Woerden goes West

DVDgoesUSA

1. 19april 2004
Nog heel even en dan gaan wij, Lotte, Annika, Tom, Michiel en Jacqueline vertrekken naar het Wilde Westen. Onze eerste etappe gaat van Amsterdam (20 april, vertrek 13.00 uur) naar Orlando, met een overstap in Washington D.C. De kinderen zullen wel doodmoe zijn wanneer we aankomen en de oudjes waarschijnlijk ook. We hopen dus snel een autootje te kunnen ophalen en ons huisje te kunnen betrekken in een buitenwijk van Orlando. De eerste week blijven we dan daar dan ook. Na een week �rust� en pretparken (2, raad eens welke?!) zal het trekkersbloed moeten gaan borrelen en gaan we met een camper 3 weken rondtoeren in Florida. We hopen de Everglades en de Keys te gaan zien. Ondertussen zullen Tom en Annika hun huiswerk moeten doen. Annika noemt onze reis dan ook niet voor niets een �schoolreis�. De tweede etappe voert ons op 18 mei per vliegtuig van Orlando naar Seattle. Vanuit Seattle trekken we met een camper de Rocky Mountains in. Het eerste deel gaat door de Amerikaanse, het tweede deel door de Canadese mountains. En dan zullen we helaas op 17 juli weer in Seattle in het vliegtuig stappen om terug naar Nederland te gaan waar we op 18 juli weer voet aan de grond zetten.
 

2. DE REIS EN AANKOMST (verslag 26 april) Uitgewuifd door vrienden en familie stappen wij op 20 april op vlucht UA 947 die ons naar Washington gaat brengen. Wij denken dat het voor de kinderen de eerste speciale happening gaat zijn, maar ze gedragen zich als ervaren luchtreizigers: geen spanning bij het opstijgen, bij turbulentie of het landen. Ze genieten van de service in het vliegtuig. �Continu� aanbod van eten en drinken; een videoscherm met tekenfilms in de leuning van de stoel. De uren vliegen zo voorbij en we landen in Washington. We handelen de papierwinkel af met Immigration en kunnen wachten op onze aansluitende vlucht naar Orlando. Met een half uur vertraging gaan we de lucht in en komen tegen 20.30 uur lokale tijd aan. We gaan snel bij Alamo onze auto halen en laten ons overhalen een upgrade te nemen naar een 'luxury' auto: een Buick Park Avenue. Zo�n typische Amerikaanse bak: veel lengte, cilinders, gewicht. Een afgrijselijk dashboard. Uiteraard met airco, maar ook nog met een traditionele cassetterecorder; in zo�n auto zou je toch wel een CD-speler verwachten! Met je huurpapieren loop je naar de Alamo-garage, waar alle auto�s klaar staan met hun sleutels er in. Je kiest maar een willekeurige auto uit je huurcategorie ('luxury' bij ons) en je rijdt er mee naar de slagboom. Daar worden je papieren afgestempeld en 'klaar is kees'. Simpeler kan het volgens mij niet. In het donker moeten we op weg naar de lokatie waar we onze sleutel moeten ophalen. Dat valt niet mee, we rijden er in het donker een keer voorbij maar vinden het op de terugweg wel. We pikken onze sleutel op en een mijl of vier verder zoeken we naar ons huis. Dat vinden we snel en tegen tienen lokale tijd, openen we de deur van onze vakantiewoning. En dat blijkt niet zo�n bungalowtje te zijn als in Center Parcs of zo. Welnee, een lel van een woning met een grote keuken, twee zithoeken, drie slaapkamers, twee ruime badkamers. Achter het huis een zwembad van 5 bij 3 meter, die in een grote kooi ligt, een soort voli�re, die aan het huis vast zit. Zo blijven allerlei insecten buiten de deur. Alle huizen op dit park hebben zo'n soort voli�re, een merkwaardig gezicht. Het is een typisch Amerikaanse woning, zoals wij die in NL uit de soaps kennen. Alle clich�s lijken hier waar te zijn, zoals een garagedeur van een meter of 6 breed die ruimte biedt aan een grote garage voor twee auto�s. Het ontbreekt de garage nog net aan een basketbalnetje. Door de voordeur komen we gelijk in de huiskamer. Typisch Amerikaans gedecoreerd: veel wandbekleding, kitscherig meubilair en schilderijen, hoogpolig tapijt, etc. Keurig onderhouden, schoon, grote koelkast, geheel ge-airconditioneerd, een keurige lawn er om heen. Een zeer comfortabele plek om de eerste week door te brengen. Niets mis mee!!! In de servieskast hangt een �notification� dat het servies goed schoongemaakt is, maar niet conform de 'Federal and State Standards for public food service establishments'. Tsja: je zou de verhuurder toch immers eens daarop kunnen aanspreken, nietwaar�..? Tegen elven tollen we in bed, zo�n 22 uur later dan we opgestaan zijn. Gelukkig zit dit lange traject er op. Uiteraard worden we na de ergste slaap, om 4 uur 's nachts, wakker. Hoogste tijd om op te staan, zegt onze innerlijke Nederlandse tijdklok. Rond achten zit de familie aan het eerste Amerikaanse ontbijt: geroosterd brood met boter en kaas, thee. De kinderen lijken in de loop van de dag minder last te hebben van het tijdsverschil dan de ouders. We leggen ze 's middags te slapen, maar alleen de jongste voelt daar iets voor. Tegen zevenen 's avonds zijn de batterijen echt leeg en leggen ze zich er bij neer dat er geslapen moet worden. Overigens mogen de kinderen een supercompliment krijgen voor hoe ze zich de eerste twee dagen hebben gedragen. Geen onvertogen woord tijdens de reisdag en ook de eerste dag hier maken ze veel lol. De eerste dag gaan we naar de supermarkt om boodschappen te doen. Ook in de supermarkt is alles zo herkenbaar Amerikaans. Service alom: veel personeel, waar betalen ze het van? Een mannetje die je boodschappen bij de kassa inpakt, een mannetje om je boodschappenkarretje van de auto terug te brengen naar de ingang, Veel cola�s, veel ijs in de diepvries, grote potten pindakaas en jam, melk in containers van ruim twee liter. De kinderen liggen veel in het zwembad. Buiten zal het zo�n 25 graden zijn en de eerste dag half bewolkt. Ideaal om de dag in onze voli�re aan de rand van het zwembad door te brengen. Verder gebeurt er niet veel, een lekkere luierdag. De tweede dag is het onbewolkt, om negen uur 's ochtends gaat Tom al het water in. Na ons Amerikaanse ontbijt liggen ze er alledrie al snel in. Donderdag maken we een 'rondritje' door het westen van Orlando. Hier liggen heel veel van de pretparken in Florida: uiteraard Disney World (met vier themaparken), Sea World, Wet �n Wild, Dicovery Cove, Holy Land Expercience, MGM Studios, enz, enz. Niet onlogisch om alles bij elkaar te plaatsen. Het is hier altijd goed weer en je hoeft maar op 1 plek neer te strijken, om in je vakantie zoveel mogelijk fun op te nemen. De hele regio staat hier dan ook in het teken van vertier: de parken, vakantieparken, hotels, restaurants, gift shops, fast food. Een en al commercie wat de klok slaat. Probeer daar maar eens onderuit te komen. Geordend en georganiseerd is het wel!

 
3. SEA WORLD Vrijdag is het dan zo ver: we gaan naar het eerste van de twee parken die wij zullen bezoeken: Sea World. Een soort Dolfinarium, maar dan een stukje groter. In Sea World tonen ze allerlei dieren en flora die te maken hebben met leven rond, op en in het water en ijs. Van tropische koraalriffen tot ijsberen. Van flamingo�s tot haaien. Teveel om op een dag te zien. Wat wij ondermeer zagen en deden (ook een beetje opgeschreven ter herinnering voor onszelf): - de dolfijnenshow en het 'kinderdagverblijf' van de dolfijnen ; - de piratenshow met zeeleeuwen, Clyde en Seamore - de orkashow ('you will get soaked') - de �manatees�: grote dikhuiden die in Florida leven - de haaien van heel dichtbij - een helikoptervlucht met heftige turbulentie over de Noordpool - de roggen, schilpadden, flamingo�s, ijsberen, koraalvissen, etc - en voor het vertier gingen we op reis in Atlantis: in een bootje met achtpersonen word je naar 18 meter hoogte gebracht en daar stort je naar beneden een waterbak in. Vervolgens pak je nog een stukje achtbaan door het water. Doel van dit alles: fun en nat worden. Beide lukt aardig! Ook hier in dit park volop personeel, commercie, 'warnings' (ter vermijding van aansprakelijkheid), (dikke) Amerikanen op gymschoenen. Kortom: zo Amerikaans als je het krijgen kan en zo moet het ook zijn!
 
4. DISNEY WORLD: THE MAGIC KINGDOM E�n van de vier Disneyparken in Disney World is The Magic Kingdom. Soortgelijke parken zijn er in California en Parijs. Voor de kinderen een must, dus wij 's ochtends vroeg er op uit voor een lange dag Disney. Ook hier weer een dag van efficiency, continu vermaak, vriendelijke staff ('vriendelijkheid' staat geheid in de functiebeschrijving, want soms is het echt 'te'). Wat opvalt is dat niet alleen jonge mensen in deze parken werken, maar dat je alle leeftijden tegenkomt. Volgens mij kom je in NL alleen jong personeel in dit soort parken tegen. Via een net van ruime autowegen kom je op het reusachtige parkeerterrein, met een trammetje van het P-terrein naar de ticketoffice, met de monorail naar de hoofdingang en met een stoomtrein het park rondrijden. De kinderen hebben zich vervolgens de blaren onder hun voeten moeten lopen om overal te komen; ze hebben het perfect volgehouden. We gingen in Mickey�s Toontown Fair op de foto met Mickey en Goofy, vlogen met Peter Pan in zijn piratenschip, gingen in Pooh�s honingpot door het Honderd Bunderbos, gingen per boot door de vijf werelddelen (''it's a small word after all''), zagen we in 3-D Mickey�s Philharmagic. Voor het stoere werk in Frontierland gingen we in de mijnwerkers achtbaan (Big Thunder Mountain railroad) en in de Splash Mountain waar je met je karretje zo�n 12 meter naar beneden 'valt'. In Adventureland gingen we op Jungle Cruise en bezochten we Piraten van de Caribbean. Om drie uur en om acht uur zagen we de straatoptochten (Share a Dream Come True Parade en de SpectroMagic) en bij ons vertrek pikten we nog een stukje van het vuurwerk mee. Onwaarschijnlijk hoe efficient het vertrek ook weer ging. Met tienduizenden mensen in het park, en razendsnel weer afgevoerd met de monorail, het trammetje, en hops, de brede autowegen op. En tot 's avonds laat weer zeer vriendelijk goedendag gezegd door het Disney-personeel. Het zijn te veel indrukken om op ��n dag te verwerken, laat staan dat je een 4-dagen pas koopt. Dan moet je na vier dagen wel ontploffen. Uiteindelijk waren we om 22 uur thuis. Annika en Lotte sliepen al in de auto, thuis in bed geen geluid meer van gehoord. Een onderdeel van de efficiency is het Fastpass systeem. Voor een attractie waar je korte(re) tijd voor in de rij wilt staan, bestel je bij de attractie een toegangstijd voor die attractie. Als je op dat tijdstip aankomt kan je in de Fastpass-rij snel door en hoef je niet in de lange rij te wachten. Om te voorkomen dat je zo even alle attracties afloopt voor Fastpass-toegang, kan je maar eens in de twee uren gebruik maken van dit systeem. Dus al je er een beetje op tijd bent, kan je er zo vijf keer op een dag gebruik van maken. Het lukte ons vier keer. Einde van ons vaste verblijf in Orlando. Volgende evenement is het ophalen van de camper en zuidwaarts Florida intrekken.
 

5. "RIJDEN, RIJDEN, RIJDEN IN EEN WAGENtje" (verslag van 28 april) Op naar Cruise America om onze camper op te halen. We hadden een 27 ft camper besteld, maar omdat die uitverhuurd waren kregen we een 'upgrade' naar 32 ft. Een kleine 10 meter camper, nieuw uit het jaar 2004. Als we terug zijn in NL kunnen we zo opgaan voor de baan van buschauffeur. Nu zijn de Amerikaanse wegen breed en ingesteld op groot verkeer, maar met een lengte van 10 meter moet je toch goed oppassen. Een U-bocht maken toen we verkeerd waren gereden, draait uit op een partij steken om de camper weer goed op de andere rijbaan te krijgen. Zo'n auto heeft zowat alles aan boord om het te wonen alsof je thuis bent. Er ontbreekt een (vaat)wasmachine, maar voor de rest is het compleet: douche, toilet, airco, tv en dvd, magnetron, enz. Ok�, wij hebben een bakbeest, maar het kan altijd groter. Er rijden hier campers van nog wel een paar meter langer, vaak met dubbele achterassen en 6 achterwielen. Meestal trekken die dan een personenauto, want voor de dagelijkse ritjes is het ondoenlijk om telkens met die bus te reizen. Een beroemd merk van die lellen is trouwens 'Dutchstar'. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat je in NL of in Europa zulke campers zou tegenkomen. Ze zouden zich ook zo klem rijden in het eerste-de-beste Europese stadje.

Goed nieuws als je gaat trekken is de benzineprijs. Die is zo $ 1,80 per gallon (3,8 liter). Bij een wisselkoers van 1,2 dollar voor een euro, is dat ongeveer 40 eurocent per liter. Dan bespaar je dus niet op een litertje of zo. Het mooie van de benzineverkoop in de VS is dat er veel benzinepompen zijn. Het liefts vlakbij elkaar gelegen. We kwamen op een kruispunt met drie benzinepompen op de hoeken! En de prijzen verschillen dan ook nog tussen de pompen. Shell behoort vaak tot de goedkopere merken. Dat is nog wat anders dan de pompen in NL die claimen dat er te veel concurrentie is en beweren dat de prijs toevallig overal gelijk is..... Het slechte nieuws is dat ons 10 cilinder Ford beestje wel een paar liter benzine lust. Hoeveel weet ik nog niet, maar als je die grommende motor hoort, dan ben ik bang dat er een draaikolk in de tank staat bij het optrekken. We laten het verbruik een volgende keer wel weten.
Amerikanen zijn zeer nette rijders. Vrijwel iedereen houdt zich aan de snelheidslimieten, die voor al het verkeer gelijk zijn. Vrachtauto's rijden ons vaak voorbij omdat die de grenzen van de snelheid het eerst willen overtreden. Af en toe zie je een Amerikaanse politieauto met alarmlichten in de berm staan en dan is weer een gepakt. Net zoals wij dat in NL in de docusoaps zoals 'cops' of '911' zien'
Amerikaanse auto's zijn ook echte Amerikanen. Datgene waar je in NL meewarig wordt aangekeken is hier de gewoonste zaak van de wereld: Chevrolet, Oldsmobile, Dodge, Buick, Pontiac, etc. Je hebt hier sedans, vans ('busjes') of pick-up trucks. Stationcars zie je hier nauwelijks meer. Je komt hier wel Aziatische automerken tegen die we in NL ook kennen, met name Nissan, Mitsubishi en soms wat Kia of Hyundai. Ook de type-aanduidingen zijn dezelfde als in NL, maar de rondingen van de auto zijn dan weer zo typisch Amerikaans. En graag wel met wat chroom aangekleed...
Goed, wij haalden dus ons huis op wielen op, sleuren het ding naar het vliegveld om onze huurauto terug te brengen en vervolgens zetten we koers richting het zuiden. We komen die dag aan in Okeechobee aan het gelijknamig meer. We monsteren aan bij de grootste KOA (Kampgrounds of America, een keten van campings) van de VS. Tot onze verbazing zijn slechts enkele van de 700 plekken bezet. Het is hier inmiddels echt off-season. Het wordt te warm en te vochtig in het zomerseizoen. Winter is hier het hoogseizoen. Dientengevolge hebben we zowat alles voor ons alleen, inclusief een fantastisch zwembad van 20 bij 15 meter. Heerlijk! De kinderen brengen veel uren in het warme water door en worden zo uitstekende zwemmers. Favoriete spel is het opduiken van spulletjes van de bodem. Wij gooien die bij voorkeur op een diepte van 2 meter neer, zodat ze echt hun best er voor moeten doen. Er wordt ook voor de eerste keer huiswerk op deze 'schoolreis' gedaan. Rekenen, lezen, spellen. Jacqueline is de strenge juf. Regelmatig vraagt J aan de kinderen of ze op de echte school ook zo maar alles roepen en vragen wat in hun gedachten opkomt. Michiel speelt Mini Loco met Lotte, want Lotte wil ook uiteraard haar huiswerk doen. De kids zijn er wel serieus mee en doen hun best hun huiswerk te maken.
Na twee dagen op onze verlaten campground, gaan we door richting Homestead, ten zuidwesten van Miami en bij de ingang van de Everglades. Nu zouden we graag willen vertellen dat we weer fantastisch weer hebben, maar dat is nu net even anders. We krijgen een middag van tropische regenbuien voor onze kiezen. Never mind. De temperatuur daalt er niet bij, dus we blijven in korte broek en t-shirt rondlopen. De kinderen willen even zo goed gaan zwemmen. De KOA camping in Homestead is ook weer verlaten: off season. Uiteraard lopen er wel enkele verdwaalde Duitsers en Nederlanders rond; het zou eens anders zijn. De komende dagen willen we iets van de Everglades gaan zien, wellicht een paar krokodillen gaan ontmoeten.
We zijn nu ruim een week weg en er is al weer zoveel gebeurd. De vliegreis, de parken, camper huren en een eind Florida in rijden. De kinderen vermaken zich prima. Natuurlijk valt het hen wel eens tegen, maar dat is echt niet anders dan thuis. Het klimaat is goed, we rijden en leven tussen palmbomen, alle clich�s over Amerika blijken wel min-of-meer waar te zijn. Het bevalt ons prima. Het is leuk om veel mails uit Nederland te krijgen. De kids vinden het fantastisch als er voor hen een mailtje komt. Wat een verschil is dat met negen jaar geleden, dat je niet anders kon dan met pay-telephones berichten met het thuisfront kon uitwisselen. To be continued!
 
6. ALLIGATOR DUNDEE (verslag van 2 mei)
Na de eerste nachten aan het Okeechobeemeer goed te hebben doorstaan gaan we verder naar het Zuiden, op naar de Everglades. Alsof Florida haar best deed om ons Nederland niet te doen vergeten werden we vergeld door enorme regenbuien. In de uiterste zuidwest hoek van Miami (nabij Homestead) slaan wij onze kampeervleugels weer uit. Bijna vanzelfsprekend op een KOA-camping. We staan onder de fruitbomen (staat in de folder) maar er is helaas geen mogelijkheid voor een Everglades-excursie (staat wel in de folder). Daarentegen hebben ze gratis internet en weer een goddelijk zwembad, ondervindt ook Jacqueline (schrijver dezes). Nog heerlijker is de hottub, 35 graden en met bubbels! De omgeving waar in de camping staat is de kraamkamer van de bomencultuur in de VS, en alle kwekerijen worden dan ook nursery�s genoemd.

Maar ons doel is de Everglades. Voordat er begin 20e eeuw werd begonnen met het zgn. watermanagement van Zuid Florida was het ten zuiden van Okichobee een grote rivier die in het droge seizoen (winter) vrijwel droog viel en in de regentijd (zomer) een breedte bereikte van ruim 70 miles en dan in de Golf van Mexico uitkwam. Maar door de hobby van Prins Willem Alexander (dus al meer dan een eeuw oud) is die rivier ook in de zomer vrijwel droog. De naam van de rivier?: Everglades, verbastering van River of Grass (rivier van gras). Nu de Everglades een nationaal park is geworden (na Yellowstone, het grootste van de VS) probeert men de Everglades te voorzien van meer water maar men kan zich de lobby van nursery-eigenaren, huiseigenaren etc wel voorstellen. En natuurlijk, er komen steeds meer mensen naar Zuid-Florida om er te wonen en die hebben nu eenmaal ruimte nodig. Maar goed, het gaat beter met de Everglades en wij mochten daar van meegenieten. Omdat het park een enorme omvang heeft, heeft het meerdere ingangen en we begonnen met de noordelijke ingang. Daar aangekomen konden we meteen mee met een tramtour van 2 uur. Een zeer enthousiaste parkranger vertelde honderduit over de wildlife en de flora in de Everglades, de bedreigingen en de vooruitgang. Ondertussen werden we gewezen op de eerste alligator. Wauw!!! Een echte van wel 30 cm.!!!! En toen nog 1 en nog 1, en toen hele gezinnen van wel 4 generaties, waarbij je de groei door de jaren heen goed kon aanschouwen. De alligators werden talrijker maar ook groter. Het was echt een fantastisch gezicht. We zagen ook softbackturtles die verwoede pogingen deden om nesten te maken maar met al die nieuwsgierige ogen kan ik mee wel iets prettigers voorstellen. We hebben ook enorm veel verschillende vogels gezien maar de Amerikaanse namen zijn ons onbekend dus daar hadden we niet veel aan. Een vogel meenden we wel te herkennen: visarend want die vloog met een kleine vis in zijn bek weg, kan ook een kleine alligator zijn. Een was een geslaagde rondtour, vooral ook omdat we halverwege vanuit een watchtower een goed overzicht hadden over de Everglades. Een soort wild graslandschap met hier en daar eilandjes van dikke bebossing en waterpoelen. De waterpoelen worden deels door de alligators gemaakt. Ze graven een kuil en wanneer daar na de regentijd water in blijft staan hebben ze hun prive-bad, maar ook hun eigen provisiekast; de andere dieren komen namelijk in de droge tijd naar deze poeltjes toe en worden dan lekker opgegeten door de alligator. De kids vonden het geweldig al die alligators maar het ongeloof bleef: waren het echte of echte nepperts? Inmiddels weten ze ook haarfijn het verschil tussen een krokodil en een alligator, zelfs Lotte. Want als ze een kleurenfoto van een krokodil zet zegt ze parmantig: Kijk mamma, dit is een krokodil want hij is groen. En waarachtig dat klopt want het grootste verschil tussen de twee is dat de ene donker bruin/zwart is en de ander groenig. Hebben jullie goed opgelet? Wie was nu groen en wie donker bruin? Na al die indrukken wordt het weer tijd voor een duik in het zwembad, maar onderweg worden er eerst aardbeien geplukt. Bij een stalletje staat nl. U pick, dus moesten we zelf aan de slag. Geen nood want Tom en Lotte wisten feilloos de grootste en de mooiste aardbeien te vinden.

Na een dag heerlijk luieren (wat s avonds niet meer zo heerlijk was want iedereen was verbrand, arme Annika het meest) aan het zwembad, gingen we via de oostelijke ingang naar de Everglades. Maar na 2 wandelingen hadden de kinderen het echt wel gezien. De turtles, alligators maar ook de sprinkhanen, visarenden etc. konden niet meer op hun bewonderingen rekenen. Gezien de warmte en het verbrande gezicht van Annika besloten we maar weer de weg op te zoeken en naar de Keys te gaan.
De Florida Keys zijn een groot aantal kleine eilanden als kralen aan een ketting bungelend aan de onderkant van Florida met als bekendsten: Key Largo (film met Bogart en Bacall) en Key West (residentie van Hemingway en 90 mijl ten noorden van Cuba). Key is een verbastering van het woord cayo (spaans) dat weer van cay afkomstig is. De afstanden tussen de eilanden is vaak niet meer dan een ophaalbruglengte zodat je vaak niet eens in de gaten hebt dat je weer op een ander klein eilandje bent. De bewegwijzering van de ketting vindt plaats door middel van MarkMiles (MM), beginnend op het uiterste puntje van Key West tot een mijl onder Homestead (zie eerder onze camping). Wij zijn gestrand op MM70 (voor de goede lezer 70 mijl van Key West op een minuscuul eilandje dan Key Fiesta heet. En een feest is het er! De camping wordt (dit weekend en meestal ook de andere weekenden) vooral bezocht door ex-cubanen uit Miami die met enorme campers, vissersboten en Hummers de drukte van Miami ontvluchten. Wanneer je langs zo een rijtje campers loopt, kijk je je ogen uit: hele keukenblokken met megakoelkasten staan langs de buitenkant van een camper opgesteld, daarvoor, onder een enorm zonnescherm, een giga BBQ en idem geluidsboxen en fietsen met 1 voorwiel en 2 achterwielen met zo een mandje ertussen (driewieler voor volwassenen). Volgens Tom rijden ze op zulke fietsen omdat ze niet op 2 wielen kunnen fietsen, volgens mij omdat een tweewieler het gewicht van de berijd(st)er niet kan dragen. Door de taal en de muziek waan je je echt in de Caribean. Ik was dan ook verbaasd toen ik in het zwembad ineens Engels hoorde praten. Dit jaar kent een ongewoon harde wind, al weken klagen de vissers erover. Wij vinden het heerlijk want het koelt lekker af. Er geldt ook een �kleine-boot waarschuwing�. Volgens de serveerster van de Beach Grill House zijn de vissers erg grumpy maar daar is weinig van te merken: het feest gaat gewoon door. Maar the law is the law en om 10 uur p.m. is het stil! Dit was zaterdagavond en nu is het zondagavond en is de camping weer uitgestorven qua bewoners niet qua campers.Wij hebben de zondagochtend doorgebracht met huiswerk maken, meloen eten, zwemmen, een miniwandeling, spelen in de speeltuin (althans de kids), boekje lezen en weer zwemmen. Nu zit ik met een pina colada dit verslag te tikken. Life is beautiful.
 
7. TRUMAN ACHTERNA (verslag 5 mei) President Truman moest in de winter van 1946 op dokter's advies naar een warm gebied en zowaar het huis van de commandant van Key West stond leeg en dus vertrok Truman naar Key West. De Amerikanen houden van hun presidenten (ook van Bush, over een aantal jaar) en dus hebben ze de grootste straat van het eiland vernoemnd naar Truman. Wij houden ook wel van een zonnetje en na 2 nachten feesten (?!) op Key Fiesta vertrokken wij ook naar Key West. Wij zaten op MM70 dus dat betekende toch wel bijna 2 uur rijden met dat enorme gevaarte van ons. Maar volgens de reisboeken was het dat wel waard. Onderweg konden we het ritje leuker maken door te wijzen op de oude spoorbrug die soms nog naast Highway One loopt en door de 7 milesbridge. Dat is die brug die je op alle fotootjes ziet van de Keys en waarvan wij heel naief dachten dat de hele weg van Homestead naar Key West wel zo zou zijn. Niet dus.
Goed wij arriveerden in Key West en ik dacht dat er wel een centrale parkeerplaats voor RV's en bussen zo zijn (dat is vaker zo) maar helaas hij was er niet of we konden hem niet vinden en zo kwamen we vast te zitten (bijna letterlijk want weinig manoeuvreerruimte) in een chique residential area met een grote ijzeren poort waar je wel door naar binnen kon maar niet meer naar buiten. Met behulp van wat wereldvreemde oudere Amerikanen (is dat geen pleonasme?) werden we ontzet en trokken wij ons terug aan het strand waar gelukkig wel plaats was voor onze kanjer maar wat helaas nog een heel end lopen was naar het centrum. Na een lange wandeling arriveerden wij in het centrum maar wij konden de charme er niet van inzien. Ook niet nadat wij volledig gelaafd waren. Het is een opeenhoping van erg toeristische winkeltjes die gericht zijn op de cruiseboten die afmeren in een veel te klein haventje.
Gelukkig hebben we wel het meest zuidelijke punt van de VS op foto vastgelegd en geprobeerd om vanaf dat punt Cuba te zien liggen. Helaas zelf bij het stralende weer wat we hadden zat het er niet in. Naast het meest zuidelijke punt van de VS staat het meest zuidelijke huis van de VS en het meest zuidelijke kantoor van de spoorwegen van de VS en de meest zuidelijke etc etc. De dag eindigde in Key West voor de kinderen in een speeltuin. En dat was voor hen een hoogtepunt. Voor Michiel was het een duik in de oceaan en voor mij was het een duik in het zwembad van de volgende camping op MM20.
Als laatste belevenis op de Keys bezochten we John Pennerman State Park op MM102,5 op Key Largo. Dit park heeft een aantal kampeerplaatsen maar die waren helaas bezet maar er bleef genoeg over om te zien en doen. Het park beslaat o.a. een groot mangrove bos, strand aan de oceaanzijde en het belangrijkst een deel van het koraalrif voor de oostkust van de VS. Nu kan ik niet duiken en zal dat waarschijnlijk ook nooit leren maar ik wilde het koraal en z'n vissen toch wel eens van dicht bij bekijken en daarom vertrokken Annika en ik per Glass Bottom Boat naar het rif. Michiel, Tom en Lotte vermaakten zich met het strand, de oceaan en het schuilen tegen de regenbuien.
Na een dik half uur varen kwam ons eerste uitzichtpunt in zicht. Een gezonken boot van de kustwacht. Dit ding was gezonken en daarna geschonken aan het State Park dat er een kans voor de vorming van nieuw koraalrif in zag. Helaas zaten er nogal wat afvalstoffen in de boot en toen die eenmaal waren verwijderd was het State Park enkele miljoenen armer. Nu maar hopen dat het koraal het een lekker plekje vindt. Weer een half uur varen waren we eindelijk boven het rif. Het ziet er prachtig uit met veel dierenleven. Ik ben er toch trots op dat we, naast een heleboel verschillende papagaaivissen, een verpleegstershaai hebben gezien en een echte barracuda. Ziet er echt gemeen uit en volgens de gids was dit nog maar een baby�tje. Toch goed dat ik niet ben gaan duiken. Ik heb nog iets zeer buitengewoons gezien, zeer grote vissen die leken op tonijn, maar wat het nu precies was weet ik niet.
Omdat we helaas niet konden blijven slapen in het State Park vertrokken we aan het begin van de avond weer terug naar Homestead alwaar we op onze "oude" camping terecht kwamen waar we dit en het vorige verslag op onze website kunnen zetten. Morgen vertrekken we naar de westkust van Florida!
 
8. MOTHERS�s DAY

In de Amerikaanse winkels kun je er echt niet om heen: moederdag. Zouden de vaders het het liefst stil voorbij laten gaan, nou ze krijgen hier geen kans. Er liggen zelfs bossen verse snijbloemen in de winkel en er hangen enorme helium ballonnen tegen het plafond. Dus wordt ook deze moeder getrakteerd op ontbijt op bed, met echte croissants en cadeautjes! Maar ook al is het moederdag en ja zelfs Zondag, er wordt ook weer hard gewerkt door de kids: voor Annika vandaag zelfs een rekentoets en dictee (Tom had dat gisteren). Ze vinden het nog steeds heerlijk om te doen en het is bovendien een erg prettig tijdverdrijf. Lotte doet ook haar dingen zoals Miniloco. Ze vindt het leuk om t e doen en ze leert er ook nog wat van. En daarnaast houden wij ons erg bezig met aanschouwelijk onderwijs: gisteren hebben we Corkscrew Swamp Sanctuary, een priv� natuurpark waarin met het landschap, d.w.z. Everglades weer terug wil brengen zoals dat 500 jaar geleden eruit zag. Door het hele park ligt een zgn. boardwalk van 3,5 km. We zagen heel wat bromelia�s, cipressen, spechten, hagedissen, kraanvogels met vissen in hun bek die ze niet doorgeslikt kregen, schilpadden, waterslangen en natuurlijk alligators. Er schijnen ook beren te zitten en panters maar die hebben we gelukkig niet gezien. Ondanks onze scepsis aan het begin van de wandeling (alweer die alligators) was het een indrukwekkende wandeling vooral ook omdat de kinderen alles wat ze zagen opzochten in het begeleidende boekje (uit zichzelf!). Na deze natuurexcursie klommen we weer in de camper om verder te rijden naar St. Petersburg. Op vrijdag hadden we een beachday aan de Golf van Mexico. Het Delnor-Wiggins Pass State Park ligt aan de kust en beschikt over een prachtig lang wit strand dat grenst aan een mooi bos. Je kunt dus lekker in de schaduw liggen wanneer de zon te sterk wordt. De stranden aan de Golf van Mexico in Zuidwest Florida staan bekend om de enorme hoeveelheden en diversiteiten aan schelpen. Ze zijn ook veel dikker dan in Nederland. Er zitten hele mooie exemplaren tussen en Annika en Lotte hebben er zakken vol van. Dat wordt extra betalen in het vliegtuig voor het overgewicht! Tom heeft zijn tijd aan het strand vooral doorgebracht met het bouwen van kanalen en steden. Gelukkig werd het ook vloed dus dat gaf enorme voldoening. Na een dagje strand wordt het tijd voor verkoeling in het zwembad en de hot tub (?!) op de camping in Naples.

We waren daar op donderdag aangekomen Na ongeveer 2 uurtjes rijden vanuit Homestead we staken het stadje meteen door op weg naar het strand. Onbedoeld kwamen we in een mooie buitenwijk aan het strand terecht waar je zo de auto (en in ons geval een camper) kon parkeren nadat je de meter (in ons geval 2 meters) had gevoed met quarters. Welkom aan de Golf van Mexico! Aan het strand was ook een pier, eigenlijk niet veel meer dan een lange houten steiger, die een behoorlijk eind de zee in liep en waar de vissers elkaar verdrongen voor het beste visplekje. De pelikanen hadden dit allang in de gaten en zwommen rustig rond in de hoop een gevallen visje te kunnen vangen. Het draait in Florida alleen maar om vissen, zowel zoet als zout. Zonder hengel tel je hier eigenlijk niet mee, met hengel maar zonder boot ben je te betreuren. De pelikanen waren niet de enigen die belangstelling hadden voor de visjes (of de hengelaars) maar ook dolfijnen lieten zich zien. Voor ons een onbekend gezicht die dolfijnen zo dicht onder de kust maar voor de hengelaars niets nieuws want er werd niet eens op of omgekeken. Natuurlijk was er op de pier ook een eettentje waar je allerlei vettigheden kon eten. En eten dat kunnen de Amerikanen. Wij waren 9 jaar geleden voor het laatst in de VS en we hebben de indruk dat de zwaarlijvigheid alleen maar is toegenomen. Als het gewicht/omvang van Tom als gemiddeld geldt in NL (volgens de schoolarts) dan zijn de kinderen hier voor 80 a 90% te dik. Zulke magere ventjes en meisjes als bij ons kom je hier niet tegen. Je kunt in pretparken dan behalve buggies ook gemotoriseerde rolstoelen huren voor als je te veel last hebt van je gewicht dat je de hele dag mee rond te dragen.
 
9. BACK EAST (verslag 13 mei)
De zondag in St. Petersburg werd iets anders dan we hadden voorgesteld, nl. luieren aan de rand van het zwembad. Het zwembad was door een peuter gebruikt om er zijn behoefte in te doen en nu moest het gezuiverd worden. Dit betekende dat de rest van de dag het zwembad "out of order" was, tot grote teleurstelling van vooral Lotte. Tom had al een alternatief bedacht: midgetgolf. Overal waar Tom maar het idee krijgt dat er een midgetgolfbaan is, wil hij met een stokje tegen dat balletje slaan. Het bleek een prima alternatief en op moederdag mocht moeder natuurlijk winnen, zelf met een "een hole in one". Voor de echte golfers is er hier een ruime keuze aan banen: openbaar, semi-openbaar en priv�. Een aanbeveling is wel dat de baan wordt ge�rrigeerd met gerecycled water! Iedereen op de camping lijkt ook te beschikken over een echte golfcart, heerlijk sportief! In de middag moet er toch echt water worden opgezocht, dus wordt de kajak van stal gehaald en wordt er door de mannen flink geroeid en genieten de dames van het uitzicht, en wat een uitzicht voor een makelaar in de dop! De makelaars zijn hier trouwens bijna allemaal dames, dus wellicht ligt er een toekomst voor mij hier.
Orlando lonkt al weer in de verte dus buigen we af richting oosten met een ruime tussenstop in Silver Springs, een stadje gebouwd in de omgeving van zeven bronnen waar vanuit de Silver River begint, die noordwaarts stroomt, wat heel ongebruikelijk is voor rivieren in de VS. In het State Park kun je met een glass bottom boot de rivier op om de zes van de zeven bronnen onder de waterspiegel te zien. De grootste bron ligt op ruim 30 meter diepte en het geheel is toch redelijk spectaculair. Daarnaast waren er nog 2 andere boottochten: eentje om een tipje van de geschiedenissluier op te lichten en de andere om wat wildlife te laten zien: veel vissen, vogels, schildpadden (geen apen want het was een beetje regenachtig en daar houden de beestjes niet van) en natuurlijk alligators. In het park waren ook krokodillen en nu konden we het verschil goed zien in kleur, bek en snuit. Maar de overeenkomst is duidelijk: geen speelkameraadje! Het park was leuk vooral omdat het echt off-off-off season was en daarom bijna uitgestorven. We hoefden nergens in de rij end at was maar goed ook want zo spectaculair was het ook weer niet. Gewoon een aangename dag aan en op een mooie glasheldere rivier.
Het oosten blijft trekken dus op naar Space Coast. Eerst wilden we toch weer even contact maken met Nederland, wat niet zo eenvoudig is als we van te voren hadden bedacht. De Amerikanen hebben allemaal laptops en telefoon die je hier in de telefooncel kunt prikken. Maar wij niet en we zijn dus aangewezen op de oude pc. Wij dus op zoek naar een public library en echt in �the middle of nowhere� vonden we er eentje. Ik kon er mijn vorige verslag wel op de website zetten maar nieuw materiaal wilde hij niet opnemen, dus heb ik daar voor niets een uur zitten typen. Goed, wij dus op weg naar de Space Coast.
Wanneer wij van de ene plaats naar de ander vertrekken ziet ons schema er ongeveer als volgt uit: ontbijt, douchen en aankleden, koffie zetten en de kinderen aan het huiswerk zetten, wassen/drogen en opbergen, camper rijklaar maken (alles stormvast wegbergen, incl. kids en schoolmateriaal, loskoppelen van electriciteit, water en afvoer) en zachtjes vertrekken richting de eerste de beste Publix, een soort AH maar dan vele malen groter. De camper wordt geparkeerd, moeders gaat meestal boodschappen doen en vader en de kids doe iets onbekends en ene kleine lunch. Bij terugkomst worden de boodschappen ook stormvast weggeborgen en kan de reis eindelijk beginnen. Het loopt dan meestal al tegen 2 uur. We komen dan ook niet voor 5 uur op een volgende camping aan. Goed, we gaan op Woensdag dus richting Space Coast en Donderdag gaan we echt naar het Kennedy Space Center.
 
10. KENNEDY SPACE CENTER
We parkeren de camper nabij Titusville op een wederom bijna verlaten kampeerterrein voor motorhomes. Denk dus niet dat je daar met je tent kan aankomen. Water en elektriciteit aansluiten en we staan geparkeerd in een bos van (o.a.) palmbomen. De airco aan,om de hitte in de camper te verdrijven. Zonder een airco is het niet uit te houden. Overal waar je komt hoor je het brommende geluid van airco�s.

Donderdag gaan we naar Kennedy Space Center en eigenlijk een beetje tegen onze verwachting in, blijkt dit een zeer leuke trip te zijn. Eerst moet je door de beveiliging heen, van een redelijk zwaar niveau. Want je komt in gebied waar ook �gewoon� wordt gewerkt. Want we gaan namelijk om te beginnen op een bustour over het grote terrein van KSC. De tour brengt ons langs (maar niet in) het VBA: Vehicle Assembly Building. Dit is het gebouw waar de Space Shuttle overeind wordt gezet en wordt gekoppeld aan de externe brandstoftank en de twee hulpraketten. Dit gebouw is 150 meter hoog en iets minder breed en is en van de grootste gebouwen ter wereld. Het gebouw van Nationale-Nederlanden in Rotterdam past daar enkele malen zijdelings in. Vervolgens gaan we naar een platform met uitzicht op de lanceerplatforms van de Shuttle. Tenslotte brengt de tour ons naar een gebouw waar een van de drie nog bestaande Apollo-raketten tentoon is gesteld. Een gigantische raket, ongeveer tweemaal zo hoog als het vrijheidsbeeld in NY. Deze drie raketten Apollo-raketten waren gemaakt om nog naar de maan te gaan, doch in de jaren zeventig werden de maanmissie voortijdig ge�indigd. Uiteindelijk zijn het er zeventien geworden. Na de bustour komen we terug in het visitor-center, waar we ons de rest van de dag bezig vermaken met allerlei bezienswaardigheden, films. Onderhoudend! En alhoewel de Space Shuttle thans de belangrijkste activiteit van de NASA is, worden er ook nog regelmatig onbemande raketten de ruimte in gezonden, met name om satellieten in de ruimte te brengen. Zeer interessant waren de tentoon gestelde originele control-rooms, waarmee de eerste Apollo vluchten werden begeleid. Technologie uit de jaren �60! In een digitaal polshorloge zit hedendaags meer rekenkracht dan toen in die hele control-room bij elkaar! De eerste Apollo-vluchten zijn nog geheel met een rekenliniaal uitgerekend en de computer van toen, diende slechts ter begeleiding van de vlucht. Zo kwam Neil Armstrong ook op een verkeerde plek op de maan uit (foutje in het rekenwerk) en moest hijzelf op het laatste moment met handbediening ingrijpen om een veilige landingsplaats op de maan te cre�ren. Houston kon slechts toekijken en niet helpen.

Vrijdag gaan we nog een keer terug, nu eerst naar de Hall of Fame. Ja, daar worden de mannen en vrouwen ge�erd, die �.etc. Maar daar zijn ook allerlei spullen die zijn gebruikt tijdens de Maanmissies, tot en met volledige originele capsules aan toe. Je verbaast je er over dat ze in zo�n kippenhok heen-en-terug naar de maan zijn gevlogen. Voor de kinderen waren er allerlei spelletjes te doen die verband hielden met ruimtereizen. De kinderen kaapten nog plastic drinkbekers om in Woerden uit te delen aan vrienden/vriendinnetjes.
Vrijdagmiddag gingen we naar Cocoa-Beach aan de Atlantische Oceaan. Deze kustlijn lijkt, in tegenstelling tot de westkust van Florida aan de Golf van Mexico, op de kustlijn in NL. Maar dan wel opgeleukt op z�n Amerikaans. Een houten pier, volleybalnetten, grote menshoge golven die komen aanstormen. Annika en Tom vermaken zich door in de golven te springen; ze worden ook regelmatig flink meegesleurd het strand op. Vrijdag in de namiddag rijden we terug naar Orlando om het week-end lekker uit te rusten en in te pakken voordat we naar Seattle gaan.
 
11. SHOP �TIL YOU DROP
De grootste hobby van Amerikanen schijnt shopping te zijn. Dat moet kloppen, gezien de enorme hoeveelheid winkels die je hier tegenkomt. Altijd bij elkaar geclusterd in shopping malls. Voor onze boodschappen gaan wij meestal naar Publix, zeg maar de regionale Albert Heijn van Florida. Je komt de Publix overal tegen, binnen een straal van enkele kilometers in de bewoonde wereld vaak meer dan een. Nou zal je zeggen dat wij in NL ook meerdere supermarkten dicht bij elkaar hebben. Dat klopt wel, maar hier is de bewoning veel minder dicht en de Publix even een paar maten groter dan onze Albert Heijn�s. Als je ziet in hoeveel merken, typen, vormen en maten de Publix cola verkoopt�.. Voor Jacqueline is er de tweeliterfles Coca-Cola voor $0,99. Haalt evenwel het einde van de dag niet. Wat voorts opvalt is de hoeveelheid personeel. Overal is er een m/v voor. Voor het inpakken van de boodschappen, voor het naar je auto brengen� Je karretje laat je gewoon ergens op de parkeerplaats achter, want daar is weer iemand voor die al die karretjes bij elkaar verzamelt. Alles gaat in een zeer rustig tempo. Het personeel is van alle leeftijden, ik zou bijna zeggen meer 50-plussers dan mensen onder die leeftijd. Medewerkers van in de 70 jaren is geen uitzondering! Iedereen doet wat �m is opgedragen, als je om iets anders vraagt wordt je doorverwezen. Kortom, er is hier een partij grijze werkloosheid�..! Hoe deze winkels nog geld kunnen verdienen. Waarschijnlijk krijgen die mensen een stuk minder betaald, dan de collega�s in NL. En dit verhaal gaat niet alleen op voor de Publix, maar ook voor de andere grote (Walmart, K-mart) en kleine (fotowinkels, kledingwinkels) winkels waar we komen. En de Amerikanen geven natuurlijk ontzettend veel uit aan shopping. Veel op de pof, we zien later wel of/hoe we het terugbetalen.
 
12. RIJDEN, RIJDEN, RIJDEN IN EEN WAGENTJE (vervolg)
Ik zou nog terugkomen op enkele aspecten van het rondrijden in Florida. We zullen zo�n 1500 mijl afleggen. Schreef ik enkele weken geleden nog dat benzine hier zo�n $ 1,75 per gallon (3,8 liter) kost, inmiddels betaal je tegen de $2 voor een gallon. Ook hier stijgen de benzineprijzen snel, Amerika spreekt er schande van. Blijft de benzine goedkoop, naar NL normen. Ons beest lust echter wel een slok. Het verbruik gaat uitkomen op 3,5 kilometer op een liter. Yes! Met name de stadkilometers hakken er qua verbruik in. Rijden in Amerika blijft een aangename bezigheid. Geen files gehad! Iedereen rustig aan dezelfde snelheid, de ander de weg gunnen i.p.v. de weg voor jezelf opeisen. Regelmatig staan bij verkeersborden gelijk de boetes vermeld voor overtreding er van. Langs de weg grote billboards van advocaten die zichzelf aanprijzen voor als je een �injury� hebt. Langs de Interstates (de grote snelwegen), zijn er geen benzinepompen, hotels of restaurants. Wel staan er voor iedere afslag borden, die aangeven welke benzinepompen er bij de volgende afslag zijn, welke eetschuren (MacDonalds, KFC, Wendy�s, Waffle House, Taco Bell, �), welke hotels en welke campings. Zoals ik al eerder schreef, staan al die benzinepompen bij elkaar en hebben ze meestal verschillende prijzen. Het wegennet is qua bewegwijzering redelijk te volgen. Niet de plaats waar je naar toe wilt, staat aangeduid, maar de windrichting. Je wilt dus op weg 538 north of south of op weg 87 east of west. Als je dit eenmaal in de gaten het, werkt het wel!
 
13. VAN FLORIDA NAAR SEATTLE

Florida loopt ten einde. Na KSC verbleven we nog twee dagen in Orlando, om nog voor een laatste keer te genieten van de warmte, het zwembad. Maandag 17 mei brachten we de camper terug en verhuisden naar de Days Inn voor een overnachting. Dinsdagochtend om zeven uur naar het vliegveld en op weg, via Chicago, naar Seattle. Daar kwamen we om drie uur aan. Pa en ma waren met een rechtstreekse vlucht uit Amsterdam twee uur eerder aangekomen. In de aankomsthal in Seattle troffen we elkaar. Zo simpel werkt dat nu! We gingen naar ons 'downtown' hotel, maakten nog een korte wandeling, hapten wat en gingen allen vroeg slapen. Voor pa en ma was er immers negen uur tijdsverschil, voor ons drie uur tijdsverschil met Orlando. De volgende dag gingen we Seattle in. Met de monorail naar de 200 meter Space Needle. De monorail en de Space Needle zijn in 1962 gebouwd ter ere van de wereldtentoonstelling. Uiteraard een schitterend uitzicht over de omgeving van Seattle, met de bergen aan de ene kant en de baai aan de andere kant. En het regende nog niet eens is, wat een mooie meevaller is in Seattle! Vervolgens met de tram, langs de kades, naar Pike Place Market. De beroemde markt waar oorspronkelijk vis, maar nu ook bloemen, fruit en andere snuisterijen worden verkocht. E�n visstand was fantastisch. Niet alleen wat er lag (schitterende krabben, koningszalmen tot een meter groot), maar met name hoe het personeel het publiek vermaakte. De mannen gooiden elkaar de vissen toe, onder het uitroepen van allerlei kreten. Vissen vlogen door de lucht, het publiek mocht soms meedoen. Af en toe werd er een grote speelgoedvis het publiek ingegooid. Tom rende daar achter aan om 'm te bemachtigen en terug te gooien naar de mannen achter de toonbank. Puur vermaak! Pa en Michiel gingen 's middags op jacht naar een digitale fotocamera en beide kwamen met een camera terug. 's Avonds lekkere vis gegeten op de markt en weer een dag er op zitten. Seattle is een on-Amerikaanse stad; veel meer Europees dan andere steden. Mooi gelegen aan het water.

 
14. RIJDEN, RIJDEN IN HET WAGENTJE (verslag 24 mei)

Op Hemelvaartsdag gaat hier het leven gewoon door want het wordt niet aangemerkt als feestdag. Wij zouden om half 10 worden opgehaald. We hadden de dag ervoor nog duidelijk aangegeven dat we met 7 personen waren en een heleboel bagage. Er kwam echter een gewone taxi waar met moeite een groot deel van de bagage in kon met daarbovenop Tom en Annika. Michiel ging als slangenmens voorin zitten. Voordat dit echter mocht gebeuren had de taxichauffeur (een grijze oude hippie) een ellenlang telefoongesprek over hoe het probleem van de 7 mensen en de enorme bagage op te lossen. Uiteindelijk gebeurde wat wij allemaal (en de lezer ook) hadden bedacht: er kwam een tweede taxi, echter wel met een half uur vertraging. Uiteindelijk zijn we allemaal aangekomen bij Cruise America waar het gezin hun camper gingen ophalen. Tot onze niet al te grote verbazing kregen we weer wat extra feet erbij maar dit keer zelfs in geheel nieuwe staat. Wij zijn de eerste bewoners! De camper is 60 cm. kleiner dan die in Orlando, dus het is even wennen. Nadat alle bagage in de camper was gepropt konden we op weg naar Portland waar de volgende dag de camper van ma en pa opgehaald diende te worden. Nu is Portland 4 uur rijden en dat gingen we niet meer halen dus halverwege hebben we een camping gezocht waar ook �cabins� zijn: houten huisjes met een 2-persoonsbed en een stapelbed. Verder niets. Pa en ma zouden daar slapen want voor 7 slapers was onze camper echt te klein. De camping stelde niet veel voor maar het had een kampvuurplek en een klein winkeltje waar ze hout verkochten. De droom van Tom werd werkelijkheid: samen met opa vuurtje stoken! De volgende dag op weg naar Portland en een benzinestation. De benzineprijzen zijn inmiddels voor Amerikaanse begrippen torenhoog: rond de $2.30 voor een gallon. Ook in Washington is het aan te bevelen o rond te shoppen want op een � mijl kan de prijs zeker 15 cent goedkoper zijn. De camper van pa en ma is ook weer groter dan besteld. Dit heeft als voordeel dat er een 2 persoonsbed op de �begane grond� is en dus dat ze niet naar boven hoeven te klimmen boven het berijdergedeelte. De camper is wel al een paar jaartjes oud maar rijdt prima. Na alle deuken en andere beschadigingen in kaart te hebben gebracht was het tijd om een en ander af te rekenen. Dat kan alleen per creditcard. Helaas M�s cc deed het niet. En pa en ma waren vergeten er een mee te nemen. Dus ja � schrijver dezes moest uitkomst bieden. En hoewel enkelen denken dat J. geen goed cc-beheer voert, lukte het haar wel om alles te kunnen betalen. Goed, alles was klaar om te vertrekken maar waarheen? Na lang overleg werd besloten richting kust (Stille Oceaan ofwel de Pacific) te gaan. Hoewel het in regenstad Seattle al die tijd droog was begon het nu toch flink te regenen. Jammer want de route naar de kust was erg mooi. Via het voormalige roversnest Astoria, gelegen aan de monding van de Columbia-rivier kwamen we aan bij het Fort Stevens State Park waar ook onze camping was. Fort Stevens was opgericht als bolwerk van de Yankees inde burgeroorlog. Pas tijdens de tweede wereldoorlog kwam er een einde aan zijn bestaan door een torpedo van een Japanse onderzeeboot. Daarnaast heeft het park lange zandstranden aan de stille oceaankant en grazige oevers van de Columbia-rivier. Tijdens ons bezoek was het er vooral koud, winderig en regenachtig. Hoezo zouden wij Nederland gaan missen? Volgens de campingbeheerder was het weersvooruitzicht: �coastal weather� en hij zei het op een manier dat ik er niet verder op durfde in te gaan. De camping maakte het weer goed door �s morgens pancakes te verschaffen.Tom wilde meedoen met de wedstrijd �Wie eet het meeste pannenkoeken� met als hoofdprijs: gratis pannenkoeken eten. De vorige dag had ene Paul 19 van die dingen opgegeten. Tom heeft zijn best gedaan maar kwam niet verder dan 5. Amerikaanse pancakes zijn wel anders dan onze pannenkoeken. Ze zijn kleiner, dikker, zoeter en lichter. Samen met warme chocolademelk was het een hartverwarmend ontbijt. Naast het State Park ligt het dorpje Warrenton, en Warrenton heeft tot onze grote verbazing een bibliotheek met een internetaansluiting. Dus wij op zaterdagochtend op zoek naar de bieb en jawel hoor in een wit houten gebouwtje (dat zeker niet zou misstaan in Noorwegen) dat niet veel groter is dan een bibliotheekbus vonden we zowaar 4 computers. Allemaal bezet maar na even wachten konden we er toch op. We hebben snel onze mail opgehaald maar we hadden niet genoeg tijd om ons verslag helemaal bij te werken en de mailtjes allemaal te beantwoorden. Op de weg van Astoria naar onze camping hadden we een Pizza Hut ontdekt. Annika wilde al heel lang er een keertje eten, dus moesten we er aan geloven. Wat je ook vindt van het concept, de pizza�s waren heerlijk! We hadden natuurlijk te veel besteld en de bijna onvermijdelijke �doggybag� werd gebracht om de restjes mee naar huis te nemen. Op zondagochtend werden de campers weer losgekoppeld en reisden we via Highway 101 naar het zuiden langs de kust. Sommige stukken waren echt adembenemend. Zo mooi en ruig. We zijn dan ook vaak gestopt om even te genieten van het uitzicht, wat te eten (de pizza�s uit de doggybag, opwarmen in de oven en smullen maar!), te drinken of even uit te rusten. Overal waar we stopten werden we aangesproken door Amerikanen die wel een kennis of familielid hadden in Nederland. Sommigen zijn 6 maanden of meer per jaar op reis en vinden ons dus niet zo stoer met onze 3 maanden, tot ze in de gaten hebben dat wij 3 schoolgaande kinderen hebben. Tegelijkertijd is het voor hen heel gewoon om de (voor hen meestal klein-) kinderen thuis les te geven (homeschooling) omdat ze hier wel een leerplicht hebben maar geen schoolplicht. Langs de Hy 101 wordt er regelmatig gewaarschuwd dat we in een Tsunami Hazard Area komen en wat de evacuatieroute is in geval van een dreigende tsunami. Ik weet niet hoe re�el die dreiging is maar ik hoop dat er zich tijdens ons verblijf geen aardbevingen voor doen in en rond de oceaan! Het weer werd trouwens elke mijl beter. Ongeveer 8 mijl ten noorden van Newport ligt het Beverly Beach State Park. De hele kust van Oregon ligt trouwens bezaaid met stateparks. Op deze manier wordt de kust goed beschermd tegen bebouwing. Het Beverly Beach State Park heeft ook een camping, niet al te luxe maar sommige plaatsen hebben een water-, electriciteits- en afvoeraansluiting. Voordeel is wel dat de camping bijzonder mooi is gelegen in een bos dat aan het strand grenst, grote kampeerplaatsen heeft en niet commercieel is. Bij aankomst moet je zelf dan ook eerst een plaatsje zoeken, dan een enveloppe met formulier invullen, geld erin doen en in een brievenbus doen. Je plaatsje markeer je door bijvoorbeeld iets op de picknick tafel te leggen. We vonden 2 mooie plaatsen, niet al te ver van elkaar. Daarna op naar het strand! Het is wel even wennen voor ons want de Stille Oceaan is (nog) niet bezwembaar (veel te koud) en de temperatuur op het strand is ook veel lager dan in Florida. M. kan nu uitgebreid experimenteren met zijn digitale camera. Wat een leuk speelgoed, hij kan er zelfs filmpjes mee op nemen. Wie heeft er nog behoefte aan een Sony Hi8 videocamera? Na het strand wordt er een kampvuur gemaakt, Tom en opa zijn al op elkaar ingespeeld en ook Annika heeft het nu te pakken. Ze is echt al in voorbereiding voor de scouting. Ze vinden het erg leuk om met stokjes in het vuur te stoken, de punt ervan te laten gloeien en daarna net te doen alsof ze roken. Roken is misschien wel het thema voor het verblijf van opa in de VS. Tom en Annika doen verwoede pogingen opa van het roken af te helpen. Ze gaan zelfs zover dat ze zijn rookwaar hebben meegenomen en verstopt. Het sluiten van een deal met opa lukt nog niet zo erg maar dat ligt niet aan de kids �.. Na nog een bijna verwaaide strand- en rustdag wordt op dinsdag weer alles ingepakt om naar het oosten af te buigen richting de Rocky Mountains!

 
15. FURTHER EAST, 28 mei
De afstand van de kust naar Yellowstone, ons belangrijkst doel op dit moment is veel te groot om dat in 1 keer te overbruggen. Er volgen dus noodgedwongen een paar echte reisdagen. Hoewel we vaak lang in de camper zitten, vermaken de kinderen zich opperbest. Tom zit vaak bij opa en oma te luisteren naar de bijna eindeloze verhalen van oma, Annika en Lotte kijken veel en graag naar buiten om daarna lekker in slaap te vallen. De eerste reisdag gaat van de kust naar Sisters, met een tussenstop in Sweet Home. Wat een prachtige naam voor een slaperig stadje. Het belangrijkste voor ons is de bieb en het postkantoor. Het vorige verslag werd in de bieb verstuurd en onze foto's gingen naar opa en oma in Tiel, die inmiddels een heel fotoboek kunnen samenstellen. M. heeft ook geprobeerd enkele digitale foto's te verzenden maar dat is door de "bit-beperking" van onze provider nog niet gelukt.
Sweet Home is het voorportaal voor de "Cascades" een vulkanische bergketen waar Mount St. Helens ook deel van uit maakt. In 1980 is deze vulkaan binnen een maand 3 keer uitgebarsten en is te top vele honderden meters lager komen te liggen. Helaas ligt het een beetje uit onze richting. De route over de Cascades is erg mooi en we genieten ruim van het uitzicht.
De camping in Sisters is bijna leeg wanneer we daar aankomen, het seizoen is niet eens off maar gewoon nog niet begonnen. Het zwembad is dus niet open en ook andere vermakelijkheden voor de kids zijn nog dicht. Gelukkig zijn er veel dennenappels te vinden en kan er weer vuurtje worden gestookt. We hebben zelfs een picknicktafel met een dakje. Sisters is een plaatsje wat een beetje op en spaghetti-western dorp lijkt met veel houten huizen en saloons. Sisters heeft trouwens een mooi uitzicht op de 3 sisters, bergtoppen van ruim 2000 meter. De vraag die ons die avond bezig houdt: welke naam was er eerst, die van het dorp of die van de bergtoppen?
De volgende dag wordt weer alles ingepakt en gaan we naar Ontario in Oregon. We nemen de scenic byway. De andere mogelijkheid is een highway die in het reisboek wordt afgedaan als een grote gaap. De route was mooi en we hebben verschillende leuke tussenstops gemaakt. Een er van was die op de tijdsgrens van pacific time en mountain time. Vooral Tom en Annika vonden het geweldig om met de ene voet op half 5 te staan en de andere op half 6. Rond 7 uur komen we in Ontario aan maar de camping blijkt in Fruitland, Idaho te liggen, zo'n mile verderop! We staan op een echt trailerpark aan een niet gebruikte spoorlijn. De trailers van de vaste bewoners staan dicht op elkaar gepakt met de auto's onder een klein afdakje. De ene trailer is wat nieuwer, of beter gezegd minder oud, dan de andere en eigenlijk ziet het er gewoon niet uit! Maar het sanitair is schoon en goed en het is maar voor 1 nacht dus ik mag niet zeuren, en dat doe ik dan ook niet.

De kinderen vinden dat het nu wel eens tijd wordt om een aantal dagen op een camping te blijven staan maar zijn het met ons eens dat deze camping zich daar niet zo voor leent, dus... reizen we verder oost naar het Sawtooth National Recreation Area. Het is een enorm berggebeid in het zuiden van Idaho en de weg loopt langs een prachtiger rivier mijlen lang omhoog. We gaan naar ruim 2000 meter waar het dorpje Stanley ligt. Er wonen op het moment dat wij er komen ongeveer 100 mensen en het is het koudste dorp van Idaho. Bij een wolkenloze lucht kan het 's nachts in de zomer nog behoorlijk vriezen. In de zomer schijnt het hier een drukte van belang te zijn met vooral bergwandelaars en mountainbikers (in de echte zin van het woord). Ik kan het me niet zo goed voorstellen wanneer ik in dit winderige dorp rondloop. We besluiten iets ten zuiden van het dorp een statecamping te zoeken. Het stikt ervan omdat het in de zomer .... De regen begint inmiddels behoorlijk naar beneden te komen dus het vooruitzicht om een lekker vuurtje te stoken en een bbq aan te richten verdwijnt als de spreekwoordelijke sneeuw voor de zon. We vinden wel een heel mooi kampeerplekje aan het Little Redfisch Lake met uitzicht op besneeuwde bergtoppen van ruim 3000 meter. Jammer van die regen. De camping heeft geen enkele faciliteit dus dit is kamperen in optima forma voor een camperbewoner. We hebben alles aan boord en kunnen het wel even uitzingen. Maar jammer van die regen die ook de volgende dag nog valt, en niet zo'n klein beetje ook. M., Tom, Annika en ik ondernemen nog wel een wandeling maar we verzuipen nu echt bijna. We besluiten met pijn ins hart verder te trekken en gaan richting Bellevue. Onderweg moeten we over een pas van 2700 meter en de regen verandert al snel in sneeuw. Een prachtig gezicht! We zitten nu in Ketchum, een top-ski resort in een prachtige bieb (met open haard) ons verslag te tikken.

 
16. GEOLOGIE
We komen nu in het deel van onze reis waarbij geologie heel belangrijk. Jammer dat M. noch ik daar in onderlegd zijn, dus we zijn vooral verbaasd door wat we zien en de ins en outs proberen we enigszins bij te lezen.
De volgende grote stop is: Craters of the Moon, een nationaal monument sinds 1924. Nu moet je bij een monument niet denken aan een beeld of gebouw maar aan een enorm grote oppervlakte (ruim 130 vierkante kilometer). Zoals Craters of the Moon eruit ziet doet je denken aan de foto�s van de maan die we ook in Kennedy Space Center hebben gezien. Het is een vulkanisch landschap, zonder echte vulkanen overigens. Het bestaat uit allerlei soorten lava die achter zijn gebleven naar 8 periodes van uitbarstingen (min of meer uit spleten) in de afgelopen 15.000 jaar. Bij een periode moet je dan denken aan 100 a 200 jaar (alleen maar uitbarstingen). Zo�n periode komt er weer aan maar men weet nog niet wanneer. Wat een geruststelling. In het park is een rondweggetje aangelegd van 10 kilometer met daaraan verschillende trails. Onze eerste trail bracht ons naar een soort bergtop van lava die een prachtig uitzicht gaf over het bijna doodse zwarte landschap. Tom en Annika kwamen als eerste boven! Het uitzicht was inderdaad magnifiek. De tweede trail liep over een oude lavagolf (gestold!) en daadoor kon je goed zien hoe golvend zo�n lavastroom eigenlijk is. Onder de golven is soms een bel met lucht die daar blijft als de lava gestold is. Wanneer een deel van de lava, door bv. erosie instort dan onstaat er een soort grot. Tijdens onze tweede trail zagen we een kleintje. Tijdens onze derde trail konden we er in twee. Weer liepen we over een enorm lavaveld. De oorsprong van de grotten in dit deel van Craters of the Moon is te verklaren door het afkoelen van de bovenlaag van de lavastroom. Dit vormt dan een soort dak waaronder de lavastroom doorstroomt. Die lavastroom vindt verderop een uitweg waardoor de lava-ader als het ware leegstroom en er een tunnel ontstaat. Veel van die tunnels zijn in de loop der eeuwen ingestort, maar de twee die wij bezochten dus niet. De eerste heette Boy Scout en a die moest Tom natuurlijk gaan bezichtigen. Het was er echt pikkedonker en erg laag maar met een zaklantaarn konden er toch wat stalagtieten worden onderscheiden. De tweede heette Indian Tunnel. Een gekke naam want de indianen hebben nooit gebruik gemaakt van deze natuurlijke schuilplaatsen. Ze hebben wel gejaagd in deze omgeving maar woonden meer in de vallei van de Snake River die er vlak langs stroomt. De Indian Tunnel was veel groter, zo�n 6 meter hoog. Op sommige plaatsen was het dak naar beneden gekomen wat mij een beetje �unheimisch� gevoel gaf. Aan de andere kant kwam er zoveel licht naar binnen dat je er geen lantaarn nodig had. Wat eigenlijk een kort bezoek had moeten worden werd een zeer interessant uitstapje van een dag. Dat vonden Tom en Annika ook. Lotte loopt er meer achteraan te sjokken maar doet enthousiast mee.
Helaas we moesten verder. Al rijdende werd het einddoel steeds verder weg gedefinieerd en uiteindelijk kwamen we om half 10 aan in West-Yellowstone, een dag te vroeg maar dat mocht de pret niet drukken. West-Yellowstone is een dorpje aan de westingang van het natuurpark Yellowstone, dat hoog op onze agenda staat.
Op de camping van West-Yellowstone hebben we vooral gezwommen en de was gedaan. Verder was het snertweer. Koud, veel regen en een straffe wind. Dit is niet leuk meer. Fijn dat er een overdekt zwembad was waar overdag geen kip en ook geen kind in zwom. Er kon naar hartelust gedoken en gesprongen worden. Daarnaast was het fijn om weer eens echte schone kleren aan te doen. Op tweede pinksterdag koppelde wij weer 2 campers af en besloot het weer ook de periode van 3 weken slecht weer af te sluiten want de blauwe plekken aan het firmament werden steeds wat groter. De Amerikanen kennen natuurlijk geen tweede pinksterdag maar het toeval wilde dat het ook de laatste maandag in mei was en dus Memorial Day, herdenkingsdag. Tom wilde weten welke slachtoffers van welkde oorlogen werden herdacht maar de reeks is bijna eindeloos. Nadeel van Memorial Day is dat alle overheidsgebouwen dicht zijn en dus ook de bieb. Daar gaan we dan: ruim een week, misschien wel langer niet via het net bereikbaar. Trouwens ook niet mobiel want we hebben geen bereik. Wat een isolement, hoe deden de mensen dat vroeger? En wij trouwens ook?
West-Yellowstone is �opgericht� voor de toeristenindustrie en al was het nog niet zo druk de winkeltjes waren ook op Memorial Day open. Gelukkig want zo konden wij onze voorraden aanvullen.

En daar gingen we: het park in, gewapend met plattegrond en een �wildlife checklist for the kids�. Het park wordt doorsneden door een wegenstelstel in de vorm van een 8. Het park wordt als het ware verdeeld in een noordelijke route en een zuidelijke route. We beginnen met de zuidelijke route. We waren nog geen 2 mijl in het park of we kwamen in een file terecht. Krijg nou wat! Het is toch off-season of gaan al die Amerikanen op hun vrije dag de natuur in? Nee hoor, een kudde bizons stak over. Het was machtig mooi om te zien: een grote stier vooraan en daarachter allemaal nieuwbakken moeders met hun kleine kalf. Af en toe stond er een stil om ons eens goed te bekijken met een nogal minachtende blik: gekke toeristen. Yellowstone is behalve een geologisch interessant gebied ook een park met ontzettend veel wilde dieren. Dit was onze eerste ontmoeting, wat zouden we nog meer gaan zien? In ieder geval veel dode bomen als gevolg van de branden van 1988. M. was er net geweest toen de branden uitbraken, toeval? In de zomer van 1988 is ruim 36% van het areaal van Yellowstone verbrand. En de gevolgen zijn nog steeds te zien. Het beleid van het park is om zo weinig mogelijk te interveni�ren (mocht je denken waar zijn de puntjes: dat lukt dus niet op deze website), dus alle verbrande bomen liggen als een soort spelletje mikado op de bergflanken. Er komt al nieuwe vegetatie maar door de hoogte en de strenge winters groeit het allemaal zeer langzaam.

Het ontstaan van Yellowstone dateert meer dan een miljoen jaar geleden. De aardkorst werd gebogen, gebroken en daarna omhoog gestuwd waardoor er bergketens ontstonden. Daarna volgden er vulkanische uitbarstingen. Een enorme uitbarsting, zo�n 640.000 jaar geleden cre�erde de grote Yellowstone crater. Door de ijstijden die volgden ontstonden er gletsjers die weer enorme ladingen kiezels met zich meebrachten. Het geheel maakt dat er een vulkanische activiteit is in een grote kom van kiezels op een rotsbodem en dit zorgt voor o.a. de geisers. Op weg naar onze camping zouden we een �geiser�-dag gaan houden. We kunnen alle geisers wel benoemen en beschrijven maar het is eigenlijk te veel om op te noemen. Er zijn spuitende geisers, borrelende modderputjes, morrende modderputjes, grote poelen met diepblauw heet water dat alleen maar een beetje overstroomt. Het park heeft gezorgd dat je via een �boardwalk� van gerecyclede plastic flessen alles van dichtbij kunt bekijken. De grond er om heen is zeer kwetsbaar door o.a. de dunte maar ook door de bacterievelden die er groeien. Onder andere die bacteri�n zorgen voor de kleuren in de poelen, naast de mineralen die in de grond zitten. De kleuren gaan van diepblauw via gifgroen en okergeel naar oranje, en alles er tussen in.Het is er prachtig! Tegelijkertijd stinkt het er ook. Niet eens zo naar rotte eieren (wat ik had verwacht) maar meer naar gekookte kip?! En overal hangen stoomwolken.
De camping die we hadden gereserveerd bevindt zich ongeveer in het centrum van het park, maar niet in het centrum van de activiteiten. Het ligt een beetje achteraf. Misschien is het wel hierdoor dat er alleen campers mogen staan want het is te gevaarlijk voor tenten,want � inderdaad bearcountry! Allerlei voorzorgsmaatregelen zijn van toepassing. Voor ons het meest vervelende is dat er geen picknicktafels staan en we dus binnen moeten eten. Dit is om te voorkomen dat etensresten beren aantrekken. Tom en Annika hebben inmiddels een vriendje gevonden waarmee ze echte teepee�s bouwen en indianengevechten houden. Ze willen dus helemaal niet meer met ons mee!

De tweede dag in Yellowstone wordt besteed aan stevig wandelen. We gaan naar de watervallen in de Yellowstone River. Tot onze grote verbazing hebben Annika en Tom er reuze zin, wordt de rugzak ingepakt en hun afstreeplijst met alle wilde dieren van Yellowstone wordt meegenomen. Inmiddels staat die lijst vol met streepjes bij de bizons (ontelbaar), de herten (ook ontelbaar), de zwanen, de raven, de chipmunks (hele kleine eekhoorns), diverse soorten squirrels (wat grotere eekhoorns, die soms ook van boomtop naar boomtop vliegen: een prachtig gezicht). Gelukkig nog niet bij de beren! We besluiten de trail te volgen langs de zuidrand van de Grand Canyon of the Yellowstone River. Oma en Lotte blijven in de camper op de parkeerplaats, de hoogte (2400m) zorgt voor wat minder zuurstof en dus wat grotere benauwdheid van oma. We open hoog boven de Yellowstone Rivir (ongeveer 300m) en dit geeft een spectaculair uitzicht op de eerste waterval, Upper Falls. De zon schijnt in de mist van waterdruppels, wat weer een schitterende regenboog oplevert. De Lower Falls zijn even verder en hoger dan de Upper Falls (bijna 100 meter). Het water dondert naar beneden. Om het van wat dichterbij te bekijken, gaan we de canyon in, via Uncle Tom�s trail. Deze trail gaat 150m naar beneden via allerlei trapjes. Onder op het platform krijg je een klein beetje een idee met wat voor een kracht het water naar beneden dondert. Terug naar boven valt niet mee, maar met de nodige onderbrekingen moet het lukken. Tijdens een kleine rustpauze zien we een grote marmot met 2 kleintjes. De grote marmot loopt wat het en weer te sjouwen langs de rotswand en vindt dat ogenschijnlijk erg prettig want hij/zij kwispelt voortdurend. De trail gaat verder via het bos naar Artist�s Point, waar je recht de Canyon in kunt kijken, zowel in zuidelijke als in noordelijke richting. Nu is de noordrand aan de beurt. Ook daar kun je naar een uitzichtpunt lopen, naar de Lower Falls. Het blijft allemaal even indrukwekkend. Na alle wandelingen wordt het toch weer tijd voor wat geiserwerk. Op naar de Mud Volcano Trail. Twee dingen waren opvallend hier: ten eerste de dragon�s mouth spring: een rots waar met zeer veel gegrom telkens golven heet water en stoom naar buiten komen, echt een drakenmond. Het tweede was een gat in het asfalt van de parkeerplaats. Na het asfalteren bleek er stoom naar boven te komen en was er een bronnetje te zijn ontstaan onder het asfaltdek. Het dek werd opengemaakt en langzaam vormt zich een groot gat waar stoom uit komt. De natuur trekt zich ook nergens wat van aan!

Na zoveel gewandel was het tijd voor een rustdag: uitslapen, lekker rustig ontbijten, douchen en naar het strand!! Jawel, de camping staat aan het Yellowstone Lake: een prachtig blauw meer op 2500m met daarom heen allemaal besneeuwde bergtoppen. Het meer is een soort tussenstation in de Yellowstone River. Het wordt er door gevoed (vanuit de bergen) en het loopt er ook weer in leeg via de canyon. Het water was te koud om in te zwemmen maar niet om in te spelen! Het strand bestond uit heel fijn vulkanisch zand: dus zwart en dus heet aan de voetjes. Het beste was kastelen bouwen aan de waterlijn! M. en ik besloten een wandeling langs het meer te maken, en daar gingen we dus. Na een tijdje hield het strand op en begon de grasvlakte waar sporen genoeg van bizons waren. Vond ik een minder idee om daar te wandelen. Het meer was weer overgegaan in de rivier en een brug bracht ons naar de andere kant van de rivier en weer terug naar het meer. Op de brug kwamen we tot ontdekking dat M. zijn gewone bril, die aan de kraag van zijn T-shirt hing, was verloren. De rest van de dag hebben we besteed aan zoeken maar het heeft ons helaas niets opgeleverd.
De volgende dag was het tijd voor het klapstuk van de zuidelijke ronde: Old Faithful, ouwe getrouwe. Deze spuit ongeveer elk anderhalf uur. We kwamen aan en we konden zo aanschuiven. Om de geiser is een soort plat amfitheatertje gebouwd zodat iedereen rustig kan wachten tot de uitbarsting komt. In het visitor center geven ze van alle geisers in het gebied van de Old Faithful de verwachte uitbarstingtijd aan met een bepaalde marge. Soms is die marge meer dan 4 uur. Echte diehards gaan er voor zitten, wij lopen er per ongeluk tegenaan. Zo hebben we ook de grootste geiser uit zien barsten en de grappigste. Maar de eerste was dus Old Faithful. Met een geweldige kracht spuit hij het water zo�n 50 meter de lucht in. Prachtig! Alleen jammer dat het weer snel rustig is. Gelukkig hebben we �hem� 3 keer zien spuiten! We hebben een prachtige trail gelopen langs o.a. de grootste en de grappigste geiser maar ook prachtig gekleurde poelen met als topper: de Morning Glory Pool. Van diep blauw tot fel oranje. Deze poel trekt veel bezoekers maar ook vandalen die er van alles ingooien waardoor het aanvoerkanaal verstopt. Eens per jaar moet de brandweer deze poel leegzuigen . Gelukkig hebben we nu een digitale camera want je blijft foto�s nemen. Na een dag wandelen volgt weer een rustdag. Een beetje rommelen rond de camper, de kids houden indianengevechten met een Amerikaans vriendje en hebben inmiddels 3 hutten gebouwd, een beetje wassen en het verslag bijwerken. Niet tot hier want ik ben al weer een dag verder.
Vanmorgen (5 juni) zijn we uit Yellowstone vertrokken (om er over een paar dagen weer terug te komen) en zijn we langzaam op weg naar Salt Lake City waar pa en ma weer op het vliegtuig gaan. Wanneer je Yellowstone aan de zuidkant verlaat kom je meteen in een ander Nationaal Park terecht: Grand Teton, genoemd naar de Tetons, een bergmassief van meer dan 3300 meter. Het park is ongeveer 65 km. lang en halverwege kwamen we zo�n mooie camping tegen aan het Jackson Meer dat we maar zijn gestopt. We staan in een bos op 50 meter van het strand. We hebben net ge-bbq�d aan het strand met aan de overkant die statige Tetons (en ja ze zijn door de Fransen zo genoemd omdat ze op borsten lijken). Een mooiere en romantischere plek voor een bbq heb ik nog nooit meegemaakt. Nu zit ik in het donker te typen zodat M. het straks bij het verslag kan doen, excuses dus voor tikfouten en voor de lengte van dit verslag.
 
17. AFSCHEID
Op zondag 6 juni vierde wij de verjaardag van pa in een restaurant waar ze heerlijke forel en zalm serveerden. Voor de jarige werd zelfs door de bediening gezongen! Als je dan niet jarig bent, dan weet ik het niet meer. De volgende dag moest er weer een stuk worden afgelegd. Van Grand Teton naar Salt Lake City, de stad van de mormonen of zoals ze het zelf noemen: the church of Jezus Christ of the Latter-Day Saints (LDS). De route er naar toe was spectaculair, prachtige uitzichten, steile hellingen en even steile dalingen. Voor een van onze �would-be� tegenliggers was het iets te steil want schijnbaar was de pick-up met enorme caravan gaan scharen en lag nu heel de zijkant eraf. Weinig bemoedigend. Gelukkig kunnen wij niet scharen want we bestaan uit 1 stuk. Zonder kleerscheuren kwamen we in Salt Lake City aan. Prachtig weer! Dus wij met z�n allen meteen het zwembad in. Lekker afkoelen na een lange dag reizen. Dinsdag stond in het teken van LDS en de bril van M. De avond ervoor had M. al 3 opticiens gebeld maar allen kenden een levertijd van een week of meer, omdat de glazen geen standaard afwijking hebben. En hoewel Salt Lake City een leuke stad is vonden we dit een beetje te lang. Een medewerker van de camping wist toen een adres waar ze sneller konden leveren nl. binnen 1 uur. Een telefoontje bevestigde dit. Dus op Dinsdag begaf de hele familie maar de opticien. Gelukkig hadden ze ook nog Europese monturen en zo heeft M. een nieuwe Italiaanse bril met kunststofglazen, binnen het uur. Na het uitzoeken van het montuur hebben we de Temple van LDS bezocht. Helaas mochten we er niet binnen. Aan de buitenkant ziet het er wel majestueus uit. Daarna werd er een orgelrecital gegeven in de Tabernacle op een orgel met 11.623 pijpen. De akoestiek van de Tabernacle is echt geweldig. Je kan er letterlijk een spel horen vallen, zelfs luciferhoutjes. En als een spreker op het podium zich omdraait kun je hem/haar nog steeds goed horen. De recital duurde een half uur maar was duidelijk te lang voor de kinderen en ook veel andere bezoekers. Met de vingers in de oren werd de voorstelling uitgezeten. Tom was achteraf wel verbaasd want hij heeft een vriendje (Ivar) wel eens op het orgel in de Woerdense kerk horen spelen en dat vond hij wel heel mooi; maar dit kon hij niet waarderen.
Natuurlijk kun je Salt Lake City niet bezoeken zonder je voorouders op te zoeken in de computer. Wij hebben ook een poging gedaan. Wij hadden echter te weinig tijd en gegevens om alles rustig uit te zoeken. Voor wie zelf eens wil kijken: www.familysearch.org In het voormalige Hotel Utah is nu de afdeling Familysearch gehuisvest, en al wil je helemaal niet je voorouders opzoeken dan nog is het een bezoek waard. De lobby/entr�e is gigantisch maar tegelijkertijd intiem met allemaal zitjes.Toen wij er waren speelde er een mevrouw piano en veel mensen zaten heerlijk uit te rusten en/of te luisteren. Daarnaast is op de bovenste verdieping een restaurant met een prachtig uitzicht over het LDS-complex en de rest van de stad. En in het restaurant krijg je een enorme lunch voor bijna niets!
Naast de mormonen is Salt Lake City ook de stad van de Great Salt Lakes, dus de namiddag werd daaraan besteed. Behalve dat het water erg zout was kan ik er weinig over kwijt. Ik vond het een weinig inspirerende plek. Misschien zijn we niet op de goede plaats geweest.
De dinsdag stond in het teken van afscheid nemen. Pa en ma K. gingen weer terug naar Nederland. De camper werd ingeleverd en pa en ma K. werden afgeleverd op het internationale vliegveldje van SLC. Onze camper was te hoog voor de parkeerplaats en met goedvinden van de politie mochten we hem bij de taxi�s neer zetten. Echter de camper moest eerst ge�nspecteerd worden op de aanwezigheid van explosieven. Die waren er dus niet dus stonden we er gratis en voor niks. We blijven Hollanders. Pa en Ma waren snel aan de beurt, inchecken, bagage inleveren en dan koffie�. Helaas er was geen coffeecorner te vinden. Dan maar door de laatste controle, nog een keer zwaaien en � dan blijven we met zijn vijfjes achter.
Nu we toch aan het rijden zijn, besluiten we naar de grootste dagbouw kopermijn te gaan. En groot is ie, 4 km in doorsnede, 800 met diep. In de diepte zie je kleine gele autotootjes rijden maar als je in het visitorcentrum 1 band van zo�n autootje ziet �. De doorsnee is ongeveer 5 meter, hij kost $ 20.000 en gaat 9 maanden mee! En dan hebben we het alleen nog maar over de banden. Behalve koper wordt er ook een beetje zilver en goud gevonden. Genoeg om alle gouden, zilveren en bronsen medailles te verzorgen van de Olympische Winterspelen van 2002. M. is niet los te weken van zijn verrekijker. Wat een beweging allemaal! Uiteindelijk gaat het zo waaien en zelfs hagelen dat hij wel de camper in moet. Tja met het vertrek van pa en ma is ook het mooie weer even weg.

We gaan weer terug naar Yellowstone, dit keer rijden we in 1 keer van Salt Lake City naar West-Yellowstone. De kinderen vinden het ook prima want het regent toch en binnen staat de cd van de �De Kameleon� op. Wanneer we de volgende dag het park weer binnen gaan, buigen we naar het noorden af in plaats van het zuiden. We zien weer bizons (�oh, al weer een bizon�) en dit keer ook een coyote (hij lijkt te bedelen om wat lekkers langs de stilstaande auto�s) en een elk. De eerste stop is bij Norris waar de meest zure geisers van Yellowstone zich bevinden. Het stinkt dan ook behoorlijk. Maar wat voor de bizons geldt, geldt ook wel een beetje voor de geisers: we hebben er al zo veel gezien. Het verhaal achter elke geiser is voor ons nog wel interessant maar voor de kids een stuk minder. We maken er daarom maar gewoon een mooie wandeling van. Wat wel speciaal is in het noorden van Yellowstone is dat de thermische activiteit nogal wisselend is en dat er regelmatig bronnen droogvallen en weer anderen ontstaan.

Het doel vandaag is Mammoth Hot Springs. Een complex van warmwaterbronnen waarvan het water travertin bevat en daardoor prachtige terrassen langs de berghellingen heeft. Voor Turkije-kenners een soort Pamukkale. We mogen helaas niet langs het Upper Terrace rijden want onze camper is te groot. We kunnen wel een mooie wandeling maken over de boardwalks die over de Lower Terrace lopen. De natuur is ons nu is niet goed gezind want er werkt op dit moment is er maar 1 bron actief: Canary Spring. Gelukkig is het wel een mooie: de travertinafzettingen doen denken aan de veren van een kanarie. Het is een bizar stukje landschap: dode bomen en takken die langzaam een kalkkorst krijgen, stomend water dat in golven over de terrassen loopt en een witheid die doet denken aan sneeuw. Indrukwekkend. En daarmee nemen we voor deze reis afscheid van Yellowstone, althans het nationale park.

Want de rivier Yellowstone heeft voor Tom en Annika nog een verrassing in petto. Op zaterdag gaat M. nadat ze goed hun best hebben gedaan met hun huiswerk, met ze raften op de Yellowstone river! Lotte is helaas nog te jong, dus J en zij blijven als toeschouwers achter. Tom en Annika worden in iets te grote wetsuits gehesen. Het ziet er profi uit. Daarna nog een zwemvest (gelukkig draagt iedereen ze, want anders waren Tom en Annika toch iets beledigd: ze hebben immers zwemdiploma B!) en klaar zijn ze. Nog een korte cursus �wat te doen wanneer je overboord slaat� en daar gaat het vlot te water. Zeven mijlen lang is de tocht met af en toe turbulent water. Omdat het ijskoude water naar binnen golft en Tom en Annika niet meepeddelen maar stilzitten, krijgen ze het aanvankelijk behoorlijk koud. In rustiger water en met wat zon, kunnen ze gelukkig opwarmen. Eind van de middag pikken Lotte en J. de vermoeide rafters weer op. Warme chocolade moet iedereen weer op temperatuur brengen. Gevraagd naar wat er nu leuker was: Splash Mountain (Disney), Atlantis (Sea World) of echt raften, dan wordt er getwijfeld. Bij Atlantis denderde ons �bootje� toch 18 meter naar beneden en in het echte raften was dat niet gebeurd. Tja, zo zie je maar��

En dan gaan we naar Bozeman. Die naam intrigeert vooral Annika en Lotte. Is de man nu boos of hoe zit dat nou? Bozeman is een universiteitsstadje in Montana dat er op eerste gezicht relaxed uitziet. De camping is gelegen aan de Bozeman Hot Springs, dat 4 zwembaden verwarmt. Het is echt een plekje om even bij te komen en dat doen we dan ook. De zondag is voor ons een echte rustdag waar we een beetje huiswerk maken, beetje zwemmen in de hot springs, een beetje wassen, een beetje poetsen en een beetje veel vuurtje stoken en natuurlijk dit verslag bij werken. En maandag nog een keer van hetzelfde. Heeeeerlijk!
 
18. OP WEG NAAR GLACIER (verslag 21 juni)
Op dinsdag is het dan weer tijd om verder te gaan, richting Glacier National Park. Omdat de rit te lang is om in 1 dag te rijden (volgens ons schema) besluiten we een tussenstop te maken in Polson aan het Flathead Lake. Maar eerst gaan we Amsterdam, Montana bezoeken. Althans dat is de bedoeling. Het dorp zelf hebben we niet gevonden wel de wijde omgeving. Die prachtig was trouwens met wegen als Amsterdam Road, Dyk Road, Wooden Shoe Road. Ook de naambordjes bevestigen ons vermoeden: hier wonen Amerikanen met Nederlandse roots (The Dyks, The Schutters). Een bemestingsvliegtuigje trok de aandacht van M. en Tom. Laag over de weide vliegend, trekt het vliegtuig z�n baantjes. Voor M. een soort jongensdroom, wie weet wat het voor Tom wordt?
De Interstate krongelde zich een weg door de bergen en vaak stond er een bordje met �chain up area�. Kettingen aan dus. Niet nu meer, maar tot in april kan het hier flink sneeuwen. We arriveren in Polson aan het Flathead Lake. De camping ligt op een heuvel en kijkt uit over het meer. Onder ons ligt het vliegveld(je) van Polson. De hele dag is het een gezellig snorren van inkomende en uitgaande vliegtuigen, die hoogte verliezen/winnen voor onze camping langs. Het uitzicht en het weer zijn prima (het is een eentonig verhaal); gelukkig went dit nog steeds niet voor ons.
Donderdag (16 juni) besloten zowel Annika als Tom om wat aan lichaamsbeweging te doen. Tom doet dit door te struikelen over een betonnen rand en achterover het water van het Flathead Lake in te vallen. Ja, dit gebeurt niet alleen in tekenfilms. Drijfnat komt hij weer boven. Zijn linkerachterbeen heeft evenwel een grote schaafwond. Annika wil daar niet voor onder doen en valt van een klimrek af, op haar rechterarm. Au! De volgende dag loopt A. nog steeds te kreunen en beweegt haar arm weinig. Dan maar even naar het ziekenhuis voor een foto. Voor $ 335 willen de doktoren wel even goed kijken en gaat Annika voor de zekerheid met een mitella om naar huis. Ons verblijf aan Flathead Lake wordt met een extra dag verlengd. Zaterdag bij een controlebezoek wordt alles in orde bevonden en wordt Annika toegestaan om weer voorzichtig haar arm te gebruiken. Dat voorzichtig kunnen we natuurlijk wel vergeten. Twee dagen je arm niet gebruiken was immers interessant maar lastig genoeg.
We bezochten vervolgens het museum Miracle of America; een soort historisch �museum� oftewel de Winkel van Sinkel van een stel verzamelaars. Je kan het niet bedenken, of daar was het. Ik noem maar wat: straaljagers, stoomtractoren, een compleet interieur van restaurant uit de jaren vijftig (denk aan de film Grease), oude auto�s, boten, fiddlers (violen), een tientallen jaren oude elektrische haarkrullendraaier, etc, etc. Bijzonder.
ALL AMERICAN
De benzineprijzen zijn weer aan het dalen. Een gallon (3,8 liter) kost nu weer rond de $ 2. We hebben er in het noordwesten inmiddels al weer 3000 mijl opzitten. Dat heeft ons zo�n 350 gallon benzine gekost, dus zo�n $ 700. Een verhoging of verlaging van de benzineprijs doet ons dus niet zoveel op ons budget. En nu we het toch weer over het rollend materiaal hebben: langs de weg staan regelmatig witte kruizen voor de onfortuinelijken die daar hun einde hebben gevonden. Soms een enkel kruisje, soms vele kruizen op maar enkele mijlen. Je wordt zo wel indringend aan de verkeersslachtoffers herinnerd.
Oh ja, Ronald Reagan heeft z�n laatste show gegeven. Natuurlijk raakt dit alle Amerikanen diep en zeker de Republikeinen. Alle dagen was dit voorpaginanieuws. Anonieme Amerikanen maakten het tot op de voorpagina van USA Today (zeg maar De Telegraaf) om te vertellen hoe bedroefd ze zijn. Lokale kranten hebben een Tribute to Ronald. Als je als stad een republikeinse burgemeester hebt�..Vlaggen hangen halfstok. Je zou denken dat dat na vrijdag over was, maar blijkbaar zijn sommigen zo geraakt, dat ze tot op de dag van vandaag nog steeds de vlag halfstok hebben hangen. De hele show raakt een beetje over-the-top.
Nog meer vaderlandsliefde komt uit de oorlog in Irak. Typische uitspraken op spandoeken, t-shirts, (auto-)stickers: � Proud to be an American�, �Support our troups�, �Peace is not free�, �United we stand�, etc. Een Amerikaanse vlag op de auto, zoals wij nu in Nederland onze auto�s met allerlei oranje rommel versieren, doet het natuurlijk helemaal goed. En ze menen het nog ook! Enne, �.. nee, geen woord hier over het Europees kampioenschap voetbal. De voetbaluitslagen krijgen we hier door via e-mail uit NL. Wel stonden in een krant de uitslagen van het tennistoernooi in Den Bosch en een interview met Armstrong over vermeende dopinggeruchten. Het belangrijkste komt dus het eerst!.
Fundamentele rechten van de Amerikanen staan in de grondwet, maar de volgende niet. We komen ze geregeld tegen, lijkt het: Amerikanen willen overal kunnen/mogen vissen, jagen, vuur stoken. Ondanks gereguleerd (en Amerikanen houden van regeltjes en houden zich er aan), worden deze rechten in hoge mate gehonoreerd.
 
19. GLACIER
Het is maar een korte rit naar het volgende nationale park: Waterton-Glacier, meer bekend als Glacier. Een groot gedeelte van dit park ligt echter in Canada en daar heet het park Wateron. Zodoende dus. Wij gaan eerst naar het VS-gedeelte: Glacier. We arriveren op zaterdag in de nederzetting (meer kunnen we het niet noemen) West-Glacier en gaan �s middags even het park in. We rijden gelijk tegen het grote Lake McDonald aan en omdat het goed weer in huren we een motorbootje en gaan een uur het water op. Glacier is echt een wandelpark, voor de auto is er niet zoveel asfalt neergelegd. Maar�.., de Amerikanen zijn beretrots op de Going To The Sun Road, die van oost naar west door het park loopt. Deze weg is in de dertiger jaren aangelegd en gaat over de Logan pas (2000 meter) heen.Wegens hevige sneeuwval is de weg vanaf 15 juni pas open. We boffen dus! Omdat auto�s langer dan 21 voet niet over de pas mogen, huren we voor de dag een auto. Het moet wel gezegd dat het inderdaad een mooie weg is, met hoge bergen, schitterende uitzichten, watervallen, nog veel en hoge sneeuw langs de weg. Wat erg leuk is, is dat we wilde bergmarmotten, -eekhoorns en �geiten zien. Die laatste hebben een witte vacht en zijn dus goed beschermd in de sneeuw die het hele jaar blijft liggen. Een mooie tocht was het.
Vlak bij onze camping ligt de Amtral-spoorlijn van Seattle naar Chicago. Daar komen regelmatig goederentreinen overheen en tweemaal daags een passagierstrein, die in West Glacier stopt. De treinen kronkelen door de Rocky Mountains heen; het schijnt een fantastische tocht te zijn. Het is een imposant gezicht wanneer de trein langskomt. De goederentreinen worden getrokken door drie of vier diesellocomotieven met daarachter 60 tot 80 wagonnen. Toch zo een kleine twee kilometer lengte. Wat de Amerikanen handig doen is twee containers op elkaar stapelen. Zo verdubbel je toch even de capaciteit van een wagon. De passagierstreinen worden getrokken door twee diesellocs met daarachter de fameuze dubbeldeks restaurant-, zit-, slaaprijtuigen. We leggen op de rails zes muntjes van 1 cent in de hoop er nog wat terug te vinden als de trein er over heen is gereden. Dat lukt prima, we vinden ze alle terug. Nu zijn we dus de trotse bezitters van zes platgereden (oppervlakte verdubbeld) Amerikaanse 1- cent munten.
 
20. VERVOLG GLACIER (verslag 24 juni)
Op 22 juni vervolgen we onze tocht rondom en in het Waterton-Glacier Park. Allereerst rondom, omdat we onderlangs Glacier rijden om naar de Canadese grens te rijden. We worden daar streng aangekeken en naar ons doel in Canada gevraagd. Tsja, wat zouden wij nu als gezin in een huurcamper komen doen�. We moeten ons hout voor kampvuren inleveren omdat de Canadezen bang zijn dat de ziekte Dutch Elm van de VS naar Canada overkomt. Zo zie je maar weer, op welke wijze Nederland bekend kan zijn. In Canada zijn de maten weer metrisch. We rijden nu dus geen 50 mijl meer, maar weer 80 km/uur. En uiteraard krijgen we andere $$$$. De kinderen zagen ons rijk worden. Immers, je evert US$ 100 in en krijgt Can$ 135. En een dollar is toch een dollar, nietwaar. We moeten dus even een lesje wisselkoers en inflatie doen. Groot is de verbazing als we uiteindelijk concluderen dat je wellicht minder kan kopen in Canada voor $ 135 dan in de VS voor $ 100.
We komen in de Canadese kant van Glacier aan, het Waterton Lakes National Park. Het kost wat moeite om Tom uit te leggen dat Waterton niets te maken heeft met een Nederlandse waterton. �Maar je schrijft het toch hetzelfde�..???�. In het 80-zielende tellende Waterton slaan we ons kamp op op de parkcamping, aan het Waterton-lake (1200 meter). De bergen rijzen zo uit het meer op. Helaas kan je er niet in zwemmen, veel te koud. In de zomer wordt het 15 graden op zijn warmst. Natuurlijk zijn er wel weer alle faciliteiten om te vissen en varen.

Gisteren maakte we een tocht naar de Red Rock Canyon en het Cameron Lake en maakten enkele mooie korte wandelingen. Het Cameron Lake (hoogte 1700 meter) ligt voor het grootste stuk in Canada, maar ook voor een klein stukje in de VS. Met je bootje kan je dus zo de grens overvaren. Aanmeren in de VS is nauwelijks mogelijk, omdat er daar steile bergen uit het meer omhoog steken.

Het is een genot om weer de wilde dieren tegen te komen. Allereerst op de camping, maar eigenlijk overal, de Columbian squirrel. Ze maken een hoog piepgeluidje, zodat het lijkt alsof je naar vogels luistert. Overal steken hun kopjes uit de aarde. Als je ze benadert, kijken ze je nieuwsgierig aan. Totdat je op een meter of vijf komt en dan roetsjen ze hun gangen in de grond in. Een andere fenomeen in dit dorp zijn de loslopende herten. Ze sjouwen door het dorp, over de camping. Iedereen laat ze met rust, ze komen en gaan.
Het is lastiger dan tevoren om op Internet te komen. Geen bibliotheken hier, wel een jeugdherberg en een caf�. Daar doen we het dan mee. We begrijpen dat NL een tweede kans krijgt bij het Europees voetbal. Het zij zo. Het goede nieuws was dat de Duitsers al naar huis mogen�!
 
21. COWBOYLAND (verslag 4 juli)
We verlaten het park Waterton en rijden noordwaarts via de zogenaamde Cowboy Trail. Een soort �route 66� door Canadees cowboyland. Overal grote ranches, uitgestrekte graslanden. Op deze route komen we langs de Bar U Ranch, een historical heritage site, een openluchtmuseum. De Ranch was ooit een �corporate ranch� die gedeeltelijk door de Canadese staat is overgenomen om de oude gebouwen te bewaren en daarmee een voorbeeld te geven van hoe het vroeger op een ranch aan toe ging. Bar U Ranch was destijds een hele grote ranch met een eigen smederij, werkplaatsen, zadelmakerij en een eigen postkantoor annex betalingskantoor. Pronkstuk is de hengstenstal waar vroeger Percheron hengsten stonden voor het fokken. Percherons zijn franse werkpaarden die de tweede rancheigenaar zelf uit Frankrijk haalde aan het begin van de vorige eeuw. Na de eerste wereldoorlog waren er in Frankrijk geen werkpaarden meer over (allemaal aan het front gesneuveld) terwijl er voor de wederopbouw juist grote behoefte was aan werkpaarden. Frankrijk heeft tot de Bar U Ranch verzocht een aantal hengsten en merries naar Frankrijk te verschepen. Het verhaal gaat dat alle Percherons die nu in Frankrijk rond lopen afstammelingen zijn van de paarden van de Bar U Ranch.
Op de ranch kwamen we Lewis tegen (Canadese vader, Friese moeder) die als soort gids optrad. Hij liet ons zijn paarden zien en Lotte was meteen verkocht. Daarna mochten de kids zich verkeden als echte cowboy en cowgirls. Annika is er voor geboren! In de stal ernaast was de smid bezig om een aantal Pecherons van nieuwe hoefijzers te voorzien. Wat een stank! Bovendien kreeg de smid (die vanuit een pick-up truck opereert maar wel de ijzers verhit met een gasoventje) het ijzer niet passend want een van de hoeven was nogal afgebrokkeld. Terwijl we stonden te kijken kwam er ook een wat ouder stel uit Hellevoetsluis aan. Zij hadden een gouden tip maar dat wisten we toen nog niet.
Na het beslaan liepen we verder door de ranch en kwamen bij een mevrouw die op de oude wijze een lunch had kaargemaakt (op een houtvuur met oude potten en pannen). Helaas waren we daarvoor te laat maar ze had nog een restje rabarbermoes. Lekker! Tom mocht meteen het veld mee in om een aantal stronken te plukken. Na nog een ritje op een kar achter twee Percherons was dit bezoek afgelopen en gingen we van onze geplande route af om naar High River te gaan om te kijken wat de tip waard was. Waar gingen we dan naar toe?

Naar iets wat echt bij het westen van de VS en Canada hoort: een rodeo, maar dan een echte voor de locals. Naast het rodeoterrein was een groot terrein waar je je camper voor een of meerdere nachten gratis kon parkeren. Het stond er stikvol, gelukkig vonden we aan de rand nog een plekje. En dan is het lekker dat je alles �aan boord� hebt: (heet)water, elektriciteit, kachel, toilet en zelfs een douche. Dus wij op naar de rodeo. Het spektakelstuk is de �chuckwagonrace�: huifkarrenrace met 4 span. Maar zoals het hoort met een spektakelstuk, was dit pas aan het einde. Daarvoor waren er de volgende onderdelen: proberen 8 seconden op een ongezadeld wildgemaakt paard te blijven zitten, kalfje vangen met een lasso zowel door 1 als 2 cowboys, snelheidswedstrijd, proberen 8 seconden op een gezadeld wildgemaakt paard te blijven zitten en proberen 8 seconden op een ongezadeld wildgemaakte stier te blijven zitten. Het was een spektakel en de clown (van Delta Lloyd �.) was er ook. En toen dus die chuckwagonrace! Helaas begon het halverwege de chuckwagonrace te hozen en namen veel mensen de benen. M. Tom en Annika bleven, en hebben natuurlijk het beste gezien. Alles bij elkaar was het iets om mee te maken!

 
22. BANFF (National Park)
De volgende dag weer terug naar onze geplande route richting Banff, via Kananaskis County. Deze streek moet de toerismedruk van Banff weghalen, vooral in de winter maar is daar niet echt goed in geslaagd. Er valt meer dan voldoende sneeuw (7 meter) maar waarschijnlijk is het er gewoon te koud (50 graden onder nul) of te weinig fancy.
Vanwege wasperikelen (want een wasmachine hebben we nog net niet in de camper, tja het is behelpen) besloten we weer een naar een commerci�le camping te gaan in Canmore en de eerste dag daar hebben we vooral �. gewassen. Wie diep in de geschiedenis teruggaat, de winterspelen van 1988 in Calgary, kan zich Canmore misschien nog wel herinneren van de langlaufwedstrijden en biathlonwedstrijden (langlaufen gecombineerd met schieten). Gezien mijn ongefundeerde fascinatie met biathlon moest het stadion natuurlijk worden bezocht. In de zomer zijn er vooral de �bikers and hikers� actief maar ook de disc-golfers. We hadden hier nog nooit van gehoord maar het is een soort golfcourse in het bos, waar normaal de langlaufers door heen gaan. De route door het bos is de tocht �langs de greens�, maar wordt niet geslecht door een golfbal maar door een frisbee. Het putje is een korf waarin de frisbee uiteindelijk in moet komen. De puntentelling is gelijk aan die bij het golfen. Weer iets nieuws gezien!
Maar Banff bleef lonken. Aangezien de camping (ongeveer 13 km ten noorden van de parkingang van Banff) op basis van �first come, first served� werkt en erg populair schijnt te zijn gingen we erg vroeg op pad. Een camping in een National Park is meestal redelijk basic, zo ook in Banff, dus geen water- of elektriciteitsaansluiting en weinig douches. Tja, soms kamperen we bijna zoals kamperen bedoeld is. De camping bleek bij lange na niet vol (nog steeds voorseizoen) maar was wel prachtig gelegen in de bossen en aan een spoorlijn. M. was helemaal in de wolken en bij het minste of geringste rende hij het bos in om foto�s te maken van zijn favoriete onderwerp �.. de locomotieven!
We waren nauwelijks gesettled of we kregen bezoek van een Nederlandse Canadees, die goed Nederlands sprak, al was hij als tienmaandenbaby in Canada gekomen. Hij had nog wat tips voor ons, zoals een wandeling langs Johnston Canyon, die aan de andere zijde van de weg langs de camping begon. De wandeling had 2 tussenstops en een einddoel. Lotte haalde de tweede tussenstop (heen en terug ruim 5 km. waarvan de helft bergop) en Tom en Annika haalden het einde (ruim 11 km, waarvan de helft bergop). Je begrijpt dat we erg trots zijn op onze kids! Zoals de naam al zegt gaat de wandeling langs een canyon waarin bergop steeds mooiere watervallen te zien zijn.De wanden van de canyon zijn op sommige punten erg steil en daarom is er soms een soort boardwalk tegen de wand aan aangebracht. Prima, zolang je maar niet naar beneden kijkt. Het einde van de trail kwam uit bij de Inkpots, een waterbron, meestal helder blauw van kleur, met een constante temperatuur van 1 graad Celcius.
Natuurlijk moest ook het plaatsje Banff bezocht worden, al zijn de meeste reisboeken die wij lezen daar niet zo enthousiast over. Maar er is een bieb dus dat maakt veel goed, dachten wij. Maar helaas was de bieb gesloten vanwege computeronderhoud. Dan maar wat shoppen. Daar gaat de lol echter gauw vanaf als je van alles aangeprezen ziet worden in het Japans en er schijnbaar ook Japanse bedragen gelden. Het schijnt dat de helft van de commercie in Banff in handen is van de Jappen, voor het straatbeeld geldt dat zeker zo. En ze doen precies zoals wij dat ook in Nederland gewend zijn: overal foto�s van nemen (van de meest gekke dingen, zoals vuilnisbakken) met zichzelf of de hele familie ervoor. Een grote trekpleister in Banff is natuurlijk het Banff Springs Hotel. Het is een prachtig hotel, zowel van buiten als van binnen (helaas alleen de openbare ruimten gezien, want een hotelkamer, zelfs in een van de bijgebouwen, is een beetje boven ons budget!). De lounge, maar ook andere zalen geven allemaal een indruk alsof je in een kasteel bent en dat is ook precies de bedoeling. Kasteel de Haar kan er nog iets van leren. Hoewel het dus een chique hotel is lopen de gasten en losse bezoekers er heel casual bij (zelfs een vent in ultra korte broek met hemd t-shirt en de onontbeerlijke tatoes, liep een van de restaurants binnen en werd galant behandeld; zou in het Amstel niet kunnen, jammer genoeg). Een enorme regenbui dwong ons wat langer in het hotel te blijven en dat was helemaal niet erg.
Maar de bui hield ook weer op dus daar gingen we weer, nu naar Lake Minnewanka, een stuwmeer dat, volgens de borden, helemaal opgenomen is in de omringende natuur. Maar ja, het blijft een stuwmeer en op de bodem ligt een oude nederzetting. De omringende natuur bleek vanaf het begin letterlijk omringend want we kwamen in een kudde Bighorns terecht. Deze beesten hadden we nog niet gezien en stonden hoog op het verlanglijstje. Pappa Bighorn heeft, zoals je kunt bedenken, hele grote gedraaide hoornen en volgens mij kun je hem beter niet boos maken. De mamma�s zorgden heel traditioneel voor de kalfjes, door zich als schild tussen hen en de mensen op te stellen. Ze zagen er nog niet zo mooi uit omdat hun wintervacht nog met vellen aan hun lijf hing, maar in hun zomer- of wintervacht moeten het werkelijk prachtige dieren zijn.
Water roept bij de kids nog steeds speelplezier op, dus de rest van de dag hebben we heerlijk aan het meer gezeten in een warm zonnetje, totdat de lucht weer dichttrok en het tijd werd om naar de camping te gaan.
Ook de volgende camping in/aan Lake Louise werkt ook op basis van �first come, first served�. Aangezien deze camping electriciteitsaansluiting heeft en wij dit verslag bij wilden werken, gingen we weer vroeg op pad. Met als voordeel dat we na aankomst op de camping nog een hele dag te besteden hebben. En dus op weg naar het Lake zelf, dat ongeveer 4 km buiten het dorp ligt. Daar aangekomen blijken er tig bussen te zijn aangekomen waar hele hordes Japanners uitstromen. Wat een ramp om alleen maar Japans te horen. Aan het meer staat weer een hotelkasteel, niet zo fraai als dat in Banff maar toch de moeite waard. Het meer zelf is melkachtig groen, niet van de vervuiling maar van �rockflour� (straf vertaald als steenmeel of steengruis) van een gletsjer dat het licht op een bepaalde manier reflecteert. Het schijnt op andere momenten (wanneer er minder rockflour is) diep blauw te zijn. We maken er een mooie wandeling omheen. In het begin van de trail lopen nog veel Jappen, maar wanneer we wat verder gaan keren die allemaal weer terug om foto�s van zichzelf voor het hotel te maken. Wij moeten dan gaan zingen want de beren liggen op de loer en houden niet van onze liedjes, of zou het om onze stemmen gaan? We lopen tot we bij het stroompje komen dat Lake Louise met gletsjerwater vult. De omringende rotsen steken recht omhoog en er hangen heel wat klimmers aan de wand. De voeten van Lotte trekken het niet meer en dus keren de dames om en gaan Tom en M. verder langs de gletsjerstroom richting 1 van de 2 resterende theehuizen in Banff N.P. Maar helaas de heren hadden geen kaart bij zich en op ongeveer een halve kilometer afstand zijn ze omgekeerd.
Lake Louise wordt door velen het mooiste meer van het westen genoemd maar eerlijk gezegd hebben we er mooiere gezien, misschien ook omdat daar minder toeristen waren.
Het dorp beschikt over een station dat echter niet meer dienst doet, al komen er nog wel veel treinen voorbij. Er zit nu een restaurant in. M. moest en zou daar dus gaan eten. Helaas was het vol, of wilden ze geen gezin met 3 kinderen? Arme M.! We moesten dus uitwijken naar een ander restaurant, waar we mooi uitzicht hadden op de enorme onweersbuien die nu boven het dorp hingen.
Op 1 juli wordt Canada-day gevierd. Het staat niet in verhouden met de 4th of July in de VS. Je merkt er nl. niets van, behalve wat vlaggetjes en ballonnetjes. Ze moeten maar �ns in Nl. komen kijken met Koninginnedag. Wij gaan die dag naar Moraine-lake, iets verder en hoger de bergen in. Dit meer is wel heel blauw (geen rockflour). We slenteren langs het meer en merken dat we een beetje �merenmoe� worden. Erg jammer en zeker niet terecht maar gevoelens kun je niet ontkennen! Annika en M. besluiten alsnog de bergen in te gaan naar de Consolation Lakes, een wandeling van ruim 6 km. Onze kleine berggeit gaat voorop. Onderweg wordt er een bergmarmot gespot. Dat blijft een mooi gezicht zo�n grote knager! En ook mooi meegenomen, bijna geen andere wandelaars op de trail.
M. is dus een treinenliefhebber en vlak bij Lake Louise buigt de spoorlijn naar het westen en moet een behoorlijke afdaling maken van ongeveer 4,5%. De eerste trein die zo�n 100 jaar geleden naar beneden ging, ontspoorde meteen (de remmen hielden het niet) en er vielen 3 doden. Helaas waren dit niet de laatste en op een gegeven moment vond men dat het de spuigaten uitliep en werd er een constructie bedacht waardoor de hellingshoek verminderde tot 2,2%. De modeltreinbouwers kennen deze constructie waarschijnlijk wel: een spiraal maar dan in de rotsen uitgehouwd: een dubbele spiraaltunnel. Eerst een looping in de ene berg en dan een looping in de andere tegenoverliggende berg. Op tekeningen en foto�s ziet het er prachtig uit maar helaas kun je niet de tunnels zelf in. We hadden wel het geluk dat er een goederentrein aankwam, die volgens de Canadese standaarden een gewone lengte had van bijna 100 containerwagens (meer dan 1,5 km lengte). We zagen de trein de tunnel inrijden en er later, onder de ingang, weer uitkomen terwijl het einde van de trein nog de tunnel in moest. Is dat een beetje duidelijk? Je kon de kop van de trein uit de tunnel zien komen en de staart er nog in zien gaan. Op die manier kregen we enig idee hoelang de tunnel was. De dag kon niet meer kapot voor M.
 
23. JASPER (nationaal park)

Van Lake Louise naar en door Jasper loopt The Icefields Parkway, de mooiste weg in Noord-Amerika. En het is inderdaad een prachtige weg, maar of het de mooiste is? Het blijft natuurlijk wel een autoweg. De uitzichten zijn prachtig en er zijn vervelendere manieren om 230 kilometer af te leggen. Deze ochtend gaan we heel vroeg op pad (half 8). Niet om vroeg op een camping te zijn maar vanwege een attractie op 130 km afstand: the Columbia Icefield. Een enorm gletsjercomplex ( 6 gletsjers) van 325 vierkante km. Op een van de zes, de Athabasca Gletsjer kun je met een �snowcoach� naar boven. Het is een soort bus met een 6-wielaandrijving op enorme grote wielen die in een �recordsnelheid� van max. 18 km. per uur een eindje de gletsjer oprijdt. Het voordeel is dat je op een veilige manier op een gletsjer kunt lopen want het wemelt hier van de ijsspleten. (Een jongetje van 9 ging 3 jaar geleden van het geijkte pad af, viel in zo�n spleet en overleed door onderkoeling. Dit verhaal heeft zeer veel indruk op Annika gemaakt dus zij is een zeer gewaarschuwd mens.)

Het was de moeite van het vroeg opstaan meer dan waard. We waren als een van de eersten boven en hadden een prachtig uitzicht. Het smeltwater dat over en door het ijs heen loopt komt van sneeuw die ongeveer 300 jaar geleden is gevallen. We hebben natuurlijk een beetje meegenomen en wanneer we weer thuis zijn kan iedereen komen proeven. Het smaakte 300 jaar geleden echt anders! Het smeltwater van dit ijscomplex stroomt naar 3 verschillende oceanen en dat is bijna uniek: de poolzee, de Atlantische en de Grote oceaan (er is nog een plek in Siberi� waar dit ook gebeurt).
Nog meer historie: Vanaf 1843 trekken de gletsjers zich langzaam terug. Hoewel langzaam: 7,5 meter per jaar! Dat geldt niet alleen hier maar ook voor andere gletsjers bijv. in Glacier in de VS. Het opwarmen van de aarde kunnen we dus niet alleen toeschrijven aan het broeikaseffect. Het blijft wachten op de volgende ijstijd.
We gaan verder naar Jasper. Maar als snel komen we in een zogenoemde �bearjam�. Een kleine opstopping omdat er een echte �black bear� langs de weg loopt te snuffelen. Wat een prachtig gezicht. Voor de zekerheid zoeken we een beetje beschutting achter de auto�s maar we kunnen hem goed zien. Hij/zij stoort zich niet aan ons, gelukkig maar. Even later komt er een ranger van het park aangereden en sommeert iedereen weer terug de auto in omdat er nog een andere beer kan zijn. Ze heeft groot gelijk alleen doet ze het niet op zo�n vriendelijke manier. Toch geven we maar gehoor aan haar opdracht. En de beer �. Die denkt: zonder toeschouwers is er niks aan en vertrekt dus weer richting bos.
In het plaatsje Jasper (in het gelijknamige park) wassen we essenti�le kleren in een laundry, eten we uit en zien op het station vele treinen langskomen, waaronder de American Orient Expres en de Rocky Mountaineer Railtours. Zeer luxe treinen, om de treinreiziger optimaal te verwennen op de tocht door de Rocky Mountains en de rest van Canada. Niet alleen Michiel vindt dit mooi, maar ook Jacqueline begint nu te dagdromen over een tocht met een van deze treinen.

�s Avonds trekt er nog een kudde herten (in het Engels: elk) over de camping. Wederom prachtig en de fotocamera klikt. Dit was een dag: de Coumbia Icefield, een zwarte beer, de treinen en de kudde elks op een dag!

De volgende dag is er wederom keuze uit vele wandelingen, vele meertjes en watervallen, de een nog mooier dan de ander, zo wordt beloofd. Wij beginnen er echter een beetje een overkill van te krijgen. Vandaar nog een wandeling en dan willen we verder. De tocht gaat langs en over de Maligne Canyon. Op z�n diepste punt 50 meter. Het water gutst er doorheen. We dalen drie kilometer af langs 5 bruggen die over de Canyon zijn gebouwd. Berggeit Annika en Jacqueline hebben de moed om de drie kilometer ook weer terug omhoog te lopen om de camper te gaan halen. De anderen blijven lekker wachten totdat de camper een uur later voor rijdt. En hiermee sluiten we ons bezoek aan Jasper af en rijden westwaarts richting Vancouver. Op de grens van de staten Alberta en British Columbia, gaan we over de Continental Divide en moeten we onze klokken een uur terug zetten. In British Columbia rijden we door tot aan het plaatsje Clearwater. Daar vinden we een camping met alle faciliteiten: elektriciteit, water, warme douches, zwembad, wasmachines. Alles lekker en sommige dingen noodzakelijk! En daar eindigt dit verslag ook en gaan we het op onze website zetten.
 
24. VANCOUVER (verslag 8 juli)
In Clearwater blijven we een dag langer dan gepland. Even rust in het programma, wassen, etc. De kinderen vermaken zich met een berg zand. De hele dag gangen graven, knikkers eraf laten rollen. Verder met een potje midgetgolf. En we gaan zwemmen: niet alleen in het zwembad op de camping, maar ook in het Dutch Lake. Ja, zo heet dat.
Dinsdag rijden we naar Vancouver en komen daar op een nette stadscamping te staan. Woensdag gaan we met de metro naar 'downtown'. Het mooie aan de metro is, dat deze geen bestuurder heeft. De kinderen kunnen dus helemaal voorin zitten en spelen alsof zij de bestuurders zijn: deuren open en dicht, gas geven. In downtown Vancouver pakken we gelijk maar de 'seabus' naar noord-Vancouver. We lopen daar even rond op de markt en weer terug naar downtown. Ook hier weer volop vermaak voor de kinderen, want ze kunnen wederom voorin zitten. Het boottochtje is wel mooi. Je vaart van de ene skyline naar de andere. In Vancouver lopen we rond in �gas-town�, zeg maar het oude Vancouver, dat ze nu erg ge-upgraded hebben. Vele leuke winkeltjes en terrasjes, uiteraard ingericht op de toeristen. Het speciale dat ze daar hebben is een stoomklok. Een grote klok op straat, die dus op stoom loopt. En vier keer per uur een deuntje fluit. We liepen door Chinatown heen, stelde niet veel voor. Wel is Vancouver vergeven van Chinezen, niet alleen in Chinatown maar overal. Nu denken we eigenlijk dat het met name Taiwanezen zijn, zeker weten doen we het niet. s' Middags gingen we nog even op een andere markt kijken en bezochten we een museum met treinbanen en modelboten, allen gebouwd door fanatiekelingen. Het zag er schitterend uit. Overigens zouden wat boten van Pa daar ook niet misstaan! Vervolgens weer met de metro naar huis. Oordeel: overal een beetje gezellig en aardig. Geen concrete punten die werkelijk uitnodigen om eens langs te komen. Maar we hebben 'm gedaan.....
 
25. TERUG NAAR DE VERENIGDE STATEN
Omdat er geen reden is om nog langer in Vancouver te brengen, pakken we donderdag 8 juli de boel op en gaan we zuidwaarts naar de VS, de staat Washington. De grens is in na een uurtje bereikt. We worden weer diep in onze ogen gekeken. Dit keer moeten we onze eieren en rundvlees inleveren, want die Canadezen zijn daarin niet te vertrouwen (bij het ingaan van Canada moesten we ons brandhout inleveren). We rijden een stukje westwaarts en slaan dan af naar het westen (highway 20) richting Olympic Peninsula met daarop het Olympic National Park. Dat vereist dat we een pont van Whidbey Isand naar Port Townsend nemen. De pont brengt ons in een half uur naar de overkant van de Admirality Inlet, een van de vele inhammen van de Oceaan die nog zo een 160 kilometer westwaarts ligt. We komen uit in het plaatsje Sequim, alwaar we ons kampement opslaan en er een snelle Internet-pc in de bibliotheek is.
Het dorpje en de directe omgeving van Sequim liggen in de regenschaduw van de Olympic Mountains en krijgen daardoor zeer weinig regen, i.t.t. de rest van het schiereiland wat bakken met regen krijgt. Het klimaat is daarom mediterraan. Als gevolg van dit klimaat wordt er in de omgeving van Sequim veel lavendel verbouwd. De volgende dag maken we een tour aan deze noordkant van het Olympic Peninsula, zoals dit �schiereiland� ten noodwesten van Seattle heet. We bezoeken eerst een van de lavendelboerderijen en vervolgens Dungeness Spit NWR. Dit laatste is een klein park waar met name vrijwilligers een park met schitterende bomen en een stuk strand aan de Strait of Juan de Fuca natuurlijk houden. Aan het strand liggen hele grote bomen zonder takken, al heel veel jaren (tientallen). Ze zijn door hun lange liggen gepolijst door het water. Navraag hoe deze bomen daar nu komen, leert dat deze ooit zijn gekapt en bedoeld waren om gecontroleerd via het water naar het oosten (Seattle en omgeving) gebracht te worden. Omdat dit af en toe, onder andere door weersomstandigheden, niet goed gaat, gaan bomen op drift en spoelen ze ergens op de kust aan. Zo dus. De kleinere bomen komen met name via stroompjes, door stormen, etc aan de kust.
 
26. OLYMPIC NATIONAL PARK
Zaterdag gaan we in het park Olympic de bergen in. We zijn nu niet in de regenschaduw van een andere berg en krijgen de volle bak aan nattigheid. Dit schiereiland en dit park zijn er evenwel berucht om. Anderzijds maakt dat in dit park er subtropisch regenwoud kan bestaan. We klimmen in, tussen en door de wolken met de auto naar Hurricane Ridge. Het ene moment is er ruimte tussen de wolken en kan je een eind zien, het andere moment zit je in dichte mist of in een plensbui. Vergezichten zijn er boven niet, maar we kunnen wel een wandeling maken. We zitten in de periode van een maand of drie dat het bovenop geen winter is en er is volop bloei van allerlei bloempjes en bomen. We zien enkele grazende herten, dat maakt de tocht al weer de moeite waard. De barre/natte omstandigheden hebben eigenlijk ook wel weer hun eigen charme. Levert wel mooie foto�s op!
Zondag gaan we naar de Sol Duc watervallen. Het bos is echt al subtropisch aan het worden, met overal mossen, varens, paddestoelen. Wederom die schitterende torenhoge bomen (tot aan 30 meter hoogte) met een hele brede basis. Daar kunnen wij met ons vijven niet omheen staan en onze handen vasthouden. �s Middags gaan we opnieuw naar het strand van de Strait of Juan de Fuca. Ook hier liggen weer van die enorme grote kale boomstammen. Aan de overkant van de straat, op zo een 30 kilometer, kijken we uit op Canada, Vancouver Island.
Deze dag (zondag) brengen we ook een (zoveelste) bezoek aan de Wal-mart. De superstore die Albert Heijn in Nederland zou willen zijn. We stoppen onze memory card uit de digitale camera in een ontwikkelmachine van Kodak, selecteren de foto�s die we willen afdrukken en hupsakee, even later lopen we met afdrukken van onze digitale camera de winkel uit. Dat is dus weer eens handig! Ja, de Amerikanen zijn wat dat betreft op handig ingesteld.
 
27. TERUG NAAR OMGEVING SEATTLE
Op het moment dat ik dit tik (vrijdagavond), zitten we in een hotel naast het vliegveld, waarvan we morgen weer terug naar NL zullen vertrekken. De drie maanden zijn voorbij maar voor dat we afsluiten zal ik nog even de afgelopen week doornemen.
Vanaf Olympic Peninsula vertrokken we naar Everett, een voorstad van Seattle. Een mooie tocht met aan de ene kant Mount Olympia en aan de andere kant de Puget Sound, een overblijfsel van een enorme gletsjer van de laatse ijstijd. De Puget Sound is een enorme watervlakte die vanuit de grote oceaan het binnenland intrekt en bezaaid is met eilandjes. Om van het schiereiland naar het vaste land te komen moeten we over bruggen en weer met een ferrie mee. Het blijft leuk, zo�n boot. Vooral deze heldere dag omdat we vanaf de boot Mount Rainier kunnen zien liggen, meer dan 4000 meter hoog torent hij achter Seattle omhoog. Het is een enorme sneeuwberg! Indrukwekkend. En ja het is weer helder. Seattle en omgeving doen hun naam weer geen eer aan want de hemel is helemaal blauw en er is geen wolkje te zien, laat staan dat er regen valt.
In Everett hadden we een camping gereserveerd, niet wetende dat hij naast het inleverpunt voor de camper ligt. Erg handig, maar ook confronterend. Het einde zit er echt aan te komen. En stadscamping is nooit veel en deze helemaal niet, maar ach, het sanitair is heel schoon en we zullen er niet veel zijn, want we hebben nog plannen.

�s Middags rijden we langs de Boeing-fabrieken naar het strand van het dorpje Mukilteo. De kinderen vermaken zich daar een paar uren in uitstekend weer.

De volgende dag (dinsdag) begint de dag met een bezoek aan de Boeing-fabrieken. We krijgen een film over Boeing te zien, vervolgens een kijkje in een van de 6 productiehallen. De zes productiehallen hebben bij elkaar een omtrek van 3,5 kilometer (0,8 km bij 0,95 km). In de locatie in Everett worden de 747, de 767 en de 777 gebouwd. Andere grote locaties van Boeing-vliegtuigbouw zijn het zuiden van Seattle en California. De 777 is momenteel het succesnummer; daarvan loopt er een per week van de band. Van de 747 worden er met name nog cargo-vliegtuigen gebouwd (een per maand). Van de 767 loopt er een per drie maanden van de band. In de productiehallen zien we assemblageproces van een 747: van losse onderdelen totdat het vliegtuig rollend de productiehal kan verlaten. De klus naar het verlaten is met name nog het spuiten van het vliegtuig en het testen, testen, testen, �.. Zeer leuk, indrukwekkend en veel te kort, deze tour.
�s Middags gaan we weer naar het strand van Mukilteo. Het is weer schitterend weer, dus we genieten van de zon, het water en de uitzichten. Gelukkig voor M. komt er ieder half uur een ferry af en aan en komen er talloze treinen langs. Hij zit dus gebakken! De kinderen bouwen een stad na aan de waterrand en J. leest nog wat Amerikaanse literatuur (?!). Ee perfecte middag die perfect wordt afgesloten bij de Pizzahut.

De volgende dag moeten we zeer vroeg op want we worden om 08.00 uur verwacht in de Everett Marina (zo�n 10 km. verderop). We gaan varen en op �. walvissenjacht! De trek van de Spermwhales (van Alaska naar Mexico en v.v.) is in de lente en najaar, dus die zullen we niet te zien krijgen maar in de Puget Sound wonen drie uitgebreide families (�pods�) orca�s, de zgn. J.,K., en L-pod. Elke pod heeft zijn eigen dialect en kenners kunnen dus horen bij welke pod een orca hoort. Of we orca�s te zien krijgen is niet zeker want ook die trekken in de Puget Sound rond. Maar met goede zin vertrekken we. Onderweg zien we genoeg vogels, vooral arenden (Bald Eagles) en zeehonden. We varen door de Deception Pass die we anderhalve week geleden via de brug overgestoken zijn. De boot heeft een geavanceerd navigatiesysteem aan boord waardoor groepjes orca�s gespot kunnen worden maar zichtmeldingen worden door andere boten aan een ieder door gegeven. Rond het lunchuur wordt duidelijk dat er een aantal orca�s naar het noorden trekken, naar Canada dus. De kapitein besluit een omtrekkende beweging te maken zodat we er omheen varen en ze daarna tegemoet varen. Het blijft spannend, maar uiteindelijk schreeuwt de �naturaliste� dat er whales te zien zijn. En ja hoor, we zien 2 groepen van ongeveer 6 tot 12 orca�s. Ze zwemmen in een rustig tempo en zijn aan het eten. We zien dus geen spectaculaire sprongen maar wel het geklap van de staarten en het spuiten van fonteintjes. Het is een prachtig gezicht. We kunnen er niet al te dicht bijkomen want volgens de wet mogen boten niet dichtbij komen met de motor aan. Je moet dus stil liggen en dan hopen dat ze je tegemoet komen. Het geluid van motoren verstoort het communiceren van de orca�s en ze kunnen er zeer verward door raken. En dat is het zien van een orca niet waard. We blijven dus op respectabele afstand. Een andere boot doet het even later niet en de naturaliste springt bijna uit haar vel, maar ja, dat maakt geen indruk op die boot.

Na een tijdje van oh�s en ah�s moeten we weer terug. We zijn veel noordelijker (120 kilometer tot in internationale wateren rond Canada, geen douane gezien) gevaren dan de bedoeling was dus het is nog een hele reis terug naar Everett. Rond 7 uur zijn we weer terug en we blijven nog de hele avond wiebelig.
 
28. INPAKKEN EN WEGWEZEN
De donderdag zijn we begonnen met inpakken en inpakken en inpakken. We hebben in die drie maanden heel wat verzameld. Ik was van plan heel wat achter te laten maar het blijkt toch moeilijk afscheid te nemen van bepaalde kledingstukken en boeken. In de middag gaan we toch nog even naar ons strandje in Mukilteo. Nog even genieten van water, zand en zon. De avond staat in het teken van �de laatste keer in de camper�: eten, voorlezen, tandenpoetsen, slapen. Je wordt er bijna verdrietig van.
Vrijdagochtend hebben we verder ingepakt en schoongemaakt. En toen was het tijd om ons rollend huis van de afgelopen 2 maanden, 50 meter verderop bij de buren van Cruise America in te gaan leveren. Alles werd naar onze en verhuurder�s tevredenheid afgehandeld en de taxi Seattle aan. In de kamer werd de t.v. meteen aangezet en eigenlijk zijn de kinderen er niet meer vandaan gekomen. Alleen Lotte en Annika zijn nog een uurtje zijn gaan zwemmen. Een prima cool down voor de vermoeiende dag van morgen.
(verslag zondagavond:) Zaterdag was het dan zo ver: we staan op, gaan naar het vliegveld en om elf uur vertrekt de vlucht van Seattle naar Chicago. Met de eerste twee uren tijdsverschil erbij, kwamen we om half vijf aan en vertrokken we weer om zes uur. Nog een keer zeven uur tijdsverschil met Nederland en om negen uur zondagochtend arriveren we op Schiphol. Volgens de klok hebben we er dan een nacht op zitten, volgens de biologische klok is het voor ons dan twaalf uur �s nachts. De kinderen hebben net niet geslapen, de ouders ook niet. Dat is dus een nachtje op. Op Schiphol worden we opgehaald door de gehele familie DVD en pa en ma Koolen. Een gezellig ontvangstcomit�. In Woerden wordt met het stel het beroemde kopje Nederlandse koffie genuttigd. Nadat een ieder is vertrokken, pakken we de tassen uit. We hebben bijna alles in Seattle gewassen, de meeste was kan schoon de kast in. Desalniettemin snort op dit moment, zondagavond, de wasmachine en de vaatwasser. We weten nog niet wat we er van vinden dat we thuis zijn�.. De komende dagen zullen we het wel merken.
 
En hier eindigt, op zondagavond in een vette regenbui, onze reis. Een reis met veel hoogtepunten, die alles heeft gebracht wat we er tevoren van hadden gehoopt. Enkele statistieken:
We reden 1500 mijl in Florida, 5000 mijl in noordwest VS en Canada. Bij elkaar zo een 10.000 kilometer. We hebben NOOIT in een file gestaan.
We hadden 260 (!!) kilogram bagage bij ons op de terugweg. Het moet niet gekker worden.

We hebben zo�n 700 foto�s gemaakt. Dat wordt nog uitzoeken, sorteren en selecteren.



Michiel en Jacqueline



Deze homepage is gemaakt met de Homepage-Generator van Tioga Tours