste drukte voorbij is, moet je als je zelf rijdt toch wel goed op de weg blijven letten. Paul weet veel over Yellowstone en de dieren te vertellen en we hebben dan ook een geweldige dag. We rijden door het zuidelijke gedeelte, onder andere langs de bekendste geiser, de Old Faithful. Die werkt bijna volgens de klok, zeggen ze. En ja hoor: Paul heeft onderweg even telefonisch contact met het visitor centre om te vragen hoe laat de volgende uitbarsting is. Dat hangt kennelijk af van de kracht en de duur van de uitbarsting ervoor. Om 11.07 uur, wordt gezegd. En inderdaad, precies om 11.07 uur begint de geiser te spuiten. Onvoorstelbaar!

Vrijdagochtend vertrekken we uit West Yellowstone. We gaan naar Grand Teton, het National Park ten zuiden van Yellowstone, waar we echt willen gaan hiken (klinkt wat stoerder dan wandelen maar is hetzelfde). Onderweg begint het flink te regenen. Jammer, maar ondanks dat is de route prachtig. De bomen krijgen allemaal al herfstkleuren en bij elke bocht in de weg heb je weer de neiging om een foto te maken. We lunchen op een uitkijkpunt met gezicht op de bergen. De neerslag die bij ons is gevallen als regen is daar neergekomen als sneeuw. In drie uur tijd zijn de toppen van de bergen helemaal wit besneeuwd. We gokken erop dat het de volgende dag beter wandelweer is en zoeken een plekje op een camping in het park. Weer een plekje zonder voorzieningen, maar prachtig gelegen. En als echte tentkampeerders zijn we natuurlijk gewend om een beetje primitief te kamperen. Wat dat betreft is het in een camper allemaal wel erg (soms te) luxe! Gelukkig is het droog geworden en schijnt de zon zelfs weer volop, dus we genieten nog een poosje van de omgeving. Omdat er in die omgeving veel beren zijn, de afgelopen maand zijn er verschillende gezien in de buurt van de camping, moeten we alle etenswaren en andere lekker ruikende zaken goed opbergen en geen afval laten slingeren. Dat doen we natuurlijk maar die beren hopen we toch nog te zien��

Helaas, de volgende ochtend geen beren maar wel regen. En niet zo�n klein beetje ook, het hoost en het onweert. Niet wandelen dus, zulke bikkels zijn we nu ook weer niet. Eerst maar even boodschappen inslaan in de plaatselijke supermarkt. Ook daar is alles groot, van de winkelwagentjes tot de gangpaden. En ook het assortiment is enorm, je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het krijgen - behalve als je in Utah op zondag bier wilt kopen, want dat kan niet: op zondag mag geen alcohol verkocht worden! Voorzien van een voorraad voor een paar dagen gaan we zuidwaarts. In Rock Springs staan we op een KOA-camping. Wel makkelijk, we kunnen de afvaltanks legen, de watertank vullen en lekker douchen, maar verder een camping om snel te vergeten.

Zondag via een prachtige weg � het wordt eentonig maar wat een indrukwekkende natuur zien we hier � naar Dinosaur National Monument bij Vernal. Gelukkig heeft Aat geen moeite met bochten nemen, want de route gaat over smalle bergweggetjes! De muur van het visitor centre is heel bijzonder: een rotswand waarin duizenden dinosaurusbotten zijn achtergebleven is gebruikt als wand van het gebouw. We zijn net op tijd voor een verhaal van een ranger over de opgravingen die hier zijn gedaan. Bij alle National Parks die we bezocht hebben spreken we erg enthousiaste rangers die graag bereid zijn om je tips te geven. En ook in Dinosaur is dat weer zo, de ranger raadt ons aan om op de camping in het park te gaan staan. Je raadt het al: ook hier helemaal niks, alleen stilte en een geweldige plek aan de Green River. Ineke maakt �s avonds nog een wandeling door de heuvels in de hoop bighorn sheep te zien. Die zijn regelmatig in die omgeving te vinden, alleen nu niet. �s Nachts is het flink koud, rond het vriespunt, maar maandagochtend 26 september schijnt de zon al meteen stralend en wordt het snel warmer. We rijden een stuk verder het park in. Daar zijn rotstekeningen te zien, die ongeveer 1000 jaar geleden zijn gemaakt door de Fremont-indianen. Het mooie is dat je er zo dicht bij kunt staan dat je ze aan zou kunnen raken. Doen we uiteraard niet, maar het geeft je wel een heel bijzonder gevoel.

Daarna door naar het zuiden. In Rangesly, een stadje midden in de kale vlakte van Colorado, stappen we de bibliotheek binnen waar we contact met het thuisfront houden via de e-mail en even een tussentijdse korte update van de homepage maken. Aan het eind van de middag arriveren we in Moab. De bedoeling is om hier ��n nacht te blijven en dan een paar nachten te gaan staan op campings in Arches en Canyonlands. We willen daar een paar mooie wandelingen gaan maken. Als het weer maar meewerkt: maandag is het prachtig weer maar de voor de komende dagen worden onweersbuien voorspeld!

En inderdaad, onweersbuien komen er. Gelukkig niet meteen, als we dinsdagochtend opstaan is het prachtig weer, zodat we buiten kunnen ontbijten. Lekker in het zonnetje met uitzicht op de bergen. Daar kun je hier niet omheen. Op weg naar de camping hebben we gisteren al een voorproefje gekregen van alles wat we hier in het National Park Arches kunnen gaan zien. Rode rotsformaties die hoog boven je oprijzen, weer een heel ander landschap dan we tot nu toe hebben gezien. We willen proberen een plaatsje te krijgen op de camping helemaal aan het einde van het park, in Devils Garden. Van daaruit schijn je vooral bij zonsopgang en zonsondergang een prachtig uitzicht te hebben. Als je niet lang tevoren hebt gereserveerd is het een kwestie van �first come, first serve� dus we gaan op tijd weg. Maar bij het visitorcentre � spiksplinternieuw, net een week geleden geopend � blijkt dat we al te laat zijn: om half acht die ochtend waren alle beschikbare plaatsen al vergeven. Helaas, dan maar gewoon naar boven om bij Devils Garden te gaan wandelen. Volgens de voorspellingen komen de onweersbuien pas aan het eind van de middag.

Onderweg naar Devils Garden zien we overal rondom ons heen de meest bizarre rotsformaties. Zoals de naam van het park al aangeeft zijn rotsbogen kenmerkend voor deze omgeving. Overal langs de weg zijn uitwijkmogelijkheden om de bijzondere formaties goed te kunnen bekijken. We voelen ons nu wel echte toeristen, we kunnen alleen maar stilstaan op aangegeven plaatsen en daar staat dan ook iedereen dezelfde foto van dezelfde rotsboog te maken. Gelukkig is het echte seizoen een beetje afgelopen, je moet er niet aan denken hoe het er hier in het hoogseizoen uitziet!

Bij Devils Garden aangekomen besluiten we de Devils GardenTrail te gaan lopen. Volgens de omschrijving is het een redelijk te lopen route, maar er zijn wel wat punten die niet zo geschikt zijn voor mensen met hoogtevrees. Aat is niet zp�n held op hoogte, maar we zien wel hoe ver we komen. Voorzien van veel water, want het is flink warm geworden. Het blijkt een prachtige route te zijn die het nodige klauterwerk vraagt. Het eerste gedeelte is makkelijk begaanbaar en daar lopen dan ook heel veel mensen. Maar na Landscape Arch, een enorme boog die op het dunste gedeelte maar 1.80 meter is, wordt de route moeilijker en haken veel wandelaars af. Wij gaan gewoon door, want op de kaart hebben we gezien dat aan het einde van de route Dark Angel wacht. En wat dat is willen we graag weten. Op een gegeven moment loopt de route boven over een �finn�, een relatief smalle maar heel hoge bergkam. Voor Aat is het dan welletjes, maar Ineke wil proberen tot het einde van de trail te komen. Het is wel een heel speciaal gevoel om zo hoog over een bergkam te lopen, maar de rots is goed begaanbaar. Het einddoel komt nog maar steeds niet in zicht, het wordt donker en het gaat harder waaien. Daarom gaat Ineke op een gegeven moment toch maar terug. Helaas, Dark Angel zal voor ons altijd een mysterie blijven.

Als we onderweg zijn naar de camping gaat het echt regenen en onweren. En het weer blijft instabiel. Woensdag gaan we naar Dead Horse Point, bekend uit films als Thelma & Louise en Mission Impossible 2. Ook dan regen en onweer, en vooral het laatste is de reden dat er van wandelen op dat schitterende punt niet veel komt. Maar aan de andere kant is het ook wel heel speciaal. Op alle foto�s die je van die omgeving ziet is het prachtig weer, liefst zonsopgang of zonsondergang, en wij zien dreigende luchten, regenbuien in de verte en ook fel oplichtende plekken in de zon die af en toe door de wolken heen komt. Heel indrukwekkend en op de een of andere manier meer iets van jezelf. Omdat in het visitorcentre voorspeld wordt dat het onweersachtig zal blijven besluiten we niet in het park te blijven en daar de nacht door te brengen. We dalen weer af naar Moab en ontdekken daar winkels waar we ons met onze creditcard in de hand helemaal kunnen uitleven.

De volgende dag naar Cayonlands. Vanaf de highway nog 35 mijl landinwaarts. Aanvankelijk lijkt het een vriendelijk landschap met bomen en zelfs weiden met koeien maar al snel wordt het weer heel spectaculair. Rotsformaties die ineens uit het landschap oprijzen in allerlei kleuren rood/bruin. We rijden snel door naar de camping in het park want ook daar is maar beperkt plaats dus je moet snel zijn. Gelukkig vinden we er een plekje met uitzicht op de bergen (natuurlijk). We lopen �s middags een prachtige route over de slickrock met schitterende vergezichten. Allebei voelen we Canyonlands als een verademing na Arches. Hier is het heel rustig, tijdens de wandeling komen we welgeteld twee mensen tegen die ook samen lopen. En de stilte is overweldigend. Ook op de camping is dat zo. Heel ruime plaatsen, je ziet je buren nauwelijks en om je heen alleen maar de geluiden van vogels en insecten. Voor de zonsopgang hebben we zelfs de wekker gezet. Aat kan de moed niet opbrengen maar Ineke loopt om 6.50 uur buiten. Niemand te zien en vanaf een rots een prachtig gezicht op de opkomende zon. Een ervaring om in een lijstje te zetten.

Onze volgende bestemming is Monument Valley. Daar zijn we gisteren, vrijdag 30 september gearriveerd. Midden in de woestijn in Navajo State op het grondgebied van Arizona. Je begrijpt ineens waarom indianen roodhuiden genoemd werden, als je hier even buiten bent kleeft het rode stof aan je lichaam. De camping ligt midden in de woestijn en de afgelopen nacht hoorden we steeds coyotes huilen. En de honden maar terugblaffen! Vandaag gaan we een jeeptocht maken door Monument Valley. Als bezoeker mag je met je eigen auto maar over ��n bepaalde weg een rondrit maken en om Monument Valley echt te zien moet je met een Navajo-indiaan met een jeep het gebied in. Bovendien is onze camper eigenlijk te groot om de toegestane route te rijden.

Met het gewone rijden merken we daar overigens niets meer van, we zijn na drie weken toeren helemaal aan ons huisje op wielen gewend. We kennen de kleine irritaties: er zitten geen tussenschotten in de bovenkastjes dus na een rit vind je alles door elkaar achter het voorste deurtje terug; bij het rijden valt het gordijntje van een van de ramen altijd naar beneden, dus dat halen we er elke ochtend maar even af. Op zich is het wel makkelijk om met een camper te reizen, je hebt alles bij je en als je op een camping komt zet je de motor af en je bent klaar. Maar toch missen we allebei wel het echte kamperen. Met je tentje zomaar ergens staan zonder dat je om je heen allemaal van die grote auto�s ziet. Want wij mogen dan vinden dat we een grote camper hebben, vergeleken met wat we hier zien is dit maar een kleintje. Hier rijden grote bussen met daarachter de auto gekoppeld en pick-ups met daarachter een caravan van een meter of acht.

Bij het visitorcentre van Monument Valley kun je bij verschillende kleinschalige bedrijfjes een rondrit bespreken. Wij komen in een open truck terecht met een Australische, twee Fransen en vier Engelsen. Onze Navajogids, een man van een jaar of vijftig, rijdt met ons door het algemeen toegankelijke deel van Monument Valley en ook door het gedeelte dat alleen met een Navajogeleide bezocht mag worden. Hij geeft veel informatie over wat we zien en vertelt ook het een en ander over zijn eigen leven in en buiten het reservaat, over zijn familie en over het leven van Navajo�s nu. Al met al een prima manier om wat meer over van het indianenleven te weten te komen. Op een gegeven moment komen we biij een heel bijzondere rotsformatie, the big hogan. Het is een soort grote koepel met een gat er hoog bovenin die inderdaad doet denken aan een indianenhuis, een hogan. De gids vertelt dat de Navajo�s vroeger erg bijgelovig waren en er een hekel aan hadden om in de buurt van de wanden van zo�n grot te komen omdat ze bang waren dat de geesten hen dan ziek zouden maken. Als bescherming moest dan een soort afweerlied gezongen worden. Hij gelooft daar niet meer in, zegt hij, maar hij zingt wel een lied voor ons. Je weet tenslotte maar nooit�. Natuurlijk krijgen we ook veel gelegenheid om foto�s te maken. Na drie uur komen we weer bij het visitorcentre terug, veel indrukken rijker. En niet alleen indrukken, ook een zandlaag over ons hele lichaam. Gelukkig staan we op een camping met douches dus de remedie is gauw gevonden.

We blijven in het indianengebied en gaan naar Canyon de Chelly (dat wordt uitgesproken als de Sjee). Als we daar arriveren blijkt de camping bij het visitorcentre gratis te zijn. Dat hebben we deze vakantie nog niet eerder meegemaakt. We zoeken een plekje onder de bomen (het is nog steeds een graad of 25) en besluiten een rit langs de zuidrand van de canyon te gaan maken. Dit is weer een heel nieuwe ervaring. De canyon is erg wijd en in het middengedeelte ziet het er allemaal heel groen uit. Akkertjes en bomen, een heel bijzonder gezicht midden in de woestijn. Ook dit gebied mag je alleen in met een Navajogids, alleen een wandeling naar het White House mag je op eigen gelegenheid doen. Dat is een ru�ne, onder in de kloof, van een huis dat bewoond werd door indianen zo ongeveer 1300 jaar geleden. We besluiten deze trail te gaan doen en trekken onze wandelschoenen aan. Een goed begaanbaar pad, zeker in het begin, maar wel ver naar beneden. Als we in de kloof zijn aangeland torenen de wanden van de kloof zo�n 300 meter boven ons uit. Maar wat een uitzichten en wat een mooie bestemming. De ru�ne is goed bewaard gebleven en je kunt je met een beetje fantasie goed voorstellen dat daar mensen hebben gewoond. Na de wandeling naar boven hebben we eigenlijk alleen maar zin in een koud pilsje in de schaduw. Maar dat is een probleem, want in Navajo-nation en dus ook op deze camping mag geen alcohol worden gedronken: alle indianenreservaten zijn drooggelegd. En omdat wij proberen de leefregels van onze gastheren te respecteren wordt het toch maar een colaatje. Het pilsje bewaren we dan maar tot �s avonds in de camper.

Maandag 3 oktober maken we ook hier weer een tocht onder leiding van een Navajogids. Niet te vergelijken met Monument Valley maar wel weer heel erg de moeite waard. We rijden in een 4-wheel-drive truck door de drooggevallen rivier. Hotsen, botsen, schudden en af en toe hopen dat de truck niet vast komt te zitten. Maar we hebben een ervaren chauffeur, opgegroeid in de Canyon en al 27 jaar gids. Dat rijden is dus geen enkel probleem. Grappig om te zien dat dit National Park gewoon bewoond wordt. In de zomer leven er nog zo�n 70 families die zich bezighouden met het verbouwen van groente en fruit. Zo langzamerhand zijn de meeste daarvan weer naar hun winterwoning in het reservaat teruggekeerd, maar je ziet nog steeds mensen lopen en ook liggen er houtstapels, lopen en paarden en schapen etc. Een negatief punt is wel dat er ongelofelijk veel rotzooi ligt, niet alleen in het gebied dat bewoond wordt maar ook in de rest van het park. Glas, blikjes, plastic, afvalhout, noem maar op.

In de canyon zien we een heleboel ruines van oude indianenwoningen. Gebouwd in holten in de rotsen, alleen toegankelijk via ladders. Heel veel inscripties in en op de rotsen, en op de een of andere manier maakt dat heel veel indruk. Het idee dat mensen honderden jaren geleden de moeite hebben genomen om zulke inscripties te maken en dat je er dan nu nog naar kunt kijken. Ook de verhalen van de gids zijn indrukwekkend. Hij vertelt de Amerikaanse geschiedenis uit indiaans perspectief en dat is toch wel heel anders dan het stoere cowboyverhaal dat in de westerse wereld meestal wrodt verteld. Tegen het einde van de vier uur durende rit begint het te waaien en niet zo�n klein beetje. Het stof zit overal, een flesje water drinken betekent daarna zand tussen je tanden. �igenlijk wil je dan bij terugkomst alleen maar een lekkere douchen, maar helaas, die hebben ze niet op deze camping. Wel in de camper, maar op de een of andere manier lokt ons dat toch ook niet. Maar goed, met een washandje, water en zeep word je ook best schoon. Morgen maar weer een camping met douche.

Maar nee, op dinsdagavond 4 oktober staan we weer op een camping zonder douche. Maar op zo�n schitterend plekje � die verleiding konden we niet weerstaan. Na een warme nacht � de ramen van de camper open en dan was het nog warm - zijn we �s ochtends vertrokken vanuit Canyon de Chelly richting Grand Canyon. Het heeft de hele nacht flink gewaaid en dat gaat nog steeds door. Met een hoge camper vang je dan veel wind, Aat moet het stuur echt heel goed vasthouden om te voorkomen dat we van de weg raken. En omdat er geen berm is, is dat wel belangrijk! We rijden dwars door het woestijngebied, een grote stille vlakte met een lange weg erdoor. Als we in de buurt van het stadje Tuba zijn zien we in de verte een rare gelige lucht. We komen midden in een zandstorm terecht. Op sommige gedeelten van de weg lijkt het wel of je een mistbank binnenrijdt. Een heel rare ervaring! Op een gegeven moment stoppen we bij een supermarkt om even wat inkopen te doen en te tanken en in het kleine stukje van de parkeerplaats naar binnen zit het zand overal. Ons aanvankelijke plan om hier op een camping te gaan staan laten we maar gauw varen en we rijden door naar een wat minder zanderig gebied. Jammer dat we door het stuivende zand de kleuren van de Painted Desert niet goed hebben kunnen zien, maar daar is niets aan te doen. Bij de oostingang van de Grand Canyon, in Desert View, blijkt weer een camping van de National Park Services te zijn. Een schitterend terreintje, helemaal tussen de pijnbomen, en dat er geen douches zijn nemen we dan maar weer op de koop toe. De camping ligt hoog, op ruim 2200 meter, en het is er ondanks de zon aan het eind van de middag al behoorlijk fris. We spreken de ranger en hij verwacht voor de nacht temperaturen rond het vriespunt. Maar gauw de deken weer tevoorschijn gehaald!

En inderdaad, een koude nacht! Wel heel bijzonder, de nacht ervoor was het haast te warm om te gaan slapen en nu is het maar 1 graad boven nul. We hebben dinsdag de klok een uur verder moeten zetten omdat in Arizona geen zomertijd wordt aangehouden en daardoor zijn we al vroeg wakker. We besluiten een ochtendwandeling naar de schitterende uitkijktoren van Desert View te maken en zo lopen we voor zevenen al op de camping. De zon is nog niet zo lang op en we genieten in alle rust van de Grand Canyon. Zover je kunt kijken zie je rotsen in allerlei kleuren, diepe kloven en heel ver in de diepte de Colorado River. Van afstanden kun je je hier geen voorstelling maken, de rivier ligt zo�n twee kilometer beneden ons. Een piepklein stukje rivier dat je tussen de rotsen ziet met wat witte vlekjes erop is in werkelijkheid 1600 meter lang met daarin een flinke stroomversnelling met een verval van 9 meter.

In de camper is het ook nog best fris, dus we besluiten een stukje richting onze volgende bestemming, Canyon Village te rijden en op een mooi uitkijkpunt in de zon te gaan ontbijten. Zo gezegd zo gedaan, een half uurtje later genieten we met uitzicht op de Grand Canyon van ons ontbijt. Ondanks het vroege uur zijn er al veel meer mensen die net als wij op pad zijn. Met stops op alle uitkijkpunten langs de route komen we tegen elven in Grand Canyon Village aan. Naast de gewone camping is een terrein voor campers met water, elektriciteit en afvoeraansluiting. De halte voor de shuttlebus is bij de ingang, dus dat is perfect. Er is plaats voor ons en dan gaan we eerst eens lekker douchen. Wat kun je genieten van iets dat thuis heel normaal is!

�s Middags nemen we eerst de shuttlebus, stappen hier en daar uit en wandelen een stuk. Een geweldig systeem! Donderdagochtend 6 oktober zijn we van plan om vanaf Canyon Village westwaarts de Hermits Trail te lopen. Een kilometer of vijftien over de rim tot aan het laatste punt dat je kunt bereiken, Hermits Rest. Het is weer heerlijk weer geworden, al gauw kunnen de truien uit en lopen we te genieten in de zon. Maar al gauw blijkt dat het tempo door alle stops en het kronkelende pad toch lager ligt dan we hadden gedacht. Bovendien gaat het pad regelmatig langs wel heel steile afgronden en dat is niet direct de hobby van Aat. Daarom besluiten we het middelste gedeelte van bijna vijf kilometer, dat wel erg dicht langs de afgrond loopt, met de shuttlebus te gaan. En de bus brengt ons ook van het eindpunt weer op de camping. Tegen half vier zijn we na een prachtige tocht weer op ons plekje.

Vrijdag 7 oktober, de laatste dag rond de Grand Canyon. Dwars door de Grand Canyon loopt de Bright Angel Trail, een route van zo�n 18 kilometer lang. Dat lijkt een afstand van niks, maar de tocht is zo zwaar dat het advies is die 18 kilometer niet in ��n keer te doen, maar te overnachten in de canyon. De hele tocht maken staat niet op ons programma, maar Ineke wil wel graag een gedeelte lopen om het gevoel te krijgen echt in de canyon te zijn geweest. Volgens de informatie van de National Parc Service is er op anderhalve mijl van het beginpunt een rustplaats en dat lijkt een mooi punt om naar toe te lopen en dan weer terug te gaan. Aat gaat niet mee en we spreken af dat we elkaar tussen elf en twaalf uur weer zullen treffen in de buurt van het begin- / eindpunt van de trail. Om kwart over negen vertrekt Ineke, voorzien van ruim water en wat te eten. De temperatuur is perfect, in de zon is het al wel warm maar omdat het grootste gedeelte van de trail in de schaduw van de rotswand ligt heb je daar weinig last van. Tot aan het rustpunt blijkt de trail goed begaanbaar te zijn, het moeilijkste ervan is dat het pad nogal steil naar beneden (en dus ook weer naar boven) loopt. Gelukkig is er met onze conditie helemaal niks mis en hebben we het afdalen geoefend bij de marathon, drie weken geleden. Het dalen en klimmen valt dus reuze mee, in een rustig maar gestaag tempo is het goed te doen. Een wonderlijk idee dat je na drie kwartier dalen de rotsen hoog boven je ziet uittorenen terwijl je nog niet eens halverwege de canyon bent. Op dat moment realiseer je je pas goed wat een enorm natuurverschijnsel de Grand Canyon eigenlijk is. Toen we nog thuis waren en hoorden dat je met een helikopter door de Grand Canyon kon vliegen hadden we allebei zoiets van �Is dat niet gevaarlijk, zouden de wieken niet tegen de wanden aankomen?� Maar de kloof is 16 kilometer breed����.. Van helikoptervliegen is trouwens niets gekomen, er stond veel te veel wind. Tegen kwart over elf is Ineke weer terug en precies op dat moment komt ook Aat aanlopen. De timing is dus geweldig!

Bij de lunch, lekker op een bankje in de schaduw, kan Ineke haar verhalen kwijt. Het lopen van de hele trail wordt op het verlanglijstje van �dingen die ooit nog gaan gebeuren�� gezet! Na het eten vertrekken we uit de Grand Canyon, op weg naar ons laatste National Parc, Death Valley. Eerst rijden we naar Williams. Van daaruit vertrekt ��n keer per dag een gerestaureerde stoomtrein naar het prachtige houten station van Grand Canyon Village. Williams ligt aan de route 66 en in het dorp kun je een historisch rondje 66 maken. Je waant je inderdaad in de jaren vijftig, al ziet het er allemaal wel een beetje vervallen uit. We besluiten een gedeelte van de oude route 66 te gaan rijden in plaats van de interstate. Misschien niet zo snel, maar vast wel leuker. Het blijkt een mooie route te zijn en kennelijk heeft de naam �route 66� niet alleen voor ons een bepaalde aantrekkingskracht. We zien veel motoren, vooral Harley Davidsons, met daarop mannen van onze leeftijd op hun dooie gemak rijden. Nostalgie ten top!

In Seligman, aan route 66, zoeken we een plekje voor de nacht. Het dorpje zelf is een kleinere en nog was afgeleefder uitvoering van Williams. Je staat er midden in de kale woestijn, naast de spoorlijn waarover zeer regelmatig prachtige stoomlocomotieven met daarachter lange goederentreinen rijden. We tellen de wagons een keer en komen tot 68! Maar er is een zwembad, dat dicht is maar voor ons weer opengesteld wordt, lekkere douches, een wasserette voor de laatste vakantiewas en���een radiozender met heerlijke jaren-60 muziek. In het dorpje willen we wat te eten halen en zo komen we bij een piepklein supermarktje. Een winkeltje van huiskamerformaat met planken aan de muur waarop van alle artikelen maar een paar exemplaren staan. Je kunt hier letterlijk van alles krijgen. Er is ook homemade eten te koop en dat ziet er zo lekker uit dat onze keuze gauw gemaakt is. Weer terug op de camping doen we ons tegoed aan heerlijke burrito�s met als toetje een stuk eigengemaakte pecan-taart.

Zaterdagochtend gaan we op weg naar de Hooverdam. We hebben besloten voor Death Valley toch nog een stop te maken in de buurt van Las Vegas en de Hooverdam pikken we dan mooi even mee. Eerst nog een stuk over de route 66, met bijpassende muziek op de achtergrond, en dan vanaf Kingman naar het noorden. Aanvankelijk is het een wat saaie weg maar op een gegeven moment merk je aan de bergen dat je weer in de buurt komt van de Grand Canyon. Vlak voor de Hooverdam krijgen we een veiligheidscontrole door de politie. Allemaal nog een uitvloeisel van 11 september 2001 waarschijnlijk. Meewerken aan de controle is op vrijwillige basis, maar als je niet wilt meewerken mag je rechtsomkeert maken. Van ons mogen ze in de camper kijken en dat gebeurt dan ook. In de bagageruimten, onder het bed en in het toilet wordt niets bijzonders gevonden dus we mogen door. Alleen gaat dat wat letterlijker dan we van plan zijn, want als we over de dam rijden blijkt daarna nergens een parkeerplaats voor campers te zijn. Pas na een kilometer of wat kun je keren en daar hebben we op dat moment geen behoefte aan.

We hebben meer zin in een beetje zwemmen en daarom gaan we naar het visitorcentrum van Lake Mead, het stuwmeer dat is ontstaan door de aanleg van de Hooverdam. Daar horen we dat er aan de rand van het meer een camping is en daar vinden we een prima plekje onder de bomen. Dat is ook wel nodig want het is flink warm, een graad of dertig. Zwemspullen aan en naar het meer dan maar. Maar dat valt tegen. Het meer is ontstaan doordat een aantal canyons van de Grand Canyon zijn volgelopen met water en er is dan ook geen echt strand. Je zit op het harde puin dat er bovendien niet echt aanlokkelijk uitziet. Voor watersporters is het overigens wel een prachtig gebied, zeker nu het flink waait. Er wordt druk gesurft en gezeild. Maar wij willen zwemmen en houden het dan ook vrij snel voor gezien. Het gaat steeds harder waaien en in de loop van de avond groeit dat uit tot een echte storm. Naast ons staan een paar tenten en die moeten echt aan de stokken worden vastgehouden. Als er dan ook nog een stoel in het vuur waait breken onze buren in het pikkedonker toch maar op en vertrekken naar huis. In ons huisje op wielen hebben wij nergens last van gelukkig.

Zondagochtend 9 oktober toch nog even terug naar de Hooverdam. Op advies van de ranger van Lake Mead parkeren we op de zuidoever van de dam en van daaruit lopen we over dit toch wel indrukwekkende bouwwerk. Na de verplichte foto op het midden van de dam � aan de ene kant van de plaquette sta je in Arizona, aan de andere kant in Nevada � rijden we door richting Death Valley. Op de kaart een klein stukje, maar dat valt in Amerika altijd tegen. Je rijdt al gauw een paar uur, maar daar zijn we inmiddels aan gewend. Hoe dichter we bij Death Valley komen, hoe mooier het wordt om ons heen. Allebei verwachtten we een kaal woestijnlandschap, maar we krijgen steeds meer prachtig gekleurde rotsformaties te zien. Het lijkt wel een maanlandschap in Efteling-uitvoering: kaal en ontoegankelijk maar in de mooiste kleuren, lichtgroen, roze, cr�mekleurig, chocoladebruin en zwart. Op de camping is het gelukkig niet druk en kunnen we een plek met schaduw vinden. Het is in de zon zo�n 40 graden, maar omdat het lekker waait hebben we er niet veel last van. Tegen het eind van de middag gaan we naar Zabriskie Point, waar we een prachtige zonsondergang zien. Pure romantiek, al waren we niet de enigen die dat bedacht hadden���..

We waren voorbereid op een warme nacht, maar tot onze verrassing is de temperatuur prima, dus heerlijk geslapen! �s Morgens gaan we bijtijds op pad om een tocht door Death Valley te maken. Als we zelf nog wat willen lopen moeten we dat niet op het heetst van de dag doen. Bij de Harmony Borax Mines staan nog wat huisjes en een gedeelte van de fabriek waar vroeger borax werd gewonnen. Wat een baan moet dat zijn geweest! We lopen nog een stukje bij Red Creek en klimmen op de zandduinen, maar dan vluchten we snel onze camper met airco weer in. Over een aantal wegen kunnen we met onze lange camper niet rijden (te veel hobbels, dan blijft de achterkant hangen), maar aan het eind van de middag lokt toch nog een onverharde weg die volgens de kaart ook voor auto�s langer dan 25 ft te berijden is. En inderdaad, het eerste stuk van de onverharde eenrichtingsweg gaat prima. Prachtige rotsen, schitterende kleuren, wat wil je nog meer. Maar de weg wordt steeds smaller. Op een gegeven moment komt ons tot onze verbazing weer een auto tegemoet die ons met een centimeter tussenruimte weet te passeren. Een stukje verderop zien we aan de sporen op de weg dat de auto kennelijk is gekeerd. Durfde zeker niet verder, de weg wordt steeds lastiger en smaller. Bochten en hobbels, los zand, het is een kwestie van niet stil komen te staan anders heb je een probleem. Aat brengt de camper ongeschonden aan het eind van de weg maar eerlijk gezegd hebben we van het laatste gedeelte niet echt kunnen genieten! Dat doen we wel van de stilte en de prachtige sterrenhemel �s avonds op de camping. Wat een rust!

Dinsdag 11 oktober, terug naar Las Vegas. Onze vakantie begint nu echt op z�n eind te lopen. We hebben besloten op de KOA camping (= geasfalteerd parkeerterrein) achter hotel Circus Circus te gaan staan, dus pal aan de Strip. Dan kunnen we vanavond nog even van het verlichte Las Vegas genieten. Eerst de koffers inpakken. Gelukkig hebben we een extra koffer meegenomen, dus we hebben genoeg ruimte om alles wat we de afgelopen vijf weken hebben gekocht in te pakken. En dan is het tijd voor het zwembad. Ligstoelen, palmbomen, zonnetje���.. Zo luxe hebben we het de hele vakantie nog niet gehad! Als het donker wordt gaan we de Strip op. Je kijkt werkelijk je ogen uit. Bij het Venetian varen gondels door een nagebouwd stukje Veneti�, met het San Marcoplein en de Rialtobrug, bij Treasure Island wordt een show opgevoerd compleet met een zinkend piratenschip en overal zie je lichtjes en hoor je het geluid van de duizenden gokkasten. De overgang van de natuur en de stilte van Death Valley naar Las Vegas is wel erg groot! Terug op de camping is het nog te vroeg en te warm om naar bed te gaan en buiten zitten op een stukje asfalt lijkt ons ook niks. Dus doen we de rolgordijntjes naar beneden, zetten de airco en een mooi muziekje aan en doen net of we al het geluid van buiten niet horen. Maar dat geluid blijft toch de hele nacht aanwezig, dus de laatste nacht in de camper is het slapen niet zo�n succes.

Woensdag 12 oktober. Vandaag zijn we 28 jaar getrouwd. Wel bijzonder om die dag in Las Vegas te vieren. Maar eerst de praktische zaken: camper inleveren en naar het hotel. Ook in Las Vegas is een klein stukje op de kaart toch weer een eind rijden, maar keurig op tijd staan we met een volgetankte en opgeruimde camper bij Road Bear. We hebben deze vijf weken 3680 mijl, dus 5888 kilometer gereden. Na controle van de camper - alles in orde - moeten we nog even op andere camperreizigers wachten tot we kunnen worden afgezet bij het hotel. Mooi de tijd om eens een kijkje te nemen in die enorme camperbussen die we onderweg zoveel hebben gezien. Die staan bij Road Bear voor de verhuur en de verkoop. Voor 149.000 dollar heb je een paleis op wielen, inclusief wasmachine + droger, afwasmachine, twee tv�s en grote geluidsinstallatie. Fraai om te zien, maar niet ons idee van vakantie. Samen met een paar andere Road Bear klanten worden we met een busje naar vliegveld of hotel gebracht. Onderweg krijgen we nog wat tips over bezienswaardigheden in Las Vegas. De Fremont Street Experience ligt niet aan de Strip, maar moet wel erg mooi zijn. Daar gaan we de komende dagen zeker heen.

Nadat we koffers in onze hotelkamer hebben gezet - en natuurlijk kun je alleen maar via het casino bij je kamer komen - is het half drie geworden. Tijd voor een wat late lunch. Het lunchbuffet in het hotel is enorm uitgebreid, geen wonder dat zo ongeveer de helft van de Amerikanen last van overgewicht heeft. Daarna willen we nog even in een grote outletstore gaan kijken naar kleding. Die is vlak bij Fremont Street, dus dat kunnen we mooi combineren. Omdat we de afgelopen dagen niet veel hebben gedaan en om de lunch te laten zakken gaan we lopen. Het wordt bijna eentonig: op de kaart lijkt het een klein stukje�����Maar de flinke wandeling is de moeite waard: leuke kleren voor een voor Nederlandse begrippen belachelijk lage prijs. Met een beker Starbucks koffie in de hand, we passen ons aan de Amerikaanse stijl aan, wandelen we het laatste stukje naar Fremont Street. Over de hele straat, 4 blokken lang, is een overkapping gemaakt met daarin twee miljoen lampjes. Als het donker is worden daarop licht- en geluidsshows gegeven. Echt de moeite waard! Terug lopen naar het hotel vinden we toch wat te ver, maar de stadsbus zet ons voor de deur van Circus Circus af. Daar toasten we met een marguerita op onze trouwdag.

Donderdag 13 oktober, onze laatste vakantiedag in Las Vegas. Van Circus Circus lopen we over de Strip tot aan het MGM aan Tropicana Avenue, de straat waar we ruim vijf weken geleden begonnen met overnachten. En onderweg nemen we natuurlijk een kijkje in de verschillende schitterende hotels. Vanaf MGM nemen we de monorail terug en dan blijkt er midden in Las Vegas een enorme golfbaan te liggen! �s Avonds voor de laatste keer de Strip op om nog wat sfeerfoto�s te maken en dan nog ��n nacht in het hotel. Al met al nadert het einde van de vakantie met rasse schreden. Dat vinden we allebei niet echt erg. We hebben een prachtige tijd gehad, veel gezien en veel gedaan, maar we zullen allebei blij zijn als we onze kinderen met aanhang, familie en vrienden weer zien.

De terugreis verloopt probleemloos. Vanaf het hotel met de shuttlebus naar het vliegveld, waar we vanaf de eerste etage zien dat een van onze koffers wordt opengemaakt en gecontroleerd. Alleen maar vuile was, kleding en boeken, dus de koffer mag mee. Om 11.25 uur vertrekt het vliegtuig voor een vlucht van drie�nhalf uur naar Cincinnatti. Er staat wel een flinke wind en af en toe moeten de gordels vast (Hi folks, it�s a bit choppy in the air, fasten your seatbelts) maar dat is het enige. Ruim een uur later vertrekt het vliegtuig van Cincinnatti en ruim negen uur later, zaterdagochtend 15 oktober 2005 om 9.40 uur, landen we veilig op Schiphol. Deze keer zijn de koffers gewoon meegekomen gelukkig. We kijken terug op een prachtige reis waar we nog lang aan zullen terugdenken!

Links:

UTAH Marathon
Amerika informatie
PAC Rotterdam


Aat & Ineke Scheepbouwer



Deze homepage is gemaakt met de Homepage-Generator van Tioga Tours