6000 kilometer door Canada en Amerika
![]()
vakantie 2006 familie Kruijff
![]()
In 1988 maakten we samen een zesenhalve week durende camperreis van Calgary naar Los Angeles en weer terug naar Calgary. Hierbij deden we alle Nationale Parken op die route aan. We vonden het geweldig. Inmiddels hebben we twee prachtkinderen, die 11 en 15 jaar oud zijn, en we wilden ze graag ook deze ervaring meegeven. Helaas was vier weken het maximum, maar we hebben van elke dag genoten. Vooraf heb ik veel informatie van het prikbord van Canada.pagina.nl gehaald en ik heb via internet overal brochures opgevraagd, die keurig vanuit Canada en Amerika bezorgd werden per UPS of per post. Van al die brochures heb ik een schrift gemaakt met de route erin en allemaal knipsels uit de brochures van de dingen die we wilden bezoeken. Hieronder een verslag van dag tot dag van onze reis van Calgary naar Yellowstone, via Idaho en Washington, terug naar Canada, Vancouver. En vandaar door alle Nationale Parken weer naar Calgary. Op 29 juli 2006 was het eindelijk zover. We vertrokken om twee uur 's-middags vanuit een snikheet Almere richting Schiphol, waar om zeven uur het Air Transat vliegtuig richting Canada vertrok. Hoewel we best een tijd moesten wachten, stapten we voor we het in de gaten hadden al aan boord van het Canadese vliegtuig. Daarvoor hadden we onze smaakpapillen vast een voorproefje gegeven bij de Mac Donalds op Schiphol, waar we ook een prachtig uitzicht hadden op alle passagiers die 'ons' vliegtuig net uitkwamen. Veel mensen hadden cowboyhoeden op, vraag me af of ze die in het dagelijkse leven ook nog op hun hoofd zetten. De vliegreis was lang natuurlijk. Negen uur op een smal stoeltje zitten valt niet mee. Maar met een filmpje kijken, een beetje kletsen, sudoku'tje maken, was het toch redelijk te doen. Sophie (11) kreeg een computerspelletje toen we het vliegtuig inkwamen, Ted (15) niks. Blijkbaar te oud. Sophie heeft nog heerlijk geslapen onderweg. In Calgary aangekomen was het acht uur 's-avonds en nog lekker weer. De dame van de douane keek erg streng en op mijn bevestigende antwoord op haar vraag of we naar de USA gingen, werd haar blik zelfs afkeurend. Waarom weet ik echt niet. Toen we de tassen uiteindelijk hadden, gingen we eerst buiten op een bankje een sigaretje roken. Daar waren we wel aan toe! Vervolgens namen we een taxi naar het Best Western Village Park Inn Hotel. Opvallend: bijna alle taxichaufeurs in Calgary dragen een blauwe tulband. Het hotel viel niet tegen! Er was een enorme binnenruimte met "terrasjes" en een zwembad. Remco en ik hebben beneden nog een Budweiser genomen, maar Ted en Sophie bleven lekker op bed televisie kijken. De eerste ochtend waren we alweer vroeg wakker. Na het douchen vertrokken we richting MacDonalds vlakbij. Natuurlijk moesten we over de weg lopen, stoepen zijn er nauwelijks want iedereen heeft een vehicle. Behalve wij dan. Bij de Mac een enorme keus uit ontbijtmaaltijden, erg lekker allemaal. We hebben het buiten in de zon opgegeten. Daarna slenterden we naar het honkbalstadion van de Calgary Vipers om te kijken of we vast kaartjes konden scoren. Ja hoor, dat was geen probleem. Terug in het hotel, gauw even de website bijgewerkt en e-mail gecheckt. Handy! Sophie zat lekker te msn-en. De kinderen vinden het erg leuk dat ze een emmertje ijs kunnen tanken uit de ijsblokjesmachine op de gang. Om 12 uur waren we in het Foothill Stadium voor de wedstrijd Calgary Vipers tegen de Winnipeg Goldeyes. Eerst even naar het winkeltje, dat de Snake Pit heette en waar we drie honkbalpetten aanschaften. Voorafgaand aan de wedstrijd werd eerst op een hartverscheurende manier door een zangeres het Canadese volkslied gezongen. Alle spelers en toeschouwers stonden met hun pet in hun hand, sommige met hun pet tegen hun hart. Indrukwekkend! Eerst was het bloedjeheet, maar later begon het te stormen en werd het ijskoud! Gelukkig hadden we de jassen mee. We kregen allemaal een graveldouche. Er werd een tiende inning gespeeld en uiteindelijk wonnen de Vipers onverwacht met 9 -8. Het commentaar van de medetoeschouwers was erg vermakelijk. Er worden luidkeels allerlei dingen geroepen die soms erg grappig waren. De eerste dag in Canada was erg leuk! 31-7-2006, Waterton Canada: Toch wel wat last van het tijdsverschil, onze kindertjes. Gisteravond lagen ze om half acht al in bed en sliepen meteen. Wij gingen toen ook maar om negen uur te kooi. Om kwart voor 8 vanmorgen Cruise Canada gebeld om een afspraak te maken en afgesproken om 9 uur. Klokslag 9 stond de taxi voor de deur. Chauffeur weer getooid met tulband. Het ging allemaal vlotjes en vriendelijk bij Cruise Canada en al snel konden we echt vertrekken met onze 25 ft. camper. Nog vier stoeltjes erbij gehuurd, voor de prijs waar je ze ook voor kunt kopen, maar ach. Eerst natuurlijk naar de supermarkt om groot in te slaan. Kostte wel veel tijd in zo'n enorme supermarkt. Helaas nog geen barbecue kunnen vinden. Daarna dan eindelijk de weg op, Calgary uit, zuidwaarts.
Het landschap was eentonig: grasland, grasland, grasland, en de Rocky Mountains aan de rechterkant. We reden door tot Waterton, net voor het National Park. We werden allerhartelijkst ontvangen door de eigenaar van Waterton Riverside Campground. De eigenaar gaf ons wat mooie routes aan op een kaart en we kregen een mooie plek aan een beek. Natuurlijk met picknicktafel en vuurplaats. Remco en Sophie hebben hout gehaald bij de eigenaar, voor het eerste kampvuur van de vakantie. Ondertussen hebben Ted en ik alle bagage uitgepakt en opgeruimd. We hebben nog kastjes over zelfs, zoveel ruimte is er in de camper. Vanavond staan er hotdogs op het menu die boven het vuur klaargemaakt moeten worden. 1 augustus 2006 Belt, USA. Al vroeg wakker, want ohhh wat was het koud ‘s-nachts. En GEEN douche hier op de camping. Getsie. De slaapzakjes zijn nogal dun. Gelukkig heb ik fleecedekentjes meegenomen van huis. Tip van het Prikbord van Canada.pagina.nl! Na een bak koffie en een muffin alle rommel opgeruimd en naar Waterton National Park gereden. Daar lopen de Elks gewoon in het dorp! Oeps! Remco had de deuren van de camper op slot gedaan en de sleutel binnen gelaten!!! Wat nu? Gelukkig was 1 raam niet op slot en zo kon Sophie naar binnen worden geschoven en de deuren weer opendoen. Wat een opluchting. Vervolgens richting de grens gereden. Een hele happening hoor. Allerlei vragen, elektronische vingerafdrukken en zelfs een foto. Sophie hoefde niet omdat ze te jong is om naar de gevangenis te moeten. Dat vond ze niet helemaal eerlijk. Toen we moesten lachen toen de douanebeambte vroeg of we ook fire arms aan boord hadden, keek hij heel wantrouwend en vroeg ons waarom we dat nou zo grappig vonden. Oeps. Uiteindelijk, na 24 dollar te hebben betaald, mochten we weer verder. En we hoefden niet eens ons fruit weg te gooien zoals de mensen in de auto voor ons. Eerst naar de bergen, heel mooi, maar daarna langs onophoudelijke gras- en graanvelden, erg saai. Uiteindelijk kwamen we toch in Great Falls aan, waar we boodschappen hebben gedaan en getankt hebben. Een rib uit ons lijf! Daarna weg 89 weer vervolgd tot we om zes uur een bord zagen van een camping. Lekker gebarbecued op onze nieuwe barbecue en daarna hebben Ted en Sophie fikkie gestookt met dood hout uit het bos. Lekker warm en heel goed tegen de muggen! Wij genoten ondertussen van een heerlijke mok koffie met een plastic bekertje Cointreau. We hebben allemaal weggooiservies en bestek gekocht, zodat we lekker niet hoeven af te wassen. Ideaal! Tot slot nog anderhalf spelletje klaverjassen en toen was het echt tijd om naar bed te gaan. 2 augustus 2006, Mammoth Hot Springs, Yellowstone N.P. Eerst een warme douche, oh zo lekker. Na het ontbijt op pad. We vertrekken vroeg ‘s-morgens. Het was wel weer een eind rijden, maar gelukkig bijna geen graanvelden meer! Om een uur of drie kwam de beroemde stenen poort van Yellowstone in zicht. Eerst nog even gauw tanken! Voor de poort gestopt om een foto te maken. We kochten meteen een jaarpas voor vijftig dollar. De eerste campground was meteen raak gelukkig, dat viel me mee. Een prachtige plek vlakbij het schone toiletgebouw. De ranger zegt altijd dat je zelf een plaats mag gaan uitzoeken en dan terug kunt komen om te registreren. Wij vragen dan aan de ranger of zij/hij niet een mooie plaats weet voor ons, zodat we daarna meteen naar ons plekje kunnen rijden. Bespaart een hoop tijd en de plaatsen zijn altijd prima en mooi. Helaas geen dump station hier en onze tank is vol. We moeten dus naar het toiletgebouw om te plassen. Geen douches hier trouwens.
We reden naar een plaatsje in het oosten, waarvan ik de naam niet meer weet. Het viel ons op hoe druk het is in Yellowstone. Het is echt vakantietijd hier. Onderweg zocht Ted hout voor het kampvuur vanavond. Er ligt genoeg oud hout, zeker in de gedeeltes waar bosbranden hebben gewoed. 's-Avonds gingen we naar de slide show van Ranger Mike in het amfitheater op de campground. Dat was erg leuk. Prachtige dia's en een wel heeeel bevlogen verhaal over Mike zelf en over Yellowstone. Daarna weer klaverjassen in de camper en als echte kampeerders in het donker naar het toiletgebouw. Alles is goed weggeborgen voor de beren, zodat we ondanks het verhaal van Mike, rustig kunnen slapen vannacht. 3 augustus 2006, Madison Campground, Yellowstone N.P. Om acht uur reden we al van de camping af. Het scheelt natuurlijk dat we niet hoefden (lees: konden) douchen. We gingen eerst naar Mammoth Hot Springs, vlakbij. Het zijn allemaal terrassen van kalksteen, gevormd door het zwavelhoudende water. We moesten over allemaal houten trappen en paden lopen, best vermoeiend. Het was nog lekker rustig zo vroeg. Vervolgens voerde de weg naar het Norris Geyser Bassin. Prachtig al die geysers. Eén geyser heet Steamboat en die spoot om de paar minuten een hoge fontein heet water omhoog wat een enorme stoomwolk veroorzaakte. Heel indrukwekkend! Je zou er uren naar kunnen kijken. Daarna al richting Madison Campground, vanaf tien uur kun je namelijk inchecken. Er stond al een rij voor het kantoortje, maar we waren al gauw aan de beurt. Terwijl Ted en ik ons inschreven, gingen Remco en Sophie vast naar het dump station om de afvaltanken te legen en schoon water in te nemen. We kunnen weer plassen in de camper, gelukkig! We herkenden deze camping als de camping waar Remco achttien jaar geleden zijn 33e verjaardag vierde. In de sneeuw toen, op 19 mei. Zoals gebruikelijk beschikken we over een barbecue annex fire pit en een picknicktafel. Alles is hier weer bearproof en als je eten of serviesgoed buiten laat staan, krijg je een flinke boete. Na de plek bekeken te hebben, gingen we verder naar Old Faithful, de geyser die ongeveer om het uur spuit. We reden langs verschillende geyserbassins met hun stoompluimen en azuurblauwe meertjes met kokend water. Prachtig! Bij Old Faithful was het ENORM druk, je krijgt het idee dat je in een pretpark loopt! We moesten nog drie kwartier wachten voor het de oude getrouwe behaagde te gaan spuiten, dus snuffelden we in de giftshops met de onvermijdbare t-shirts, lepeltjes, posters, petjes enz. Op de camping hadden we tijd genoeg om eens lekker te relaxen. Naar het riviertje gelopen, waar we mooie vogeltjes en veel visjes zagen.
Bearmouth, Montana, 4 augustus 2006 Het was een dag van kilometervreten. Om half negen al van de camping in Yellowstone vertrokken en eerst weer langs het dump station. Het gebeurt ons niet nog een keer dat we vol zitten! De koelkast was bijna leeg na twee dagen National Park en we hadden alleen wat restjes brood en 2 bagels. Alles opgegeten aan een riviertje. We reden langs een stuk van de Lewis and Clark Route, o.a. waar de expeditie onderweg in grotten had geschuild. Raar idee. Voor degene die dit niks zegt: Lewis and Clark waren twee legerkapiteins die begin 1800 de opdracht van President Jefferson kregen om een route naar het Westen te vinden. Ze namen daarbij o.a. Sacajawea mee, een indiaanse met een papoose (baby) op haar rug, die van grote waarde is geweest voor de gehele expeditie. Er is een prachtig boek over, geschreven door Ann Lee Waldo. We reden zo'n 450 kilometer, wat een heel eind is hier. Op deze camping ontmoetten we veel mensen die een praatje kwamen maken. Ze zijn nieuwsgierig omdat we Canadese nummerplaten hebben waar we vandaan komen. Zo spraken we iemand uit Alaska en een Amerikaanse van Duitse afkomst die in Florida woont. De camping was zo-zo. Vergane glorie zal ik maar zeggen. Vlakbij woedde een enorme bosbrand en we konden de rook vanuit de camper zien. We mogen dan ook niet barbecue-en en ook niet roken (wat we wel doen). Alles is kurkdroog hier.
Dayton, Washington, 5 augustus 2006. Weer op tijd vertrokken van de wat dubieuze camping in Bearmouth. Wel allemaal weer eens gedoucht na twee dagen! We reden omhoog, richting spookstad Garneth. Een vreselijke weg, die we nooit hadden moeten nemen. Onderaan stond op een bord "not recommended for motorhomes", maar eigenwijs natuurlijk hè? We waren bang dat we een lekke band zouden krijgen, of een tegenligger tegen zouden komen of de onderkant van de camper zouden beschadigen. En er kwam geen eind aan die weg! Uiteindelijk kwamen we in Garneth, een verlaten dorpje bij een goudmijn. De houten gebouwen hadden nog van alles binnen staan en er stonden borden bij met de verhalen over de bewoners. Vooral het hotel vond ik erg leuk, met al die kamers boven die nog ingericht waren. Ted vond er helemaal niks aan. Gelukkig konden we via de andere kant van de berg terug, die weg was een stuk beter! Via Missoula kwamen we in Idaho terecht en we reden de Lewis en Clark route, steeds verder en verder. Onderweg heeft Ted nog gezwommen in de Clearwater River, met het van thuis meegenomen opblaas bodyboard. Het was dan ook erg warm. We bleven maar doorrijden, en zo waren we opeens in de staat Washington! En geen camping meer te vinden natuurlijk! Gelukkig was bij de grens van Montana en Idaho de tijd een uur teruggegaan, zodat het niet half negen maar half acht was toen we uiteindelijk de Lewis and Clark recreational area campground binnenreden. Een prachtige statepark camping met een ruime plek in het bos voor de camper. We mochten wel barbecue-en, maar geen vuur maken. Onderweg ook weer een bosbrand, waar we langs moesten rijden. Met helicopters probeerde ze die te bestrijden. Meteen de barbecue aangestoken met de wonderkolen die we in Yellowstone hadden ontdekt en al gauw konden we eten. Daarna nog koffie en toen was het wel weer de hoogste tijd om te klaverjassen. Yakima, Washington, 6 augustus 2006. Naar Yakima was het maar 200 kilometer. Onderweg moesten we tanken en daar ontdekten we een enorme Walmart. Daar zijn we een aardige tijd binnen geweest, want oei alles zo goedkoop! En een assortiment! Enorm. In Yakima kozen we voor de KOA-camping mét zwembad, want het was nog steeds behoorlijk heet. We doken meteen het zwembad in. In het meertje voor de camper zwemt telkens een bever heen en weer. Internetten is heel lastig. Je moet eigenlijk een laptop hebben, dan kun je wel inloggen op campings. Maar een computer die klaar staat, is nergens te vinden. Mount Rainier National Park, 7 augustus 2006. Vanmorgen op de KOA camping heerlijk gedoucht en een was gedraaid, die er helaas niet veel schoner uitkwam dan hij er was ingegaan. Maar ja, het ruikt wel weer lekker fris. Daarna een winkel gezocht om boodschappen te doen en de K-mart bezocht, waar we onder andere (...) een honkbalhandschoen voor Sophietje hebben gekocht. Dat kostte allemaal weer behoorlijk wat tijd, maar was wel leuk. De streek rond Yakima heeft allemaal fruitbomen. Ik heb de lekkerste perzikken ooit gegeten daar. Naarmate we Mount Rainier naderden, werd het steeds beboster. Ted las zijn nieuwe Artemis Fowl en Sophie haar nieuwe Lizzy Mcquire (in het Engels!!). Opeens was hij daar Mount Rainier! Wat een magnifiek gezicht die vulkaan bedekt met gletsjes tussen de enorme dennenbomen. Breath taking!!! Echt. Een mooi moment om te chipsen en ons onderwijl te vergapen aan dit prachtige uitzicht. We ontmoetten op die parkeerplaats Amerikanen van Friese afkomst die Wieringa heetten, maar het op zijn Amerikaans uitspraken. Heel grappig. Toen we het National Park inreden, kregen we een kaart waarop ik zag dat de volgende campground 96 kilometer verderop lag. Omgedraaid dus en de campground net voor de ingang genomen. Even langs het rangerstation en de ranger weer een mooie plaats gevraagd in plaats van zelf te gaan kijken. We hebben een prachtige plek midden in het bos, langs een beekje. We zijn eerst een trail gaan lopen naar hotspots (warmwaterbronnen) en een watervalletje. Eigenlijk was het er te heet voor. Ted wilde daarna ook gaan zwemmen in het prachtige en heldere groenachtige water van de rivier hier vlakbij. Het water was echter zo koud, dat hij niet verder dan zijn zwembroek kwam voor hij er met rode benen van de kou toch maar uitkwam. De buurvrouw kwam "even" kletsen en haar dochter Julia van 12 nam Sophie op sleeptouw om haar allerlei dingetjes op de camping te laten zien, zoals kleine visjes in het beekje hier. Na het eten gingen we bij ze langs, want ze zouden ons laten zien hoe je "smores" maakt. Smores komt van "wants some more", vertelde Jannet. Het is een sandwich van twee Grahamcrackers met daartussen een plak chocolade en twee in het vuur zacht gemaakte marshmallows. Het glazuur barst al van mijn tanden als ik eraan denk, maar Ted en Sophie vonden het delicious!
Mount Rainier N.P., 8 augustus 2006. Ietsje frisser vanmorgen en daarom ‘s-morgens al een kampvuurtje gemaakt. Niet douchen hier! Samen twee bakkies koffie gedronken bij het kampvuur en ons compleet gelukkig gevoeld zo in dat bos, voor de kindertjes hun mandjes uitkwamen. Sophie kreeg een geslagen muntje met Mt. Rainier erop van Julia, waar ze heel blij mee was. Wij kregen een tour door de vouwwagen van Jannet. De kinderen gingen nog frisbeeën met elkaar terwijl wij de rommel opruimden. Toen was het toch echt tijd om afscheid te nemen. We reden weer het National Park binnen en kwamen steeds dichter bij de vulkaan. Ohhh, wat is ie mooi!!! We parkeerden bij het Visitor Center, waar we twee Junior Ranger booklets haalden. Die vulden Ted en Sophie in, terwijl ik wat ansichtskaarten schreef aan de tafel in de camper. Ze leverden de booklets in bij een wat oudere en wel erg slome ranger, waarna ze allebei hun boekje terugkregen en een "junior ranger" badge. "Wear them proudly" zei de ranger tegen ze. Na een laatste blik op Mount Rainier, die weer een wolkje als hoedje droeg, gingen we weer verder. Al gauw bereikten we de kleine campground. Je kunt er een envelopje pakken, plekje uitzoeken, 10 dollar in een envelopje doen en envelopje in een sleuf in een paal gooien. Klaar. Geen douche en zelfs geen flush toilet, maar een pit toilet, dus een gat in de grond met een wc-pot erboven. Maar eerlijk is eerlijk: alles even schoon en voorzien van ruim voldoende wc-papier. Mount Sint Helens, State Park Campground Seaquest, 9 augustus 2006. Vanmorgen gepoetst en "gewassen" bij een pompkraantje met een lullig straaltje. Weer vuurtje gemaakt. Het was bewolkt vandaag. Onderweg naar Mt. St. Helens regen en bewolking. Gestopt in een gehucht dat Toledo heet. Aremetierige toestanden en hillbilies. Maar de supermarkt had alles wat we nodig hadden (en nog meer). We kochten natuurlijk spullen om zelf ook Smores te kunnen maken. Verder omhoog de Cascades in. We stapten uit bij het Charles W. Bingham Visitor Center. Het bleef echter maar nat, we zaten midden in een wolk. Omdat het zicht zeer beperkt was, besloten we niet verder te gaan en zo hebben we Mount Sint Helens helaas dus weer niet gezien. Het visitor center was wel leuk. Als je binnenkwam was de vloer net lava: je zakte er een beetje in weg. Daarna een vijfminutenfilmpje alsof je zelf in de blast zat. Mount St. Helens blijkt 200 dagen per jaar onzichtbaar te zijn, dus je moet het wel echt treffen! Daarna dus weer naar beneden, waar het werkelijk prachtig weer was in het bos onder de hoge bomen en tussen de varens. Een prachtige campground weer. Met een nadeel: enorm veel muggen. Gelukkig had ik in Canada al meteen een spuitbus Off! gekocht. Eenmaal geïnstalleerd op de camping, liepen we via een tunnel onder highway 505 naar het visitorcenter van Mount St. Helens hiertegenover. We keken een film van 25 minuten die "The fire below us" heette en heel indrukwekkend was. Er stond een schaalmodel van een vulkaan waar je in kon en veel foto's, krantenknipsels e.d. Ted en Sophie lieten een muntje slaan. We tekenden het gastenboek, waar Ted heel "grappig" als commentaar "yawn" schreef. We hebben vandaag heel veel bramen gesnoept langs de kant van de weg, die heerlijk zoet waren. Goed voor de vitaminen ook. Lynden, KOA-campground, Washington, 10 augustus 2006. 's-Morgens heeeeel kort gedoucht op de muggencamping omdat we de muntjes er tegelijk in hadden gegooid, sukkels die we zijn. Bij het dump station spraken we een man uit Californië die de dag ervoor bij Mt. Rainier was geweest en de vulkaan niet had kunnen zien door de bewolking. Wij hadden dus geluk gehad! We reden richting Vancouver, Canada, over Interstate 5, wat lekker opschoot. Bij Seattle reden we langs de enorme fabrieken van Boeing en vlak langs de wolkenkrabbers. Het verkeer was ENORM druk. Bij Everett (even boven Seattle) herinnerde ik mij een shoppingmall, waar met name Sophie en ik wel eens aan toe waren. Helaas begonnen de remmen zo enorm veel herrie te maken, dat het ons verstandig leek eerst Cruise Canada maar eens te bellen. Die gaven het nummer van Cruise Amerika. Gelukkig was er op vijf kilometer (wat een mazzel!!!) afstand een vestiging van Cruise Amerika waar ze ons al op stonden te wachten. Meteen werd de camper naar binnen gereden en begonnen twee mannen eraan te sleutelen. Evengoed duurde het nog twee uur voor de klus geklaard was. Wij doodden de tijd door bij Wendy's te gaan eten. Vierkante hamburgers op ronde broodjes. We waren blij toen de camper weer werd voorgereden en we onze weg konden vervolgen. Terug de file in. We reden naar Lynden, vlak onder de Canadese grens. Dat is een Nederlands dorpje waar het Hollandser is dan thuis. De KOA-camping is wel wat prijzig, maar we hebben twee nachten geboekt. Er is een heerlijk zwembad bij, waar Ted en Sophie (allebei stinksmerig) al gauw in lagen en wat heerlijk warm water bleek te hebben.
11 augustus 2006, Lynden, Washington. Voor het eerst in deze vakantie hoefden we 's-morgens niet weg en konden we uitslapen. We trokken onze lange broeken weer eens aan. Eerst gingen we naar de bibliotheek in Lynden, want we wilden heel graag internetten. Er stonden enorm veel computers, waarvan we er twee mochten gebruiken voor een uur, en nog gratis ook. We kochten er ook nog vijf oude National Geographics, een heel dik biologieboek en een dik boek van Maeve Binchy om Ted's leeshonger te stillen. Totaal twee dollar! Vervolgens reden we naar Bellingham om naar de Wallmart te gaan. Daar waren we wel weer even zoet met al die goedkope koopwaar. De kinderen kochten een walky talky die een afstand van vijf kilometer kan overbruggen. Och en we kochten nog veel en veel meer. Toen we terugreden was het tot mijn verbazing al drie uur! In Lynden parkeerden we de auto om eens rond te kijken. We maakten een foto bij de Hollandse molen en bekeken de winkeltjes. Stroopwafels, hagelslag, Brinta, Honig, alles was te koop. Zaanse geveltjes en veel uitbundig bloeiende hanging baskets. Het zag er gezellig uit. Wel grappig om te zien hoor! 12 augustus 2006 Surrey B.C. Canada: Na eerst nog even wat boodschapjes gedaan te hebben en getankt te hebben om onze laatste Amerikaanse Dollars kwijt te raken, waren we al heel snel bij de grens. Aan de andere kant, dus de VS in, stond een enorme rij. Er blijken aanslagen verijdeld te zijn, las ik gisteren in de krant in de bibliotheek, nadat iemand op de camping het mij al had verteld. Wij wisten van niks, want de radio in camper laat geen enkel geluidje horen omdat de antenne ontbreekt. Degene die ons dat vertelde was een zoon van een in 1955 geëmigreerde Haarlemmer, die zich voorstelde als "Bakker". Wij waren zó de grens over. De vriendelijke douanemeneer vroeg waar home was en we konden door. Have a nice day! We reden naar Vancouver, westwaarts dus. Beredruk op de weg, maar Remco navigeert overal rustig doorheen. No problem. De bestemming was Chinatown, de grootste van Noord Amerika, op San Francisco na. Al gauw verschenen de Chinese tekens overal op bordjes en dergelijke. Uiteindelijk bereikte we Chinatown, helemaal in het westen van het grote Vancouver. We vonden zowaar vrij makkelijk een parkeerplek voor de camper en voor maar twee dollar mochten we twee uur wegblijven. Alle straatnaambordjes zijn zowel in het Engels als in het Chinees, de lantaarnpalen zijn voorzien van draken en lantaarns. En overal Chinezen natuurlijk. We struinden heel wat winkeltjes af en kochten van alles. Het is hier echt abnormaal goedkoop. In 1 winkeltje hadden ze allerlei potten staan met de vreemdste dingen erin, vreemdsoortige paddestoelen, kruiden en dingen die ik absoluut niet thuis kon brengen. Er zat ook een dokter iemands pols te voelen alvorens de acupunctuurnaalden ter hand te nemen. We keken ook nog even in het park, waar de vijver vol Koi zat en waar ook grote schildpadden rondzwommen. Erg mooi. Daarna reden we naar Gastown, het oudste gedeelte van Vancouver, maar we konden echt nergens parkeren. Het zag er wel gezellig uit met overal uitbundig bloeiende hanging baskets. We reden langs de beroemde door stoom aangedreven klok, dus die hebben we nog wel gezien. Ook kwamen we langs een grote haven met enorme cruiseschepen. Er zijn in Vancouver aardig wat zwervers en drugsdeals vinden onder je neus plaats. Ik vond dat vervelend. We reden oostwaarts de stad weer uit op weg naar Camping Dogwood. Een camping met een zwembad met heeeel warm water. Ted en Sophie zijn er uren in geweest. Om een uur of zeven zijn we met behulp van de tomtom naar de Burger King gegaan. Op de parkeerplaats kwam er meteen een junkie naar ons toe die twee kwartjes voor de bus vroeg. Remco gaf het hem, barmhartige Samaritaan. In de Burger King zaten ook van die vreemde types. Ik was blij dat de camper nog heel was toen we terug kwamen. Op de camping gingen Ted en Sophie nog zwemmen tot ze eruit werden gestuurd. Helaas kunnen we niet Whale Watchen. Remco had gebeld om te reserveren, maar er wordt niet uitgevaren omdat er geen Whales zijn momenteel. Een echte tegenvaller, maar de natuur laat zich niet regisseren. Hope, BC, Canada, 13 augustus 2006: Vanuit Surrey reden we naar Hope, waar we 18 jaar geleden ook geweest zijn. In dit plaatsje is de film First Blood (Rambo) opgenomen. Verder is Hope niet zo veel. Een park in het midden met veel enorme houtsnijwerken o.a. van een grizzlybeer levensgroot. We reden naar de Hope Valley Campground, wat de voormalige KOA bleek te zijn van 18 jaar terug. De camping werd nog steeds geteisterd door de langsrijdende enorm lange treinen. Het zwembad werd direct door Ted en Sophie bezocht en wij hebben lekker genikst. Na het eten wilde Sophie weer graag zwemmen, maar Ted wilde alleen mee als zij een bijl ging halen bij de receptie om het hout te hakken voor het kampvuur. Dat ging ze toen maar doen. Heel knap! Ze kreeg geen bijl mee, maar een stapel klein hout. Goed gedaan Spo!!! Ted heeft toen een bijl geleend bij de overburen en het hout gekloofd. Daarna gingen ze dan toch nog zwemmen.
Vernon BC, 14 augustus 2006. Alweer vroeg op en heerlijk gedoucht onder de tot nu toe beste douche. Het kostte enigszins moeite de kinderen uit bed te krijgen, maar uiteindelijk zaten ze dan toch aan de boterhammen met Nutella. In Hope vonden we na veel zoeken een koffieshop waar we konden internetten, genietend van de overheerlijke koffie. Leuk om de berichtjes te lezen die achtergelaten waren op de website ritskruijff.waarbenjij.nu. Daarna nog even naar de plaatselijke grootgrutter, maar dat was zo armetierig dat we met niks de deur uitgingen. We reden door de bergen, langs prachtige meren. Wel weer een eind, want de campground die we gepland hadden bleek vol, waardoor we verder moesten. We mochten wel voor 22 dollar op de parkeerplaats staan, maar dat vonden we niks. Weer verder dus, terwijl we het eigenlijk zat waren. Het was ook weer erg warm. Bleek ook nog dat de bouten van het rechtervoorwiel los zaten. Getsie. De wieldop rammelde als een gek. We stopten bij een banden/remmenbedrijf en die meneer was zo aardig ze meteen vast te zetten. Toen we vroegen wat het kostte zei hij: "Don't worry about it". Aardig hoor. Onderweg in de bergen zagen we opeens een beer. Ja, een BEER! Hij huppelde natuurlijk meteen weg tussen de bomen, maar toch. Sophie schrok heel erg en had er de bibbers van. Ze wilde niet meer buiten haar kwart appeltaart (lunch) opeten op de ernaast gelegen rest area, die ook weer aan een mooi meertje lag. Uiteindelijk vonden we net onder de plaats Vernon een prachtige Provincial Park Camping. Geen bomen deze keer, maar een terrassencamping aan Lake Vernon met enorme plaatsen met gravel. Geen bosgrond in de camper vandaag. Op deze campings komt de ranger ‘s-avonds langsrijden met hout voor het kampvuur dat hij verkoopt. Het was bloedjewarm, dus we gingen snel naar het meer, waar Ted en ik heerlijk gezwommen hebben. Het water was verrassend genoeg niet eens koud. Daarna natuurlijk weer bbq-en. 's-Avonds bij het kampvuur keken we naar de enorme hoeveelheid sterren. Ik heb het nog nooit eerder zo gezien. Zoals Ted al had aangekondigd waren er veel vallende sterren. Had ik ook nog nooit gezien. Wat een ervaring weer. En hopelijk komen de wensen ook uit.
Salmon Arm, BC, 15 augustus 2006. Het zonnetje scheen weer uitbundig vanmorgen. We ontbeten met uitzicht op het prachtige meer. Om 10 uur vertrokken we richting Salmon Arm, wat niet ver was. De uitgezochte camping lag westelijk terwijl de route naar het oosten gaat. Na 14 km bereikten we een weggetje langs het meer. Een bord gaf aan "campground full", maar we reden toch de 12 km langs het meer en ja hoor we kregen toch een plekje. De camper staat vlakbij een strand en daar hebben we de middag doorgebracht. Lekker zwemmen met de bodyboards en zonnen op het gras. Langs het meer rijdt zo nu en dan zo'n enorm lange trein, we hebben 126 wagons geteld. Een heel relaxed middagje dus. Lekker. Op het meer zagen we een paar houseboats, dat zijn net drijvende campers en die kun je dus ook huren. Het meer heet trouwens Shuswap Lake. Revelstoke, KOA-campgrond, B.C. 16 augustus 2006. Het was natuurlijk ook weer 26 km terug naar Salmon Arm, maar de camping was het echt waard. 's-Morgens keken we door onze verrekijkers naar een stuk of vijf Bald Eagles die daar hun nest hadden. Magnifiek. We reden highway #1 naar Revelstoke, waar we echt hoognodig moesten tanken. De weg naar Revelstoke was prachtig, maar Revelstoke zelf viel vreselijk tegen. Het is een plaatsje van niks. We konden wel alle boodschappen vinden in de plaatselijke supermarkt. Daarna naar de KOA camping met zwembad. Het was weer flink heet, dus we vertrokken bijna direct naar het zwembad. De rest van de middag hebben we doorgebracht met poolen, lezen, zwemmen en internetten bij de receptie. Op de camping zagen we een heel grappig eekhoorntje die bijna zong als een vogel en zijn staart daarbij op en neer bewoog. De spoorbaan is erg vlakbij en maakt een enorme herrie omdat er net een bocht en wissels hiervlakbij zijn. 's-Avonds een kampvuur in een oude wasmachinetrommel op pootjes, die we met een kruiwagen naar de plaats reden, beneden aan het paadje..... Kicking Horse Campground, Yoho N.P. Alberta 17 augustus 2006. Op weg naar Golden, wat net zo'n gat bleek te zijn als Revelstoke. Er was wel een supermarkt, waar we kolen hebben gekocht. En nog wat andere dingen natuurlijk! We reden langs enorme bergen. Sommige met nog wat sneeuw erop, maar de meeste met kale toppen waar de sneeuw was weggesmolten. Af en toe word je verrast door zo'n prachtig meertje of een snelstromende river. Het is erg mooi. In Field aten we donuts en bananenmuffins aan een meertje bij een visitor center. Toen ik binnen vroeg of ik kon reserveren voor de Kicking Horse Campground, wees de ranger naar het bord waarop stond dat er nog 13 plaatsen vrij waren. Hij zei dat we er NU heen moesten gaan. Dat deden we dus maar. We kregen een plaatsje op het veld omdat alles verder vol was, maar die zijn zonder fire pit helaas. Net nu hier een plaats is waar je net zoveel firewood kunt pakken als je wilt. Ted en ik hebben er wat korte stukjes weggehaald die we vanavond in de barbecue kunnen opstoken. We zijn een paadje wezen lopen naar de Kicking Horse River, die nogal woest is en daardoor niet helder, maar wel mooi. Vanaf ons campingplekje kijken we op enorme bergen, met een paar gletsjers. De toppen van de bergen lijken net kathedralen en zijn 's-avonds prachtig verlicht door de zon die achter de bergen aan de andere kant verdwijnt. Een sprookjesachtig gezicht! 's-Avonds gingen we naar het amfitheater waar een vrouwelijke ranger een voorlichting hield over wolverines. Dat deed ze erg grappig en ze ging zelfs nog zingen, zichzelf begeleidend op gitaar. En dat alles in korte broek met wandelschoenen. Zie je het voor je? We mochten nog aan de vacht van een wolverine voelen en kregen een kaart met een foto van een wolverine. Kicking Horse, Yoho, 18 augustus 2006. Ohh, wat was het koud ‘s-nachts. Sophie wil niet meer alleen slapen omdat ze zo bang is voor beren. Zij slaapt bij pappa boven de cabine. En ik naast Ted op het achterste bed. Om een uur of acht het kacheltje aangezet, niet eerder aan gedacht. Eerst naar de douche en daarna op het gemak een bakje koffie temidden van het natuurschoon. Mmmmm. We boekten nog een dagje bij, maar dan op een plekje met firepit. Dat is 8 dollar duurder, vanwege het gratis hout. We reden naar Takakkaw Falls. Een slingerende bergweg. Je zult het niet geloven, maar opeens zien we een bus achteruit de berg oprijden. Wij geloofden eerst onze ogen niet, en dachten dat die man niet goed bij zijn hoofd was. Maar er stond een verkeersbord, bleek later, dat je achteruit omhoog moest inderdaad. Wij hadden het niet gezien en reden dus wel vooruit. Met als resultaat dat we drie keer moesten steken om de bocht te kunnen nemen. Nog nooit zoiets meegemaakt. De waterval was 250 meter hoog en we wandelden ernaar toe. Het was er behoorlijk druk. Vervolgens gingen we terug naar Fields, want we moesten nog kolen hebben. En langs het dump station. Terug op de campings hebben we de doos Oreo's aangevallen. Lekker hoor. Daarna de rugzak ingepakt voor het "A walk in the past" trail. Een pad dat zigzaggend 90 meter de berg opgaat en dat vroeger elke dag werd gebruikt door de arbeiders die naar hun werk (aanleggen van de spoorbaan) gingen. Die gebruikten de huidige camping als hun kamp. Het pad klom behoorlijk. We moesten de weg oversteken en daarna ook nog de spoorbaan. Ik had mijn voet nog niet op de rails gezet of TOOOOOEEEEEEEEEET! we hoorden de fluit van de trein. Ik schrok me helemaal kapot en kwam al rennend en vallend ruim op tijd aan de overkant aan. We zwaaiden naar de machinist, die vrolijk terug zwaaide. Rem maakte er een mooie foto van. Er volgden weer honderdnogwat wagons. WIj vervolgden het pad tot we uiteindelijk bij een achtergelaten werklocomotief kwamen, die er al zo'n kleine 100 jaar ligt. We moesten hetzelfde pad weer teruglopen. Ted wilde bij de spoorbaan blijven wachten tot er weer een trein zou komen en die zijn op de rails gelegde stuiver zou platwalsen. Na drie kwartier vergeefs wachten, gingen wij terug en bleef Ted alleen achter. Dat vond ik niet echt prettig, temeer omdat er de dag ervoor een beer langs dit pad is gezien, maar Ted was niet te vermurwen. We waren nog geen vijf minuten op pad of we hoorden de fluit van de trein al. Snel weer teruggegaan. Het muntje was gewalst en Ted had nog een foto gemaakt van de rode locomotief. Zo konden we weer gezamenlijk naar beneden. Onderweg nog hout meegenomen van de houtopslag. Het was moeilijk vuur maken, want het was een beetje vochtig. Bij het vuur speelden we Hints met de categorieën die Sophie op kleine briefjes had geschreven. Om half negen begon het interpretive program, dit keer over de lynx. Wederom gepresenteerd door onze favoriete ranger Sonja. We hebben haar dit keer gefilmd, en ze was weer erg grappig.
19 augustus 2006, Rampart Creek Campground, Banff National Park; Om negen uur vertrokken we van de mooie Kicking Horse Campground. Onderweg gestopt voor het ontbijt met uitzicht op een gletsjer. Er kwam een bus Japanners aan die elkaar zoals gebruikelijk allemaal op de foto namen. Ze keken nieuwsgierig in de camper wat we aan het eten waren (gewoon brood). We reden door tot Rampart Creek Campground om ons vast van een plekje te verzekeren. Het is een camping zonder douche en flush toilets en we moesten ons registreren door het deponeren van een envelop met 22 dollar in een paal. We zochten een mooi plekje uit met een fire ring. Hout kun je zo weer pakken, kost niks extra, want zit bij de prijs in. Het flapje van de envelop hang je ingevuld aan een clipje op een klein paaltje, zodat iedereen kan zien dat die plek bezet is. Handig systeem. Daarna gingen we weer op pad via de Icefield Parkway. Overal waarschuwingen voor wildlife, maar we hebben nog niks gezien behalve squirrels en een hert. Net over de grens van Jasper National Park ligt het Columbia Icefield. Er was een groot visitor center waar het erg druk was. We kochten kaartjes voor de gletsjertour. Ted mocht nog op een kinderkaartje. In de giftshop keken we nog even rond, maar we vonden het wel erg duur. Om 1 uur stapten we in de bus die ons naar de speciale bus met wielen van anderhalve meter bracht. Die bus bracht ons op een punt op de gletsjer waar nog veel meer bussen stonden. Daar gingen we voor 20 minuten de bus uit, maar we mochten niet verder de gletsjer op omdat dat veel te gevaarlijk is. Je kunt in gaten van 80 meter diep vallen, niet echt fijn. Het was er Efteling-druk, heel veel Japanners, ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien als hier. Het was best koud op de gletsjer en we zaten na 15 minuten dan ook weer in de bus. Op de parkeerplaats dronken we koffie c.q. limo in de camper met brownies en Graham crackers, dat ging er wel in! We gingen niet verder Jasper N.P. in, maar keerden terug, zuidwaarts, naar de camping. Ted maakte meteen een vuur en daarna liepen we naar de Saskatchewan River langs de camping. Deze rivier werd vroeger veel gebruikt door trappers en in gedachten zag je ze zo de hoek om komen varen. Het is een kleine, maar mooie camping. Vannacht wordt het 6 graden, dus weer koud, maar overdag wordt het weer 27 graden. Over het weer hebben we dan ook niks te klagen.
The cold facts van het Columbia Icefield: het is 325 vierkante kilometer groot, het hoogste punt is op 3745 meter en elk jaar wordt het tien meter korter door de opwarming van de aarde.
Lake Louise, Banff N.P., 20 augustus 2006. Als een stelletje hillbillies voor de tweede dag zonder te douchen op pad. Wel eerst broodjes jam en een bakkie koffie bij het kampvuur. Waarom blijft brood hier twee weken vers en is het thuis na een dag al niet meer te eten? Vannacht was het weer koud. Sophie lag weer op mijn plekje in verband met het berengevaar. Ted en ik hadden allebei de van huis meegebrachte fleecedekentjes in onze slaapzakken. Brrrrrr. We reden naar Lake Louise. Niet al te vroeg, het is tenslotte zondag. Langs bergen met gletsjers. Het was niet zo ver naar Lake Louise, ongeveer honderd kilometer. Eenmaal aangekomen reden we direct naar de campground om een plaatsje te bemachtigen, wat geen probleem was. Er is een aparte camping voor tenten en vouwwagens, waar een electrisch hek omheen staat in verband met de beren. Bij de ingang van de camping stond een bord dat koelboxen niet beerbestendig zijn en daaronder hing een koelbox die door een beer te grazen was genomen. Het is een grote camping met ruime plaatsen, allemaal met electra. Nadat we ons plekje geïnspecteerd hadden, gingen Rem en ik eerst douchen. Heerlijk is dat, als je jezelf al begint te ruiken! De douche was eerst ijskoud, maar werd gelukkig later toch warm. Fris ruikend reden we naar “het dorpje”, wat heel weinig voorstelde. Ted kocht een t-shirt met de tekst “Save the trees, wipe your ass with an owl”en Sophie een t-shirt met een afbeelding van elanden die smores zitten te maken. Leuk. We bezochten de supermarkt die echt schandalig duur was, maar ja je moet toch eten en drinken. Daarna gingen we door naar Lake Louise. Het was ongelofelijk druk, het leek weer op de Efteling. Dat is wel jammer, al die drukte. Je voelt je soms net vee. We liepen een stukje langs het meer en zaten op een bankje in de zon. De mooie groene kleur van het meer en daarachter de gletsjers die het meer van haar water voorzien maakten veel goed. We keken nog even of de kinderen een kano konden huren, maar ook daar stond een rij te wachten tot er een kano terug kwam. Op het prikbord had ik gelezen dat Lake Morraine veel rustiger en eigenlijk nog mooier was, dus reden we daar maar heen over de 12 kilometer lange hobbel/slingerweg. Nou, het was er net zo druk en er was nergens een parkeerplaats te vinden voor onze chuckwagon. Dus de 12 kilometer maar weer terughobbelen naar beneden. Augustus is gewoon de verkeerde periode, veel te druk! Op de camping aangekomen stond er een enorme rij bij het registratiekantoortje. Wij konden er heerlijk voorbij rijden. Vroeg inchecken loont!! We stopten bij het douchegebouw omdat Ted en Sophie ook nog moesten douchen. Omdat het nogal een eind lopen was, wachtten we op ze in de camper. Anders is het zo zielig voor ze (...). We mogen geen kampvuur maken hier en dat is wel jammer. De rest van de middag vulden we met tekenen, schrijven, lezen en honkballen. Remco en ik gingen een stukje lopen naar een eilandje in de rivier zonder natte voeten te krijgen via boomstammetjes en stenen. Rem bleef 'verstopt'zitten en ik haalde de kinderen met de opdracht hun vader te bereiken met droge voeten. Dat lukte ze snel!. Banff, maandag 21 augustus. Vroeg de camping in Lake Louise verlaten. ’s-Nachts kwamen er nog behoorlijk wat treinen langs, die allemaal vijf keer toeterden (…). Na een klein uurtje rijden kwamen we al in Banff aan. We gingen meteen naar de camping zonder hook-ups en kregen een prachtige plek vlakbij het amfitheater, zoals Rem had gevraagd. Er zijn drie campings naast elkaar met verschillend voorzieningenniveau. Degene zonder hook-ups is de mooiste. Je staat midden in het bos. We hebben weer een fire pit en hout om te stoken zit weer bij de prijs in. Je moet het alleen zelf pakken. In Banff parkeerden we de camper gewoon ergens in een straatje op loopafstand van downtown. Banff is een heel gezellig plaatsje met een enorme hoeveelheid winkeltjes om te snuffelen. We zijn dan ook heel wat winkeltjes in geweest. Er was een winkel met allemaal cowboyspullen, erg leuk. Onderweg in de hoofdstraat kwamen we een RCMP tegen in vol ornaat, waar Sophie en ik mee op de foto gingen. Volgens Remco is dat zijn taak daar en dat leek er ook wel op. Joepie, een MacDonalds! We lieten het ons goed smaken, want dat ging er wel in na weer dagen barbecue. Banff is van alle gemakken voorzien, we konden weer internetten en boodschappen doen, en dat is wel prettig na een paar dagen in de wildernis. ’s-Avonds bezochten we het interpretive program. Het ging over de mountain goat. Daar weten we nu ook weer alles van. Het is helemaal geen geit, maar een antilope in disquise.
Dinsdag 22 augustus, Banff. Pas heel laat opgestaan. Het was hoog tijd om weer eens te gaan wassen. Ergens in een kelder vonden we een coin laundry, waar het behoorlijk druk was en vreselijk benauwd. We vulden twee machines en trokken het dorp in. Aan de overkant van de straat was een zang- en dans optreden van indianen in vol ornaat met trommels, erg leuk. Toen de was weer schoon in de kastjes lag, dat duurt hier maar een uurtje, reden we naar Sulphur Mountain, maar helaas begon het toen te regenen. We aten in de camper een Submarine (enorm broodje gezond, zeg maar) en kaasbroodstengels, maar het bleef maar regenen. Wij hadden het schitterende uitzicht vanaf Sulphur Mountain al eens gezien en de kinderen vonden het niet echt een uitdaging, dus we besloten maar dat we deze attractie (...) over zouden slaan. In Banff bezochten we het Banff Park Museum, wat in een werkelijk prachtig ontworpen houten gebouw huist. Het bestaat al sinds 1905 en staat vol met opgezette dieren zoals de mountain goat, grizzly en blackbear, moose, elk en bizon. Toen we buiten kwamen regende het nog steeds en vluchtten we de boekenwinkel aan de overkant in. Ted vond daar een boek “secrets of mental math”, waar hij helemaal weg van was. ’s-Avonds gingen we weer naar het amfitheater, maar het begon weer te regenen. We mochten op het podium zitten, dat overdekt was. Het programma heette “Exploring Banff through the eye of the camera”. Prachtige dia’s van alle natuur in Banff N.P. Landschappen, weerspiegelingen in het water, bloemen, dieren, zwammen en de relaties tussen deze onderwerpen. We hebben vanavond wel een beetje medelijden met al die mensen in hun tentjes, want het is behoorlijk koud nu. Heerlijk die camper met kachel en w.c.
Canmore, woensdag 23 augustus. Vannacht allemaal wakker geworden van de CO-detector in de camper die om de tien seconden piepte, omdat de accu leeg was. Laat wakker en geconstateerd dat buiten alles drijfnat is van de regen, ook het hout. Geen vuurtje dus om te warmen. Canmore was maar een kwartiertje rijden. We gingen op zoek naar de camping die we hadden uitgezocht in het grote boek uit de camper. Uiteindelijk vonden we de Spring Creek Camping. Een normale camping, dus lang niet zo mooi als die in de nationale parken. Inmiddels hooste het ook van de regen, maar later knapte het toch wel weer wat op. We deden boodschappen bij de Safeways en ik haalde er een valuecard, wel een beetje laat zo aan het eind van de vakantie. Dat moet je natuurlijk aan het begin doen. Daarna keken we rond in Canmore. Je kunt hier white water raften, maar dat durfde ik echt niet. Canmore was niks aan. Enorme onweersbuien trokken over de bergen, wat eigenlijk een prachtig gezicht was. Jammer van de regen die ermee gepaard ging. Calgary, donderdag 24 augustus 2006. Vannacht was het weer behoorlijk fris, maar toen we wakker werden kregen we toch de zon te zien achter de bergen. Om tien uur de camping af, richting Calgary. Slechts 100 kilometer over highway #1. De camping, ook weer een voormalige KOA, ligt aan de highway, naast de Olympische skischans. Hier waren we in 1988 ook. Het is een goede camping met terrassen, die uitkijkt over Calgary. Dat ziet er mooi uit! We checkten vroeg in en vroegen naar de dichtstbijzijnde mall. Na enig zoeken vonden we Market Place, waar heel veel winkels waren. We kochten wel weer flink wat. Kleding is niet zo interessant, want andere mode (laat ik het maar zo zeggen). We kochten een Monopoly spel, dat door de kinderen met gejuich ontvangen werd. Dus speelden we ’s-avonds een keer geen klaverjas, maar Monopoly. De laatste dag was een rare. We waren om acht uur al klaar met douchen en zijn direct begonnen met inpakken. De extra meegenomen tas kwam goed van pas! Daarna hadden we nog de taak om de camper schoon te maken. Onderweg had ik ergens een keer een ouderwetse bus vim met bleek gekocht en die kwam goed van pas. Het zeil in de camper kreeg langzaam weer zijn witte kleur terug en de gootsteentjes glommen weer. Wel een klus hoor. Daarna checkten we uit en zochten we de car wash. Het bleek nog een heel werk te zijn om alles eraf te poetsen en echt schoon werd de camper niet, vonden we. De tijd liep gewoon door en zo konden we nog net ergens gaan eten voor we om drie uur de camper in moesten leveren. Het inleveren van de camper verliep voorspoedig. We waren erg blij dat we niet de kosten van de nieuwe remmen in rekening gebracht kregen. We gaven de mankementen van de camper aan, maar daar werd verder niet op ingegaan. We werden keurig opgehaald door een taxi (weer een tulbandmeneer) en naar het vliegveld vervoerd.
Op het vliegveld hadden we nog uren wachten voor de boeg. We hebben lekker buiten gezeten, nadat we hadden ontdekt dat er weinig te beleven viel op de luchthaven van Calgary. We hadden het plan om na het inchecken te gaan eten, maar kwamen van een koude kermis thuis. Alle restaurants waren gesloten of gingen sluiten, toen we eenmaal de douane gepasseerd waren. Vanwege de verscherpte controles waren onze blikjes fris afgepakt, en alle frisdrankautomaten waren op slot. Wat een afgang! We hadden honger en dorst. Gelukkig konden we bij Starbucks nog drie taaie broodjes kopen voor zes dollar per stuk en Sophie bij Tim Horton een versteende muffin. Het verbaasde ons zeer dat op een luchthaven in zo’n grote stad zo’n slechte service wordt geboden. Om half een ’s-nachts vertrok uiteindelijk ons vliegtuig richting Schiphol. Omdat we al zo lang hadden zitten wachten op het vliegveld, leek de vlucht ook veel langer te duren. Oh, wat was ik blij toen we eindelijk landden. Joepie! Van het jetlag hebben we heel lang last gehad. Hoe dat kan weet ik ook niet. Misschien vanwege het tijdstip van de vlucht. Inmiddels heeft het leventje weer zijn normale gangetje genomen. De kinderen zijn weer naar school en wij weer aan het werk. De foto’s zijn afgedrukt en daar genieten we nog van na. Het was een geweldige ervaring, zeker ook voor de kinderen. Alleen zou ik een volgende keer nooit meer in augustus gaan omdat het gewoon veel te druk is in de bekende Nationale Parken. Je moet echt ’s-morgens al een camping reserveren, om zeker te zijn van een plekje. Nog een paar tips: - neem een fleecedekentje mee (of koop het daar) - neem weekendtassen mee, die passen makkelijk in het luik aan de zijkant van de camper - neem niet te veel bagage mee, wassen is geen enkel probleem en kost weinig tijd - neem een extra weekendtas mee onderin je gepakte tas voor de spullen die je onderweg koopt - pinnen in de Amerikaanse winkels ging wel met de Postbankpas, maar in Canada lukte dat nergens - koop een barbecue voor een paar dollar aan het begin van de vakantie - haal een (gratis) value card bij de supermarkt voor je gaat shoppen - huur stoeltjes bij de campingverhuurder - kijk op de prikpagina's van canada.pagina.nl en amerika.pagina.nl en stel er je vragen -
Inge
Deze homepage is gemaakt met de Homepage-Generator van Tioga Tours